Geld is een afgod waarvoor we knielen

Karl Marx

Marx’ gedroomde ondergang van het kapitalisme wordt in deze tijd van crisis onder het stof vandaan gehaald. Zijn levenswerk ’Het kapitaal’ is opnieuw vertaald. Geert Reuten, econoom en Eerste Kamerlid voor de SP, wijst op de zeggingskracht. „Moraal en kapitalisme zijn strijdig.”

De mens losgerukt van zijn eigen maaksels, werkgevers die er vandoor gaan met de winst, daar moet ellende van komen. Karl Marx (1818-1883), die filosofie en rechten studeerde, zag met lede ogen aan hoe de industriële revolutie de arbeidersmassa in bittere armoede stortte. Fabrieken schoten als paddestoelen uit de grond, machines kwamen in handen van een kleine groep gefortuneerden en de arbeiders waren geen baas over hun eigen producten.

Dat leidt volgens Marx tot vervreemding. Loondienst maakt dat de mens zich niet meer betrokken voelt bij zijn werk en omgeving. Hij krijgt weliswaar betaald voor zijn arbeid, maar de meerwaarde, de winst, verdwijnt in de portemonnee van zijn werkgever. En die streeft naar kapitaalvergroting, meer winst en meer efficiency. De technologische ontwikkeling helpt hem daarbij.

Fetisj
Marx had niets tegen technische vooruitgang, maar vond wel dat de productiemiddelen in handen van de arbeiders, de makers, thuishoorden. Daarom hoopte hij dat deze bezitlozen, het proletariaat van Europa, in opstand zouden komen. Zo’n revolutie bleef uit. Marx had niet voorzien dat arbeiders verenigd in vakbonden betere omstandigheden zouden afdwingen en zo meer welvaart. Wel ontrafelde hij de status van geld. Doordat de mens vervreemdde van zijn arbeid en de gemeenschap, kreeg dit betaalmiddel volgens hem een eigen dynamiek en werd het een object van aanbidding, een fetisj.

Fantoom
Dit inzicht is volgens Geert Reuten de belangrijkste boodschap van de eerste drie hoofdstukken van ’Het kapitaal’, Marx’ levenswerk. „Geld is voor ons de maat der dingen”, zegt de Marx-specialist, die naast zijn functie als hoofddocent economie aan de Universiteit van Amsterdam voor de SP in de Eerste Kamer zit. „Geld is geen natuurverschijnsel, we hebben het zelf gecreëerd. Marx vergelijkt het met een zelfgemaakt afgodsbeeld waarvoor we knielen.”

Dit artikel lees je gratis. Wil je me helpen verder te werken aan mijn onderzoek naar zingeving en kwaliteitsartikelen hierover? Doneer dan onderaan een bedrag naar keus.

Maar we aanbidden een fantoom, zegt Reuten. „Geld is denkbeeldig, puur boekhouding die door banken wordt gevoerd. Kijk”, de econoom trekt een biljet van 20 euro uit zijn zak en scheurt het half door. „Over tien jaar bestaat dit niet meer. Wanneer je naar de bank gaat om 100.000 euro te lenen, vraagt hij je om zekerheid. Dat kan een inkomen zijn of een onderpand zoals een eigen woning. De bank schrijft aan de linkerkant van zijn balans een vordering op jou. Aan de rechterkant verschijnt hetzelfde bedrag dat op jouw rekening wordt gestort. Dat geld was er een minuut daarvoor nog niet. Nu kun je aanvoeren dat de bank daartegenover toch spaargelden moet bezitten, maar die komen op dezelfde manier tot stand. Een bedrijf vraagt aan de bank bijvoorbeeld een lening om salarissen uit te betalen. Jij ontvangt dat salaris op je betaalrekening en schuift een deel ervan naar je spaarrekening. Bij de bank.” Als een radertje in dit stelsel hapert, klapt de boel in elkaar.

Geldsysteem lam
Dat is wat in oktober 2008 bijna gebeurde tijdens de kredietcrisis, zegt Reuten. De crisis, veroorzaakt door waardevermindering van hypotheekobligaties in de VS, zorgde internationaal voor grote verliezen bij banken. „Het is niet breed uitgemeten in de pers, maar ons geldsysteem dreigde lamgelegd te worden. Ja, ook in Nederland. Dan kun je dus geen geld meer uit de automaat trekken en niet meer afrekenen bij de supermarkt. Deze situatie kwam dit voorjaar weer dichtbij met de Griekse financiële crisis.” EU-lid Griekenland stevende af op een faillissement, waarna de Europese banken met Griekse staatsobligaties in paniek raakten en elkaar niet meer vertrouwden.

Neem je verlies
De dreiging van een bezweken geldsysteem is doorgedrongen bij westerse politici en economen, denkt Reuten, en er wordt gewerkt aan methoden om het stelsel stabieler te maken. Maar eigenlijk hadden eind 2008 alle banken genationaliseerd moeten worden. „Daar hoef je geen linkse econoom voor te zijn. Bedrijven mogen winst maken in goede tijden, maar als het slecht gaat, draaien we met zijn allen voor de verliezen op. Dat is absurd, het gaat in tegen de logica van het kapitalistisch systeem. Als je failliet gaat, neem je ook je verlies.”
Met genationaliseerde banken vloeit de winst naar de overheid en dus indirect terug naar de burgers, redeneert Reuten. „Daarnaast mogen banken niet failliet gaan, want dan stort het hele economische systeem in.”

Ook Marx had genationaliseerde banken voor ogen toen hij met zijn vriend Friedrich Engels het ’Communistisch Manifest’ schreef. In dit politieke programma uit 1848 voor een communistische partij pleitte hij ervoor productiemiddelen in handen van de staat te geven, te beginnen met de banken. Daarnaast was hij voorstander van gratis onderwijs, progressieve inkomstenbelasting en tegen kinderarbeid, principes die in een sociaal-democratisch programma niet zouden misstaan.

Niet communistisch
„Marx heeft zich in zijn geschriften vrijwel niet over het communisme uitgelaten”, vertelt Reuten. „Hij verstaat eronder dat arbeiders baas zijn over de productiemiddelen. In dit manifest heeft hij het over socialistische beginselen. De Sovjet-Unie was daarom niet communistisch, want de staat bezat de productieketen. Inwoners noemden hun staat dan ook socialistisch. Daarnaast kenden de Sovjetburgers nooit democratie. En als je daar niet mee begint, loopt het altijd fout.” Achter Reuten hangt een afbeelding van Lenin aan een bureau. Boven het hoofd van de eerste Sovjetleider prijken verschillende portretten van Marx. „Grapje van de kunstenaar.”

Revolutie?
Econoom Reuten ziet geen heil in het abrupt nationaliseren van alle productiemiddelen. „Ik ben geen revolutionair. Kijk naar grote revoluties als de Franse in 1789. Die kwam ook niet uit de lucht vallen. Het was een hoogtepunt in een langdurige omwentelingsperiode.” Vooralsnog vindt hij dat naast het bankwezen veiligheid, onderwijs en gezondheidszorg geen speelbal van de markt mogen zijn. De gevolgen voor burgers zijn te verstrekkend. „Een bedrijf kan er geen morele standpunten op na houden, het moet winst maken anders zijn de aandeelhouders niet tevreden. Dat kan uitmonden in dure medicijnen die alleen nog voor welgestelden te betalen zijn, goed onderwijs dat niet meer voor iedereen bereikbaar is of de brandweer die alleen nog uitrukt tegen hoge tarieven.”

Marx heeft zich naast het banksysteem en onderwijs niet uitgelaten over andere sectoren, maar Reuten vermoedt dat hij zijn ideeën hierover zou onderschrijven. Ook het beeld dat aan Marx kleeft als zou het kapitalistische systeem aan zichzelf ten onder gaan, nuanceert de econoom. „Dit beschreef hij nog in zijn ontwerp van ’Het kapitaal’ uit 1859. In een manuscript uit 1863 neemt hij daar afstand van. Hij zag als eerste regelmaat in de conjunctuur; een stijgend economisch welvaartsniveau wisselt een dalende af. Economische crises horen daarbij.

Recessies
In het derde deel van ’Het kapitaal’ noemt hij het zelfhelend vermogen van deze recessies. De efficiëntie van de productie gaat omhoog, waardoor werkeloosheid ontstaat. Er wordt meer gedaan door minder mensen en geld dat in inefficiënte werkmethoden is gestoken, gaat verloren. Doelmatig kapitaal blijft bestaan en zo is de basis gelegd voor een nieuwe economische opgang.”

Karl Marx zag de situatie voor de uitgebuite arbeiders liever anders. Daarvoor wilde hij eerst het kapitalistische systeem doorgronden, waaraan hij zijn leven wijdde. „Hij heeft het als een waanzinnige bestudeerd”, zegt Reuten, die niet graag met hem samengewoond had. „Marx was nietsontziend en daarbij een brompot. Zijn gezin heeft eronder geleden.”

Doodskistje
Reuten vertelt over de jas die Marx verpandde om schrijfpapier te kunnen kopen en het geld dat hij moest lenen om het doodskistje voor zijn overleden kind te betalen. „Terwijl voor hem, na zijn studie filosofie en rechten, een glansrijke carrière aan een universiteit of als advocaat was weggelegd.” De econoom kan deze toewijding wel waarderen. Als wetenschapper is hij echter niet geïnteresseerd in het karakter van Marx. „Wanneer ik de ideeën van een wrede heerser bestudeer, kijk ik ook niet naar zijn eventuele voorbeeldige gezinsleven.”

Ten onder
Aan een blauwdruk voor een nieuwe maatschappelijke orde is Marx nooit toegekomen, als hij zich daaraan al had willen wagen. En volgens hem houdt het kapitalistische systeem zichzelf in stand. Moeten we ermee leren leven en de uitwassen voor lief nemen?

Reuten denkt niet dat het kapitalisme eeuwig blijft bestaan. „De geschiedenis laat zien dat maatschappelijke systemen uiteindelijk ten onder gaan. Denk aan de patriarchale, slaven- en feodale economieën.” Hij verwacht nu in Europa een economische stagnatie. Eerder enkele decennia dan enkele jaren. „Zeker als grootscheepse bezuinigingen doorgevoerd worden. Je gaat bij werkloosheid toch ook niet je schulden aflossen?”

Marx zag de mens als sleutel tot verandering. Reuten: „Hij zei: mensen maken de geschiedenis, maar niet onder omstandigheden die ze zelf verkiezen. Het is een eigentijds dilemma dat draait om de maakbaarheid van de samenleving. Geld kunnen we niet uitgummen. En vooralsnog lijkt het kapitalisme zich door de globalisering uit te breiden.”

De kracht van ’Het kapitaal’ zit hem volgens Reuten niet in recepten voor een oplossing, maar in de spiegel die ons wordt voorgehouden. „Geld beheerst ons leven. Voedingsmiddelen in de schappen van de supermarkt zijn producten die het hoogste rendement opleveren, ongeacht of ze het beste zijn voor gezondheid en milieu. De rest krijgen we niet te zien.

We moeten een balans vinden tussen die rendementsmaat en moraliteit. Moraal is echter een fremdkörper binnen het kapitalisme, tegenstrijdig aan het systeem. Maar ik hou niets voor onmogelijk. Regels kunnen helpen, we hebben tenslotte ook een Keuringsdienst van Waren. En kleine stappen werken het best, want we willen het wel leefbaar houden.”

 

Kapitaal onder het stof vandaan

De Duitse Filosoof Karl Marx (1818-1883 ) leefde in een revolutionaire tijd. De trekkoets verdween, de stoomboot deed zijn intrede en niet lang daarna verschenen de eerste treinen. De wereld werd kleiner. Europa industrialiseerde en opstanden braken uit in Parijs, Wenen en Berlijn.

Marx was een kind van zijn tijd. Als zoon uit een middenklassegezin trok hij zich het lot van de nieuw ontstane, uitgebuite arbeidersklasse aan en raakte betrokken bij socialistische bewegingen. Zijn geschriften ‘Communistisch Manifest’ en zijn levenswerk ‘Het kapitaal’, een theorie over de ontwikkeling van het kapitalisme, bracht wereldwijd mensen in beweging. Een Europese revolutie waar hij op hoopte, bleef echter uit. De bezitlozen ofwel het proletariaat nam de macht niet over van de kapitaalbezitters en legde geen beslag op de productiemiddelen als fabrieken en landbouwgrond. In Oost-Europa stortte het communisme, dat overigens niet helemaal op de ideeën van Karl Marx was gebaseerd, uiteindelijk in. De ideeën van de filosoof leken lange tijd achterhaald, maar nu volgens de Wereldbank de 98e crisis in 25 jaar is toegeslagen wordt Marx weer onder het stof vandaan gehaald. Vorige maand verscheen na 43 jaar een herziene Nederlandse vertaling van Het Kapitaal, evenals een uit het Duits vertaalde biografie.

 

Het Kapitaal, Karl Marx, Uitgeverij Boom. ISBN 9789085068396, 38 euro.

Karl Marx, een eigentijdse biografie, Rolf Hosveld, Uitgeverij Atlas. ISBN 9789045017037, 22,50 euro.

Gepubliceerd in Trouw en op Trouw.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *