Perfectie, waarom eigenlijk?
18 05 07 - 00:00Regisseur Johan Simons interpreteert het werk van de controversiële auteur Houellebecq niet als cynisch maar als ‘erg romantisch.’ Mensen die tegen de stroom in toch steeds weer hun eigen geluk proberen te creëren. Dat maakt hij duidelijk in ‘Gen’, zijn bewerking van Houellebecqs ‘Elementaire deeltjes’.
Drie klonen wachten hun publiek glimlachend op. Zij stralen evenwicht en zekerheid uit vanaf buisframestoelen. Ze zitten in een grote, hoge en kale ruimte, midden op de parketvloer. Er zijn negen rijen stoelen opgesteld, vijf aan de ene kant en vier aan de andere kant van de klonen. De toeschouwers kiezen hun plaats op grond van zitcomfort. Naast lederen fauteuils staan ook stijve, klassieke bankjes. Over sommige zitplaatsen zijn witte lakens gedrapeerd en op een van de fauteuils staat ‘gereserveerd’. De klonen steken van wal. Een voor een.
Excessieve wreedheid
“Wij zijn een nieuwe metafysische revolutie”, roept de Annabelle-kloon (Elsie de Brauw) enthousiast. De laatste revolutie was de Verlichting, toen God afgeschaft werd. Nu wordt menselijk lijden afgeschaft, of in ieder geval, de mens die lijdt. Ze stuurt een mannelijke toeschouwer naar de gereserveerde fauteuil en neemt plaats op zijn oude plek.
De perfecte versie van de twee halfbroers Michel en Bruno, gespeeld door Jeroen Willems, neemt de wreedheid van met name mannen onder de loep. “Een wereld die uitsluitend uit vrouwen had bestaan, was ongetwijfeld beter geweest.”
Oorlog is een uitlaatklep voor een ongemotiveerde, excessieve wreedheid die alleen bij mensapen en mensen voorkomt. Het Christiane-duplicaat (Betty Schuurman) houdt eveneens een overrompelende monoloog. In sneltreinvaart. Het publiek houdt de adem in terwijl de drie zich over het gangpad en tussen de zitplaatsen door bewegen.
Dan blikken ze terug op een verleden waarin begeerte hoogtij vierde. De tijd waarin voortplanting nog geslachtelijk was. Bijna ongemerkt nemen ze de identiteit van hun gengevers, stumperende mensenkinderen, aan.
Naaktcamping
“Ik ben klein, kalend en dik”, zegt de door seks geobsedeerde Bruno. Hij houdt zich op bij de douches van een naaktcamping en bespiedt jonge meisjes. Hij beschrijft minutieus en onderkoeld wat er vervolgens gebeurt. Zonder gêne. Zijn bewegingen zijn onhandig en onzeker. Willems non-verbale spel toont subtiel hoe Bruno worstelt met zijn gevoelens en de angst voor afwijzing. Het effect is verbijsterend.
‘s Nachts ontmoet hij bij de jacuzzi Christiane, een vrouw van over de veertig. Zij voelt zich versmaad vanwege haar leeftijd en de lichamelijke aftakeling die daarmee gepaard gaat. Ze hebben seks. “Soms krijg ik het op m’n heupen en neuk ik met iedereen”, verontschuldigt Christiane zich. Het blijft niet bij één keer en er ontluikt een relatie.
Willems en Schuurman verplaatsen zich onderwijl tussen het publiek en over het gangpad naar elkaar toe. Maar angst en eenzaamheid voeren de boventoon in hun verhouding en het loopt niet goed af. Christiane krijgt baarmoederkanker en stort zich van de trap.
Kanker
Ook in de relatie tussen de geniale Michel en de fraai geschapen Annabelle draait alles om seks, miscommunicatie en de daaruit volgende eenzaamheid. Michel is emotioneel geblokkeerd en gaat op in zijn werk. Annabelle was te mooi en had het gehad met de triomfantelijke glimlachjes die minnaars lieten zien als ze haar jurk uittrok. Dan maar een leven met de geremde Michel.
Maar ook zij krijgt kanker aan haar voortplantingsorganen en maakt een eind aan haar leven. “Het is niet onze schuld dat we niet gelukkig waren”, schrijft ze in haar afscheidsbrief. “De wereld om ons heen is niet harmonieus.”
Ongeslachtelijke voortplanting
De klonen, in hun onberispelijke, elegante kleding, beweren dat seks de mens afhoudt van werkelijke schoonheid; “Wij hebben de schoonheid bevrijd van seks.” Het was de bedoeling geslachtelijke voortplanting onmogelijk te maken en ongeslachtelijke mogelijk. Pikante details zijn de sexy, rode pumps van de Christiane-kloon en de knalrode schoenen van Bruno-1.
Lusten botvieren
Naast ‘Elementaire deeltjes’ in 2002 bewerkte Johan Simons ook de boeken ‘Dragelijk’ en ‘Platform’ van Houellebecq. De auteur voorspelt in zijn boek ‘Elementaire deeltjes’ de ondergang van het menselijk ras. Maar voordat dit gebeurt, creëert de mens met kloontechnieken een nieuwe onsterfelijke soort.
Toch is er een straaltje licht in de duisternis. Bruno, Christiane, Annabelle en Michel zijn ondanks alle zwartgalligheid menselijk. Ze wekken ontroering dankzij het prachtige spel van de acteurs.
“Die lusten zou ik nog wel eens willen botvieren”, mijmert een lustvrije mensenkloon. Daarmee vat hij de kern van ‘Gen’ krachtig samen. Willen we ondanks ons geploeter en onze sterfelijkheid wel perfect zijn? Het stuk is doordrenkt van zulke filosofische bespiegelingen, maar wordt door de vaart en concrete beschrijvingen nergens saai. De nabijheid van de acteurs en de onderhuidse spanningen en rauwheid in het verhaal maken van de voorstelling een indringende ervaring.
Gezien:
‘Gen’, NTGent
18 mei 2007, Stadsschouwburg, Amsterdam
Voor meer informatie: NTGent
Foto: Ben van Duin
Gepubliceerd op TheaterCentraal.nl
Trackback link:Zet Javascript aan om een Trackback URL te genereren