Is de christenmoraal failliet?
02 07 08 - 00:00De ChristenUnie maakt geen keuze in de kwesties rond embryoselectie, en homoseksuelen in CU-functies. Haar beginselen lijken niet bestand tegen de realiteit van alledag. Heeft de christelijke moraal afgedaan? Absoluut, zegt elftallid Matthias Smalbrugge. Geen sprake van, volgens speler Willem van Vlastuin.

De ChristenUnie voert een gedragscode in die homoseksuelen toelaat in politieke functies voor de partij. Regionale selectiecommissies mogen dit nu per geval beoordelen. Voorwaarde is dat de kandidaat zich een ’geloofwaardig vertegenwoordiger’ van de CU betoont.
Maar er is ook een motie aangenomen waarmee het Kernprogramma van de CU wordt aangescherpt. Seksuele omgang is vanaf nu onlosmakelijk verbonden met het huwelijk. En dat huwelijk was al voorbehouden aan heterostellen. Praktiserende homo’s in partijfuncties hebben hierdoor een ’geloofwaardigheidsprobleem’, want ze moeten uitdragen dat seks alleen thuishoort in de echtverbintenis. Tussen man en vrouw welteverstaan.
Privé?
Ook in het debat over embryoselectie maakte de ChristenUnie geen echte keuze: er komt geen verbod, maar deskundigen moeten per situatie beoordelen of het geoorloofd is. De vraag is hoe houdbaar confessionele principes nog zijn. Is de christelijke moraal failliet?
Niet homoseksuelen hebben een geloofwaardigheidsprobleem, reageert Matthias Smalbrugge op de homokwestie, maar de CU. De predikant in Aerdenhout kan zich goed voorstellen dat raadslid Yvette Lont de partij heeft verlaten. De CU zou volgens hem intern moeten discussiëren over seks. „Is het een privé-aangelegenheid of niet?”
Homoseks
Als de partij praktiserende homo’s toelaat in partijfuncties maakt ze een keus, zegt Smalbrugge. „Dan doet je seksuele geaardheid er niet toe als je een standpunt namens de partij uitdraagt. Waarom met die Bijbel zwaaien en zeggen dat homoseks niet mag? We doden toch ook geen mensen meer die overspel pleegden? Ook dat staat in de Bijbel.”
Willem van Vlastuin, voorganger van de hersteld hervormde kerk in Katwijk, protesteert tegen deze gedachtegang. „God heeft in de wetten van het Oude Testament laten zien dat Hij stelen, overspel en asociaal gedrag haat. De vorm van de straf is veranderd, maar Gods wet staat nog recht overeind. De afwijzing van homoseks hangt samen met de orde die Hij in de schepping heeft gelegd. Daar kun je niet op beknibbelen.”
Van Vlastuin wijst op het zevende gebod; gij zult niet echtbreken. „Dat is gebaseerd op de heiligheid van het huwelijk tussen man en vrouw. En seksualiteit hoort thuis in het huwelijk.”
Incest
De tijd dat de kerk vertelt hoe seksualiteit geregeld moet worden, is voorbij, vindt Smalbrugge. Mensen bepalen zelf hun regels en de kerk kan helpen die te formuleren, zegt hij. „Je kunt moraal niet meer als algemeen bindmiddel opleggen aan de maatschappij. Het verbod om te stelen is terecht, zolang je geen razende honger hebt. Als ik nu in Zimbabwe zou leven, weet ik niet wat ik zou doen. En je vader en moeder eren is heel mooi, zolang er geen incest in het spel is. Anders zal je toch een meer gereserveerde houding ten opzichte van hen moeten aannemen.”
Zodra het lastig wordt, zegt Smalbrugge, zijn de voorschriften niet meer zomaar toepasbaar. „De christelijke moraal wekt de illusie dat het allemaal zo simpel is. Dat is het niet. Mensen kiezen net zo min voor hun seksuele geaardheid als voor de kleur van hun ogen.”
Driften onderdrukken
Volgens Willem van Vlastuin beweert ook niemand dat het makkelijk is. Mensen kunnen voor tien procent homoseksuele gevoelens hebben of voor negentig procent, zegt hij. „Sommigen hebben ze met veel strijd overwonnen. Anderen voeren die strijd hun leven lang. Dat gaat heel diep want het raakt je persoon, je aard. Maar er zijn ook homoseksuele christenen die het afwijzen. Wanneer de kerk zich niet meer tegen homoseksualiteit uitspreekt, zullen veel christenen zich in de kou gezet voelen.”
Maar je kunt je driften en dus jezelf nauwelijks de baas, brengt Smalbrugge daartegen in. Dat wist Freud al. „Sommige christenen blijven maar denken dat je ze kunt onderdrukken omdat dit van de Bijbel moet, terwijl de Schrift zoveel mensen opvoert bij wie dit niet lukt. De Bijbel rekent af met het ideaal van een maakbare samenleving, zonder de waarden op te geven die een samenleving dragen.”
Smalbrugge wijst op een paradox bij de ChristenUnie. Hoe kun je over homoseksualiteit maakbaarheid suggereren, terwijl we in de medische ethiek, zoals bij embryoselectie, niet op de troon van God mogen zitten?
Zonden haten
„Met deze uitspraak doe je geen recht aan de ChristenUnie”, zegt Van Vlastuin. „Gods geboden suggereren niet dat je leven of de samenleving maakbaar is. Integendeel. Ze tonen de gebrokenheid van het leven. De geboden van God zijn goed, maar ze laten mij zien dat mijn hart niet goed is. En dat zal het ook nooit worden.”
Van Vlastuin stelt dat je wel naar de regels kunt toewerken. „De CU wil geen praktiserende homo’s, maar houdt rekening met de weerbarstige praktijk. Als iemand bezig is te stoppen met de praktijk van zijn homoseksualiteit, is de partij welwillend. Wanneer hij of zij zelf ook vindt dat het niet kan, maar er nog niet helemaal van kan loskomen, is er geduld. De CU heeft de spanning van het christenleven willen behouden: de zonde haten maar de zondaar liefhebben.”
Voor Smalbrugge is het met de christelijke moraal gedaan. „De kerk kan waarden als barmhartigheid en waardigheid aandragen, maar de normen bepaalt iemand zelf. Die zal iedereen in iedere situatie opnieuw moeten vaststellen.”
Tijdsgeest
Als de mens de norm is, is alles veranderlijk en inwisselbaar, vindt Van Vlastuin „Zo brengen andere tijden andere normen met zich mee. Die zijn zodoende niets meer dan de grootste gemene deler van de visie van alle mensen. De moraal ligt echter buiten de wereld, bij onze Schepper.” Hij denkt dat de ChristenUnie door homoseksualiteit niet expliciet af te wijzen, buigt voor de tijdsgeest. „Ze veroordeelt het alleen impliciet door die motie over seksuele omgang aan te nemen. Mensen voelen zich daar ongemakkelijk bij. Wat de partij wil, is duidelijk. Ze durft het alleen niet te zeggen.”
Smalbrugge denkt dat een partij niet iedereen kan bedienen. Zeker niet als zij meer wil zijn dan een getuigenispartij. „De SGP kan de handen schoon houden omdat ze geen regeringsverantwoordelijkheid draagt. De CU moet met de andere coalitiepartners mee.”
Christenen blijven trouw aan het Woord, zegt Van Vlastuin, ook als iedereen om hen heen ontrouw is. „Dat maakt een christenleven eenzaam, maar dat was tweeduizend jaar geleden ook al zo. Je moet je geloof belijden onafhankelijk van de consequenties. Ook als dat de val van het kabinet betekent.”
Gepubliceerd in Trouw en op Trouw Meer!
Trackback link:Zet Javascript aan om een Trackback URL te genereren