‘Het leven draait om relaties met de mensen om je heen’

Filosofen

Van anti-religieus activisme is de Brits-Amerikaanse filosoof Philip Kitcher niet gediend. Toch denkt hij dat religie op haar retour is. ‘Ik ben optimistisch over het oplossen van menselijke problemen.’

Wetenschapsfilosoof Philip Kitcher leunt achterover in zijn fauteuil. Met subtiele handgebaren zet hij zijn zachte stem kracht bij. Hij spreekt enthousiast over religie, voor een atheïst. Niet dat Kitcher godsgeloof promoot, integendeel, hij verwacht dat religie zal verdwijnen.

Maar de hoogleraar aan de Columbia Universiteit in New York is geenszins nihilist. Hij zet zijn kaarten op de mens. En dat bracht hem naar Utrecht, waar hij het academisch jaar van de Universiteit voor Humanistiek opent. In een café naast zijn hotel licht de filosoof toe waarom hij niets opheeft met het anti-religieus activisme van atheïsten als gedragsbioloog Richard Dawkins.

U probeert met wetenschappelijke kennis traditionele filosofische levensvragen over bijvoorbeeld moraal en religie te beantwoorden. Werkt dat?

‘Het is een vergeten activiteit in de filosofie. Denkers als Aristoteles, Spinoza en Kant vonden al dat ze de nieuwste wetenschappelijke ontdekkingen moesten betrekken in hun werk. Zij trachtten zo een samenhangend wereldbeeld te scheppen, een principiële taak van ons vakgebied. Maar veel filosofen zijn tegenwoordig met erg kleine problemen bezig. Zo verloren we deels onze missie uit het oog. Ik kijk graag over de schutting bij de natuurkunde, biologie, geschiedenis en literatuur. Wat vertellen zij over de wereld en onze plaats daarin?’

Zal de wetenschap het ultieme antwoord geven?

‘De verschillende disciplines hebben allemaal een ander perspectief op de werkelijkheid. Ik verwacht dat uit de biologie meer aanwijzingen komen over waar we staan in onze evolutionaire ontwikkeling. Maar ook de geschiedenis van onze culturele instituties is erg leerzaam. Religie bijvoorbeeld speelde een krachtige, positieve rol in de samenleving en ontwikkelde met haar mee. De geschriften en rituelen brachten mensen bij elkaar en zorgden voor verdieping in het morele leven. Nog steeds. Religie gaat over gemeenschapsvorming. Leden helpen elkaar en participeren in projecten. Dat hebben we in deze tijd hard nodig. Daarom is het zinloos om zoals Richard Dawkins te roepen dat religie kletskoek is.’

Toch denkt u dat religie verdwijnt.

Ja, waarschijnlijk voegen we de Bijbel uiteindelijk bij meesterwerken als King Lear, de Ilias en de grote Russische romans. Ik zie drie stadia in de ontwikkeling van religie. De primitieve vorm gaat uit van een wezen dat alles heeft gemaakt en neemt de geschriften letterlijk. Aanhangers denken dat hun godsdienst de ware is, anderen zitten ernaast of zijn misleid. Er wordt geweld gepleegd in naam van de leer.

Het tweede stadium betreft de oecumenische religie, die agressie uitgebannen heeft. Toch denken volgelingen nog dat hun religie de juiste is. Christenen menen dan bijvoorbeeld dat moslims en joden slechts een deel van de waarheid kennen. Hindoeïsme en boeddhisme zijn afwijkend en voorouderverering is gek. Veel gelovigen hebben dit stadium bereikt. De volgende fase noem ik verfijnde religie. Aanhangers interpreteren hun geschriften metaforisch. Er is meer tussen hemel en aarde, maar niemand heeft er de juiste woorden voor. Religieuze doctrines zien zij als poëzie die helpt grip te krijgen op wat achter de horizon ligt. Ze houden vast aan het onbenoembare, terwijl het leven toch draait om relaties met de mensen om je heen. Zij zetten niet die laatste stap.’

Omdat een bovennatuurlijke entiteit meer zeggingskracht of autoriteit heeft dan die soms onbetrouwbare ander?

‘De vraag is hoe een God ons helpt. Het leven is eindig, tenzij we onderdeel zijn van een groter plan. Religie projecteert mensen de kosmos ofwel de eeuwigheid in. Ze beantwoordt ons verlangen naar onsterfelijkheid. Maar iets dat groter is dan wijzelf hoeft niet oneindig te zijn, dat is te ambitieus. Noem het menselijkheid. En daaruit komt ook de moraal voort. Veel humanisten menen dat de mens intrinsiek waardevol is. Ik denk dat we die waarde en moraal zelf hebben geconstrueerd in een evolutieproces van zo’n 200.000 jaar.

Primatoloog Frans de Waal ziet de bouwstenen van de moraal terug in het gedrag van chimpansees en bonobo’s, bijvoorbeeld wanneer ze elkaar helpen. Vermoedelijk hebben wij het ethisch systeem met de taal uitgebouwd. Toen konden we gedragsregels formuleren die ons met elkaar verbinden. Ze tilden ons uit boven enkel de momenten dat emoties opspelen. We leerden de belangen van anderen herkennen en als relevant te zien. Zo leven we in relatief stabiele, grote groepen.’

Maakt dat de moraal tot een concreet, onafhankelijk fenomeen?

‘Ze is niet ingebakken in het universum, maar een culturele ontwikkeling, een historisch product. Toen we ermee aan de slag gingen, ontstond een ethisch bouwwerk dat we ons nooit hadden kunnen voorstellen. Zonder deze stap zou onze huidige samenleving onmogelijk zijn. Moraal is niet biologisch van aard, ze wordt een deel van ons door interactie met anderen. We hebben er dus wel ons lichaam voor nodig. We kunnen moraal ook onderzoeken. Maar de taal waarin we haar in de toekomst beschrijven, zal vermoedelijk die van de psychologie zijn. Niet die van de neurowetenschap.’

Als waarden en moraal niet aangeboren zijn, hoe bepalen we die dan?

‘Er bestaat geen complete lijst van leefregels gekerfd in stenen tafelen. Wanneer een probleem opduikt, wisselen de betrokkenen hun standpunten uit aan de hand van de beschikbare informatie erover. Ze komen gezamenlijk tot een oplossing, waarmee iedereen kan leven. Een ethisch systeem is nooit af. We blijven schaven aan oude problemen om moreel vooruit te komen. De kern van die samenwerking is naastenliefde, ook centraal in wereldreligies. Aan het eind van mijn leven zal ik me, vermoedelijk net als gelovigen, afvragen wat ik heb betekend voor anderen. Want daar gaat het om. Ik heb veel moeite met de economische vulgarisering van onze sociale wereld. Alles wordt gereduceerd tot de waarde van geld.’

Daarvoor ziet u de oplossing in een seculier humanisme met grote nadruk op educatie, in de geest van filosoof en pedagoog John Dewey.

‘Inderdaad. Religies waren geweldig goed in het bouwen van betekenisvolle gemeenschappen. Universiteiten zijn ook van die plekken. Studenten proberen uit te vinden wie ze zijn en wat ze willen worden. Wat betekent het om deel uit te maken van een team? Dat levert waardevolle contacten op tussen hen en de professoren. Educatie is belangrijker dan velen beseffen, ook voor onze democratie. In een wereld waar robots de productie overnemen, kunnen meer mensen een serieuze rol spelen in de zorg en het onderwijs voor jongeren. Ik probeer het onderwijsprogramma van Dewey te vertalen naar deze tijd. In onze complexe samenleving duurt leren een leven lang. Nu stoomt het onderwijssysteem vooral klaar voor een baan. En dat is veel te beperkt.’

U bent niet alleen bekend met de onderwijspraktijk, maar ook met de religieuze.

‘Ik groeide op in Groot-Brittannië en zong vanaf mijn vijfde in een kerkkoor. Mijn school had een religieuze basis, net als veel andere Britse scholen, dus ik heb vele kerkdiensten bezocht. Maar ik verloor mijn geloof in in de pubertijd. Later, als niet-gelovig filosoof, probeerde ik de goede en problematische kanten van religie te achterhalen. Humanisten zouden uitbundiger met rituelen aan de gang moeten gaan. Ze mogen daarvoor lenen uit tradities, mits ze de gebruiken zelf verder ontwikkelen. En ik ben warm voorstander van de humanistische geestelijke begeleider.’

Uw seculier humanisme stoelt op de aanname dat menselijke relaties ertoe doen. Dat klinkt als een geloof als het religieuze, maar dan met de mens als stralend middelpunt.

‘De mens staat inderdaad centraal en sommige aannames blijven vooralsnog hypothesen. Maar ik ben optimistisch over het oplossen van menselijke problemen. Onderzoeken we eerst of dat realistisch is of gaan we het gewoon proberen? Ik kies voor het laatste.’

 

Meer lezen over de zinvolle draai aan ons leven? Laat je e-mailadres hier achter.

Van Philip Kitcher verscheen het boek Life after faith: the case for secular humanism, de gebundelde Terry-lezingen die hij gaf aan de universiteit van Yale.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *