Kunstwereld ziet geen terugkeer religie
24 03 09 - 21:53Religie lijkt terug van weggeweest. Kunstexposities als Heilig Vuur en Sporen van het Heilige maken hier dankbaar gebruik van. Kunsttheoreticus Sven Lütticken ging hier niet in mee. Hij maakte zijn eigen tentoonstelling.
![]()
Onderzoeken, niet klakkeloos bevestigen. Dat beoogt kunst- en mediatheoreticus Sven Lütticken met zijn nieuwe boek. In dit werk gaat hij na of religie werkelijk is weergekeerd in de westerse maatschappij. Ook een kunstexpositie behoorde tot zijn zoektocht. Die was onderdeel van het project The Return of Religion and Other Myths, een samenwerking met de Universiteit Utrecht en het Utrechts kunstplatform BAK. Nu het project, een lezingenreeks en de expositie, is afgerond, maakt Lütticken de balans op.
Iconoclasme
Zijn conclusie klinkt als een open deur: het religieus fundamentalisme líjkt religie te doen herleven door het publieke debat te domineren. Maar zijn theorie erachter is complexer. Belangrijk hierin zijn ‘mediahypes’ als de Deense cartoonrellen en de moord op Theo van Gogh om zijn islamkritische film Submission. Het protest tegen de Mohammedcartoons en film noemt Lütticken een vorm van iconoclasme. En iconoclasme is waar het om draait in zijn tentoonstelling.
Heilige huisjes
De term iconoclasme ofwel beeldenstorm staat bij Lütticken niet louter voor het vernietigen of verbieden van representaties. Ook is het geen vorm van conservatisme. Het betekent juist, meent hij, breken met waarheden die als een paal boven water staan. Breken met traditie. Iets wat al eeuwen gebeurt in de kunst, filosofie en religie. Beroemde figuurlijke iconoclasten of beeldenstormers zijn Freud, Nietzsche en Marx, zegt de theoreticus. Zij schopten heilige huisjes omver, geen beelden maar denkbeelden.
Ook het religieus fundamentalisme, waarin beeldverbod vaak een rol speelt, laat de traditie los, volgens Lütticken. Juist door terug te gaan naar de zuivere bron waarop die traditie gebaseerd is. “Religieus fundamentalisten en de figuurlijke beeldenstormers zijn met hun iconoclasme loten van dezelfde stam.”
Die stam is de monotheïstische religie, het geloof in één god, dat nog steeds aanwezig is in onze moderne kunst en ons denken. De Verlichting betekent voor velen een breuk met religie maar dat is ze niet. Want ondanks dat Lütticken geen heropleving van religie bespeurt, is hij ervan overtuigd dat ze altijd een rol is blijven spelen in het Westen ‘omdat onze cultuur er op is gebaseerd.’
Fundamentalisme
“Verlichtingsfundamentalisten, de Hirsi Ali’s, zeggen dat het religieus fundamentalistische geweld voortkomt uit het monotheïsme, dat daarmee dus de bron van dit kwaad zou zijn. Maar ze vergeten dat de hele westerse beschaving is verankerd in het monotheïsme, het christendom in dit geval.”
De kunsttheoreticus denkt dat de Verlichting enkel brak met de religieuze tradítie. In de huidige tijd zijn religieus fundamentalisme als evangelicalisme, moslimfundamentalisme en zelfs new-agebewegingen hier uitwassen van. Transformaties van traditionele religie. Lütticken: “We keken met deze tentoonstelling naar het monotheïsme en zijn transformaties, zonder een hysterische mediahype te creëren.”
Grote hoop
Kunsthistoricus Wouter Prins, medewerker van het Museum voor Religieuze Kunst in Uden, vindt dat Lütticken alles op één hoop gooit. Vooral zijn verbinding van iconoclasme met monotheïsme is onsamenhangend, zegt Prins. “Daarvoor is binnen het monotheïstische christendom te uiteenlopend gereageerd op beeld. We denken dat wíj in een beeldcultuur leven, maar nooit werd zoveel gespendeerd aan kunst als door de pausen in het Rome van de zeventiende eeuw, tijdens de barok.”
Dramatisch
Ook de protestanten onderling hadden geen eensluidende visie op beeld. Lutheranen gingen er veel soepeler mee om dan calvinisten, volgens Prins. Daarnaast staat iconoclasme oorspronkelijk voor het vernielen van afbeeldingen binnen de eigen gelederen.
“In de achtste eeuw sneden de Byzantijnen op die manier in hun eigen vlees. Dat maakt iconoclasme zo dramatisch.” Daarom geeft het volgens hem geen pas de term te betrekken op de Deense cartoonrellen en Van Goghs film. Prins erkent dat ook anderen het begrip breder trekken. Toen moderne kunstenaars figuratie vervingen door abstractie, werd dat ook als een vorm van iconoclasme beschouwd.
Heilig Vuur
Dat Lütticken de terugkeer van religie ter discussie stelt, juicht Prins toe. Hij denkt eveneens dat de aandacht voor religieus fundamentalisme in de media, vooral voor dat van moslims, dit beeld heeft geschapen. Ook in de moderne kunst - een graadmeter voor de samenleving - is religie nog even marginaal als twintig jaar geleden, volgens hem.
De tentoonstelling ‘Heilig Vuur. Religie en spiritualiteit in de moderne kunst’ in De Nieuwe Kerk in Amsterdam zou aansluiten bij de media-aandacht voor religie. “Jammer dat hier enkel uit de collectie van het Stedelijk is geput. Daardoor is het verhaal dat de expositie wil vertellen, niet altijd gekoppeld aan het beeld.”
Trend
Lütticken probeert met kunst bij zijn bezoekers twijfel te zaaien over de comeback van religie. Het Stedelijk Museum laat in De Nieuwe kerk met circa tachtig topstukken uit zijn collectie juist zien dat religie springlevend is. Daarmee haakt het Stedelijk aan bij een trend in de media, volgens Lütticken.
Publiekelijk kritiek geven op de expositie vindt hij een ‘hachelijke zaak’. “Men zou het kunnen opvatten als kritiek van iemand die zelf een ander soort tentoonstelling heeft gemaakt.” De expositie over moderne kunst en religie Traces du Sacré (Sporen van het Heilige) in Parijs noemde Lütticken eerder in kunsttijdschrift Metropolis M een ‘quasi-encyclopedische grabbelton over allerlei vormen van religie in relatie tot moderne kunst.’
Religie hot
Ook kunstenaar en kunstdocent Rinke Nijburg ziet religie niet wedergekeerd. Nog niet. Wel putten zijn studenten vrijelijk uit de symboliek van verschillende religies, zónder afkeuring uit het kunstmilieu. “Dat was vroeger anders”, weet Nijburg, bij wie religie als rode draad door zijn werk loopt. Nu religie hot is, verwacht hij dat meer kunstenaars zich serieuzer met dit thema gaan bezighouden. Al was het alleen maar uit commercieel oogpunt.
De expositie Heilig Vuur vindt hij een goed initiatief, omdat het de combinatie kunst en religie onder de aandacht brengt: “Het werd tijd.” Maar hij verdenkt de organisatie wel van enig opportunisme. En de samenstelling van de geselecteerde werken slaat hij door de beperking tot de eigen collectie van het Stedelijk niet erg hoog aan.
Diamanten schedel
Dat mensen op Heilig Vuur afkomen, is een teken aan de wand, volgens Jos de Mul, hoogleraar wijsgerige antropologie. De kredietcrisis gaf de interesse in het spirituele in de kunst een impuls, zegt hij. Beeldende kunst, film en literatuur zijn altijd al het terrein geweest van de zoektocht naar antwoorden op grote vragen. En de media duiden kunst steeds vaker spiritueel, meent de hoogleraar.
Ze vergeleken de met diamanten bedekte schedel van kunstenaar Damien Hirst met vanitasstillevens, die vergankelijkheid symboliseren. De peperdure schedel laat zien dat zelfs de meest exorbitante rijkdom onze sterfelijkheid niet wegneemt. De Mul denkt echter dat media een trend kunnen uitvergroten maar niet ontketenen. “Als mensen er geen zin in hebben, doen ze niet mee.”
Kredietcrisis
In de tentoonstelling van Lütticken ziet De Mul een bevestiging van Hegel’s voorspelling dat kunst steeds minder zintuiglijk wordt en vaker ideeën zal willen uitdrukken. “De wetenschap probeert kunst en religie te verklaren. Tentoonstellingscatalogi worden dikker en kunstwerken zijn slechts aanleiding voor geleerde betogen van makers en kunstcritici.”
De tol die de kredietcrisis eist, zou de mens als zingevend wezen een boost geven en hem weer richting tentoonstellingen als Heilig Vuur drijven. Maar een terugkeer van traditionele religie in West-Europa is volgens De Mul met de nog immer voortschrijdende secularisering niet aan de orde. Net zo min als Prins, Lütticken en Nijburg dit zagen gebeuren. Niet in de maatschappij en dus niet in de kunst. “Maar,” zegt De Mul, “spiritualiteit, religieus of niet, is van alle culturen en het beeld speelt daarin meestal een hoofdrol.”
Niet iedereen begrijpt de boodschap
‘Heel teleurstellend’ vond kunstcriticus Wouter Prins de expositie van het project The Return of Religion and Other Myths. Prins vindt dat de tentoonstelling lijdt onder de ‘doorgeschoten associatiedrift’ van maker Sven Lütticken. Die zou volgens hem leiden tot onmogelijk te maken gedachtesprongen voor bezoekers.
In kunsttijdschrift Lucasx noemde Prins deze expositie die de vermeende terugkeer van religie onderzoekt, theoretisch te breed en beeldend te mager opgezet. Te gezocht, de lijntjes van kunst naar theorie te fragiel.
Ook NRC was niet gecharmeerd van de tentoonstelling en noemde haar een ‘saai en didactisch geheel van objecten die nergens als zelfstandige, beeldende werken tot hun recht komen. Kunstwerken gekozen om een theoretisch betoog te illustreren.’
Jip en Janneke
Lütticken beaamt de noodzaak van gedachtesprongen. “Het is een essayistische en commentariërende tentoonstelling. Met de relaties die we tussen afbeeldingen en objecten leggen, nodigen we bezoekers uit om er zelf over na te denken. Daar hebben sommigen niet zo’n zin in. Toch is deze expositie over religie even legitiem als de groteren die alles wat meer met de paplepel ingieten. Alleen accepteert niet iedereen dit. Intellectueel? Inderdaad, maar ik zal niet jeremiëren over de Jip en Janneke-cultuur in Nederland. Daar word ík soms een beetje moe van.”
Het boek van Sven Lütticken, Idols of the Market: Modern Iconoclasm and the Fundamentalist Spectacle, verschijnt in april. De tentoonstelling ‘Heilig Vuur. Religie en spiritualiteit in de moderne kunst’ loopt t/m 19 april 2009.
Eerder gepubliceerd in Trouw en op Trouw Meer!
Trackback link:Zet Javascript aan om een Trackback URL te genereren