De zin van Erik van Heeswijk
29 10 07 - 00:00Interview
Maak de mens niet tot middel maar tot doel

’Meer? Méér naar elkaar luisteren, dat zouden we moeten doen. En dan echt luisteren. Ik hoor mensen zelden een vraag stellen over een persoonlijk verhaal dat iemand hen vertelt. Men komt vaak direct met eigen voorbeelden. Ook in het publieke debat wordt er ongelofelijk slecht geluisterd. Hoe vaak zie je daarin iemand zijn ongelijk toegeven?
Balkenende is honderd dagen gaan luisteren in het land. Maar heeft hij in den lande iets gehoord wat hem van gedachten deed veranderen? We vergaten hem die vraag te stellen.
Kant cliché
Het is een menselijk trekje, we zijn tenslotte het centrum van ons eigen universum. En als je niet dezelfde mening hebt als je discussiepartner, dan kan die van hem natuurlijk niet óók geweldig zijn. Maar eigenlijk is het minder therapeutisch dan dat het klinkt. Stel gewoon eens een vraag.
Kant heeft in zijn moraalfilosofie een theorie over de categorische imperatief. Die zou impliceren dat je de mens niet slechts tot middel moet maken maar tot doel. Tijdens mijn studie filosofie vond ik deze uitspraak van Kant cliché, maar hij is gedurende de jaren aan me blijven kleven. Juist omdat me opviel dat mensen zo slecht naar elkaar luisteren.
Pure magie
Natuurlijk is de automonteur een middel om weer met mijn auto op mijn werk te komen. Maar ik merkte dat naarmate ik meer luisterde naar anderen, de dagen interessanter werden en de mensen boeiender. Een paar gerichte vragen zijn vaak voldoende.
Nieuws is op zich niet zo interessant, maar wel het debat dat het op gang kan brengen. Journalistiek prikkelt daartoe, het is pure magie. En meer dan ooit zijn door internet discussies te volgen, ook langdurig. Een webcommunity zoals ’Meer!’ kan daarvoor een platform zijn.
Iedereen die wil, mag deelnemen, want waarom zouden alleen filosofen die ervoor gestudeerd hebben het debat voeren?
Lappen tekst
Aan dat debat zal men op het web intensiever deelnemen dan in de krant. Je kunt daar ideeën onthaasten, de vraag stellen hoe dat nu écht zit met bijvoorbeeld de islam. Op het web is volop ruimte en je kunt de diepte in. Dat bezoekers geen zin hebben in lange lappen tekst is onzin. Al lang achterhaald.
Kijk op cnn.com, daar vind je ook teksten van tweeduizend woorden. En moeilijke woorden in een artikel op internet waardoor lezers afhaken; waarom zouden ze die ineens niet meer begrijpen? Als ze geïnteresseerd zijn, dan lezen ze.
Klapvee
Surfers haken op internet voor de gezelligheid aan bij een community én om hun mening voor het voetlicht te brengen. Tegen die mening worden dan andere meningen gehouden. Het gaat om de eer. Niet iedere bezoeker zal actief deelnemen aan het debat op de site, maar de discussie geeft in ieder geval stof tot nadenken.
Het gevaar op internet is wel dat leden van een specifieke doelgroep bij elkaar gaan zitten en samen het nieuws becommentariëren. Men concentreert zich rond een mening en wordt elkaars klapvee. Mensen zijn nu eenmaal geneigd gelijkgestemden op te zoeken. Luisteren moet, maar praten mag best pittig.
Ivoren toren
Door alle kennisbronnen die achter pc’s zitten, is op het web veel gespecialiseerde informatie voorhanden. Daar van gedachten wisselen betekent dat je het debat naar een hoger niveau kunt tillen. Voor de informatievoorziening en de journalistiek is dit een zegen. Aan de journalist de taak om de beste meningen naar boven te halen, de informatie transparant te maken. Deze ontwikkeling in de journalistiek gaat naar mijn smaak veel te langzaam.
Filosoferen is debateren en dat is een menselijke behoefte. Het uitwisselen van ideeën. In veel landen staan filosofen hoog aangeschreven en zijn ze zichtbaar in het publieke debat. In Nederland vervullen politici en schrijvers die rol. Filosofen zitten hier in een ivoren toren en worden door de buitenwereld weinig gewaardeerd. Maar respect moet je afdwingen. Ik zeg hen: start die debatmotor!”
Erik van Heeswijk studeerde filosofie, is freelance internetjournalist en vice-voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). Hij was betrokken bij het onderzoek ‘Journalistiek en Internet’ van de NVJ en de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Gepubliceerd in Trouw
Trackback link:Zet Javascript aan om een Trackback URL te genereren