’Wat komt daar voor een jong ding?’
05 11 10 - 12:04De eerste baan maakt vaak diepe indruk. Oud-minister van integratie Ella Vogelaar (59) begon als vormingswerker voor jongeren.

"We waren radicale studenten en onze invloed op het beleid van de sociale academie was groot. De toenmalige minister van onderwijs overwoog daarom nog de subsidie voor De Horst in Driebergen stop te zetten. Opwindende tijden, die van de studentenopstanden.
En daarna ging je als vanzelfsprekend iets doen voor het maatschappelijk nut. Ik vond in 1972 een baan in het vormingswerk. We boden jongeren die niet meer naar school gingen maar wel deels leerplichtig waren een programma. Algemene ontwikkeling, sport, hoe solliciteer je, wat zijn je rechten, hoe zit het met je cao. Die programma’s schreven mijn collega’s en ik zelf. We waren een hecht, idealistisch team en trokken continue met elkaar op. Zo ging dat.
Rotzooi trappen
De jongeren waarmee we werkten, kwamen vooral uit sociaal zwakke milieus, hadden problemen op school en hielden wel van stappen of rotzooi trappen. Soms was er gewoon geld nodig in het gezin. We begeleidden intensief in kleine groepen. Deze persoonlijke aanpak verdween toen schooltypen als mts, meao en vormingscentrum fuseerden tot het roc.
Hartstikke blij
Gelukkig zie je intensieve begeleiding van uitvallers hier en daar weer terugkeren. Dat hebben ze ook nodig. We probeerden de jongeren toch naar een beroepsopleiding te krijgen en als dat lukte waren we hartstikke blij. Die kinderen hadden vaak meer in hun mars. Ik herinner me een meisje dat uiteindelijk de opleiding tot kraamverzorgster ging doen; fantastisch.
Flair
We gingen ieder jaar op huisbezoek bij de ouders. We bespraken met hen waarom hun kind zijn of haar schoolopleiding staakte en probeerden de gezinssituatie in te schatten. Zo konden we makkelijker in gesprek raken met de jongeren. Ik verbaas me nu over de flair waarmee ik dit toen deed. Ik was 22 en sprak met hen over hun vijftienjarige zoon of dochter. Ik twijfelde geen moment of ik daarvoor wel genoeg levenservaring had. Misschien dachten zij wel: wat komt daar nu voor een jong ding. Maar zo gaat het nu natuurlijk ook.
Dagelijkse kost
Tijdens mijn eerste baan merkte ik dat werken leuk en inspirerend is. De teamgeest en het enthousiasme waren enorm. Niets lag vast en dat gaf mijn creativiteit alle ruimte. Daardoor zocht ik in latere banen, in de vakbeweging en als minister, eerder naar onorthodoxe oplossingen. Mensen verschuilen zich te vaak achter regels. Als vormingswerker was denken in oplossingen voor mij dagelijkse kost. Daar heb ik nu nog profijt van.”
Gepubliceerd in Trouw en op Trouw.nl
Trackback link:Zet Javascript aan om een Trackback URL te genereren