Beetje Darwin, beetje God
16 10 09 - 20:12Vorig voorjaar was het de tentoonstelling ’Cold Turkey’. Deze lente exposeren de Vrienden van Job intiemer en filosofischer. Ze willen niet die jongens zijn die de rk-kerk restaureren.

’Je gelooft toch niet, hè?” Toen Rinke Nijburg op de kunstacademie enthousiast Jezus begon te schilderen was dat het commentaar van zijn docent.
We schrijven jaren tachtig. In de literatuur en muziek heeft religie haar plek altijd behouden, maar in de beeldende kunst is ze ’eruit geschoffeld’, aldus Nijburg.
Griezelig
Dat zat hem en twee bevriende kunstenaars dwars. Samen met Jan Meijering en Wout Herfkens richtten hij in 2000 De Vrienden van Job op. De stichting wil ervoor zorgen dat kunstenaars zich niet meer hoeven te schamen voor religieuze beeldtaal in hun werk. Meijering heeft zich inmiddels teruggetrokken. „Toentertijd noemde men ons rechts en reactionair. Griezelig, mijn haren gingen ervan overeind staan.”
In zijn werk is Nijburg (1964) allerminst reactionair. Voor inspiratie put hij vrijelijk uit bronnen van exotische religies als het hindoeïsme. „Hoe meer goden, hoe beter.”
Tegen homo's
Dat de stichting bij oprichting hard nodig was, bleek uit het eerste project van de Vrienden. Ze transformeerden het kunstcentrum De Gele Rijder in Arnhem voor een maand tot een rooms-katholieke ’Schuilkerk voor een dakloze god’. De ruimte werd zelfs gewijd door de deken van Arnhem. Nijburg vertelt over ’slaande ruzies’ met mensen die vonden dat dit niet kon, omdat de rk kerk tegen homo’s zou zijn.
Diepe haat
Kunstprofs zegden hun lidmaatschap van de Gemeenschap Beeldende Kunstenaars op, een Gelderse vereniging. „Ze waren zo blij dat God dood was en dachten: nog een paar oudjes in de kunstwereld en dan zijn we ervan verlost. Maar dan beginnen er weer een paar met religieus geïnspireerde kunst. Je kunt je niet voorstellen hoe diep die haat zit. Maar het is hun haat, niet de mijne.” Nijburg begrijpt het wel. „Dachten homo’s net hand in hand over straat te kunnen lopen, worden ze in elkaar getimmerd door moslimjongeren. Dat wil ik ook niet terug.”
Zes dagen?
Ook een jaar later, in 2001 tijdens de expositie ’7 Goede Dagen’ in Nijmegen, kreeg Nijburg vragen. Zeven kunstenaars kregen de opdracht een scheppingsdag te verbeelden. De Vrienden van Job herschiepen de rustdag. „Maar Rinke, de Aarde kan toch niet in zes dagen geschapen zijn, vroegen mensen. Waarom kan dat niet, vroeg ik hen dan. Maar maakt het wat uit of onze planeet in zes dagen of zes miljard jaar ontstaan is? De schepping blijft wonderbaarlijk.” De echte vraag is volgens hem of alles wel of niet in zinvol verband met elkaar staat.
Dat hedendaagse kunstenaars zo weinig met de rijke rooms-katholieke beeldtraditie doen, vindt Nijburg verbijsterend. „Waarom zou je je roots verloochenen? „ Hij denkt aan de vakanties met zijn ouders in zuidelijker Europese landen. En aan boeken over kunstgeschiedenis. „Als je onze erfenis ziet en die boeken openslaat, dendert er bijna twintig eeuwen westerse beeldtraditie over je heen.”
Insecten
Toch hebben de Vrienden van Job liever niet dat men hen ziet als die jongens die de katholieke kerk willen restaureren. Daarom begeven ze zich ook op filosofisch pad. Hun huidige tentoonstelling Tableau Mort is een stap in die richting. In gipsen tegels vervaardigd door Wout Herfkens, graveerde en schilderde Nijburg verschillende insecten. Soms op menselijke lichaamsdelen, als waren het tatoeages.
„Insecten zijn zo ongelooflijk wonderbaarlijk. Het is onvoorstelbaar hoeveel kleurschakeringen er per beestje bestaan. Maar ook hoeveel soorten. En hoeveel soorten er ooit waren”, vertelt Nijburg. In het jaar van Darwin scheppen de Vrienden nieuwe varianten als pleidooi tegen het uitsterven.
Oerverlangen
Toch kan Nijburg het niet laten om een link te leggen naar religie. Hij ziet in het verdwijnen van de soorten ook een afname van het aantal goden in de wereld. Religie is volgens hem een menselijke behoefte, een ’oerverlangen’. Welke godsdiensten die goden vertegenwoordigen kan hem niet schelen, zolang de verwondering en openheid naar het andere blijft. Hij stoort zich aan de gebruiksdrift in het Westen.
„Als westerlingen alleen datgene uit een godsdienst halen, wat ze kunnen gebruiken, dan verrijken ze enkel het ego.” Terwijl het in religie juist gaat om de ontmaskering van dat ego, denkt hij. „Je hebt een ander of iets anders nodig om jezelf paal en perk te stellen.” Goden kunnen die rol volgens hem prima vervullen.
Kabbalist
Voorheen zocht Nijburg de kern van het leven op neoplatoonse wijze achter de schijn en in de ideeën. Nu zoekt hij haar in de natuurlijke verschijningsvormen. Daarbij houdt hij de uitspraak van een beroemd kabbalist hoog in het vaandel: wanneer je vat wil krijgen op het onzichtbare, moet je zo diep mogelijk doordringen in het zichtbare.
Vriend van Job Wout Herfkens heeft Nijburg een handje geholpen met ’in het nu leven’. „Ik was vooral in mijn hoofd bezig met god en waarheid. Dan lijkt het alsof zij ergens anders zijn, terwijl ze in mezelf en om mij heen wonen.”
Zenboeddhisme
Herfkens liet hem kennismaken met het zenboeddhisme en híj vertelde zijn collega alles over het christendom. Die wilde in Tableau Mort graag een link naar de opstanding van Jezus. Nijburg zag dat niet zitten, maar heeft spijt. „Jezus staat niet toevallig op in het voorjaar, de tijd waarin nieuw leven ontwaakt. Zijn geboorte rond Kerstmis is ook niet voor niks gedaan. Dat is het feest van het terugkerende licht.” Het boeddhisme en christendom gaan volgens hem prima samen. „Waar het wringt, wringt het. Dat moeten we vooral zo laten.”
De ingekerfde insecten op witte gipsplaten van 4 centimeter dik zijn voor Nijburg minder Platoons en meer lichamelijk, dan wanneer het bijvoorbeeld aquarellen waren geweest. „Wout zoekt de stilte in het stoffelijke, zoals het gips.Aardser kan bijna niet. En als je de tegels zo doorschijnend maakt met dat witte gips, dan is het de weerspiegeling van de hemel.”
Fluweel
„Deze zachte gipssoort kun je zo mooi opschuren dat het op fluweel lijkt”, vertelt Wout Herfkens (1962). De eenvoud van de gegoten tegels en hun witheid, hebben voor hem alles met meditatie te maken. „Bij zenmeditatie probeer je zittend op een kussentje in het hier en nu te komen. Je laat gedachten los en wordt zacht en stil in je hoofd.”
Hij richt zich tegenwoordig meer op het christendom omdat deze godsdienst westerse wortels heeft. „Ik geef op de designacademie in Eindhoven les aan studenten van verschillende nationaliteiten en het cliché klopt. Aziaten zijn een ander slag mensen. Rustig, bescheiden en introspectief als hun religies. „Ik zou graag een westers geloof aanhangen. De kerken staan er allemaal al en ik hoef het wiel niet opnieuw meer uit te vinden.”
Kaal protestantisme
Herfkens denkt dat alle religies uit dezelfde bron komen en vraagt zich af waarom we ver zoeken wat misschien wel dichtbij is. „Stel dat het onder regels en misverstanden verborgen ligt, dan hebben we straks het kind met het badwater weggegooid.” Enkele maanden geleden was hij onder de indruk van de rooms-katholieke dienst tijdens de begrafenis van zijn schoonvader. Het protestantisme vindt hij ’kaal.’
Slappen zielen
„Waarom de naam Vrienden van Job?”, vraagt Nijburg. „Het is de Job uit de Bijbel en die vrinden zijn inderdaad de vervelende zeurzakken en betweters die continu tegen Job aan zaniken tot Job en God het zat worden. We vereenzelvigen ons liever met zijn vrienden. Liever losers dan martelaren. Heiligen bestaan wel, maar wij zijn toch eerder de slappen van ziel, de weken met knikkende knieën. Bescheidenheid past ons beter dan heiligheid. Wij voelen ons noch thuis in de kerk noch daarbuiten. Wij zijn eerder nomaden dan pelgrims.”
Nieuwe religieuze kunst: scheppende geniën op zoek naar God en mythe
Normen en waarden keren terug in de moderne kunst, volgens kunsthistoricus Aldwin Kroeze. Hij noemt het de tweede fase van het postmodernisme.
Speelden kunstenaars in de eerste fase vooral spelletjes en wilden ze shockeren met hun werk, nu is het de tijd van grote verhalen en levensvragen. Hij vertelt over de Canadese beeldhouwer Brian Jungen die een prehistorisch skelet maakte van plastic tuinstoelen. „Het doet direct denken aan onze omgang met het milieu.”
Diamanten schedel
En al is kunstenaar Damien Hirst een showman, zegt kunsthistoricus Kroeze, zijn met diamanten bedekte schedel was wel degelijk ook een reactie op hoe we omgaan met onze vergankelijkheid.
Dat religieus geïnspireerde kunstenaars niet alleen kerkbankjes ontwerpen, laat Rinke Nijburg zien, volgens Kroeze. Het is een persoonlijke zoektocht naar zingeving met onder meer traditioneel christelijk beeldmateriaal.
Scheppende genieën
In de tentoonstelling Tableau Mort gaan twee scheppende genieën, Nijburg en Wout Herfkens, op zoek naar nieuwe goden en mythen, meent hij. „Deels verwijzend naar wat is verdwenen, maar ook vooruitblikkend met nieuwe mogelijkheden. Daarmee verheft Tableau Mort zich boven het sprookje van het Verkade-album.”
Herfkens maakte maagdelijk witte, gipsen tableaus. Kroeze: „Ze zien er zacht uit. Je wilt ze aanraken maar dat mag niet.”
Nijburg schiep leven door fossielen in het kwetsbare materiaal te graveren, die hij in verschillende kleurschakeringen beschilderde, zegt Kroeze. „Een beetje Darwin en een beetje God.”
Op 24 april gepubliceerd in Trouw en op Trouws Religie & Filosofie
Trackback link:Zet Javascript aan om een Trackback URL te genereren