Hoe God uit zijn schepping verdween

Met God verloren we een manier van zingeven, meent de befaamde Canadese filosoof en politicus Charles Taylor. Ik vroeg hem onder meer hoe erg dat is.

Taylor leverde een genuanceerde, originele en belangrijke bijdrage aan het debat over religie en secularisatie in de Westerse wereld. Hij won hiervoor in 2007 de prestigieuze Templeton Prize.
Zijn boek ’Een seculiere tijd’ uit datzelfde jaar, ook verkrijgbaar in het Nederlands, vormt een tweeluik met de klassieker ’Bronnen van het zelf’ die in 1989 verscheen. In het eerste deel gaat Taylor op zoek naar de wortels van het moderne ‘ik’. Zijn laatste boek wijdde hij aan de transformatie van religie in de westerse samenleving.

Een bijzondere kracht ervaren we allemaal, volgens de Canadese filosoof Charles Taylor, in situaties waarvan we vinden dat die ons leven verrijken, het meer maken zoals het zou moeten zijn. Het is de spirituele dimensie van het leven. Die kracht, of ‘volheid’, heet bij Taylor God. Taylor is een trouw bezoeker van de rooms-katholieke kerk.

De filosoof is ervan overtuigd dat religie in onze samenleving was, is en altijd zal zijn. Met het idee dat ze na de Verlichting uitgerangeerd raakte, maakt hij korte metten in zijn meesterwerk ’Een seculiere tijd’. Hij neemt daarin de brede betekenis van het begrip secularisatie onder loep. Taylor ziet drie interpretaties: het verdwijnen van God uit het publieke domein, de ontkerkelijking en het loslaten van God als enige mogelijkheid. Vooral de laatste interpretatie houdt hem bezig in zijn boek.

Taylor stelt in zijn laatste werk dat Westerse kerken in voorgaande eeuwen hun leden opdroegen te leven naar het evangelie. Dat moest het niveau van hun geloofsbeleving verhogen. Het pakte anders uit. Ook onderzoek naar God via de natuurwetenschappen ging de verkeerde kant op. De mens redde het uiteindelijk wel zonder Hem.

Hoe kon dit gebeuren?

‘Mensen moesten hun alledaagse leven transformeren. Ze begonnen zich te disciplineren. Hard werken en het gezinsleven werden belangrijk. Zo ontstond een geordende, productieve en vredige samenleving. De oorspronkelijke bedoeling van die discipline verdween op de achtergrond en ze werd een tweede natuur. En met discipline kwam onafhankelijkheid. Dat werd de grote kentering. Leven volgens het evangelie bracht ons een andere waarde en we hadden God of Heilige Geest niet meer nodig. Wanneer mensen merken dat discipline hen ergens brengt, denken ze het alleen te kunnen.’

‘In de jaren zestig van de vorige eeuw waarschuwden sociologen dat de zogenaamde hedonistische mentaliteit die toen de kop opstak, de samenleving zou ondermijnen. Dat gebeurde niet, want de middenklasse was gedisciplineerd genoeg om een goede opleiding te volgen en netjes om negen uur aan de slag te gaan. Die hedonistische levenshouding zie je juist in de arbeidersklasse, bij mensen die het nog niet gemaakt hebben. Kijk naar de destructieve leefwijze in getto’s. Je moet wel heel gedisciplineerd zijn om je aan zo’n leven te ontworstelen.’

U vindt het belangrijk dat het Westen zich bewust is van zijn christelijke wortels. Welk verschil maakt dat voor de huidige samenleving?

‘Het is van groot belang te weten hoe wij in het hier en nu gekomen zijn. Ik begrijp wie ik ben deels door dat verhaal. Als ik het verhaal niet goed vat of vergeet, ken ik mezelf niet. Vanaf de achttiende eeuw begonnen we voor ons gevoel de zaken onder controle te krijgen. Een van de foute verhalen vertelt dat we met dit bewustzijn afstand deden van religie. Natuurlijk hebben we geen kennis van onze wortels nodig om de natuurwetenschap goed te bedrijven, maar wel om menselijke karakteristieken en verlangens in kaart te brengen.’

‘Een misvormd verhaal is ook het nieuwe liberalisme. Het stelt dat mensen calculerende wezens zijn, maar dat is deels hoe we werden in de loop van de tijd. Een ander gebrekkig idee is dat we minder ontwikkelde landen menen te helpen door ze te vertellen hoe het beter kan. Maar wat voor ons werkte, hoeft dat niet voor hen te doen. Zij hebben een ander verhaal.’

Met God in de marge van de samenleving verloren we een manier van zingeven. Die zin komt niet meer als vanzelf ‘van buiten’, we moeten ernaar op zoek. Is dit een probleem?

‘Het is een groot en ook filosofisch, probleem. Bij de constructie van onszelf blijven vragen onbeantwoord. Veel ervaren we niet meer zoals vroeger, de natuur bijvoorbeeld of een hechte gemeenschap. Soms willen we dat ook niet meer. We vergaten wat deze relaties kunnen betekenen en proberen die opnieuw te ontdekken. Daarbij gaan we niet dezelfde wegen terug, maar zoeken we naar equivalenten. De mens zoekt naar vervullingen die hij ooit opzijzette.’

Genoeg opties, dacht ik zo.

‘Het is geen patisserie waar alles ligt uitgestald en je alleen maar hoeft te kiezen’, lacht Taylor. ‘Sommige alternatieven bevredigen ons maar vullen niet de leegte de we voelen.’

U heeft het over het transcendente; ik ken mensen die daar geen boodschap aan hebben en hun hobby’s, familie of werk zingevend vinden. Ze zijn nog gelukkig ook. Kunnen we niet zonder?

‘Veel mensen zijn gelukkig zonder het transcendente. Het gaat er niet om of we er buiten kunnen, de vraag is of we iets groots missen als we ons ervoor afsluiten. Dat is een reële mogelijkheid. Je kunt ook leven zonder het gevoel te hebben tot een solidaire samenleving te behoren, zonder de energie van zo’n gemeenschap. Is dat goed of heb je dan iets verloren?’

Bestaat het transcendente ook zonder de mensheid?

‘Die vraag is alleen indirect te beantwoorden. Wanneer je een sterk besef van transcendentie in je leven hebt, als je er een afspiegeling van zag of een idee hebt van hoe het eruitziet, of het nu binnen of buiten ons is, dan weet je het.’

Bij het transcendente horen waarden die ons eigenbelang ontstijgen. Maar speelt dat eigenbelang ook bij deze waarden toch niet stiekem een rol?

‘Bij deze waarden weet je dat ze goed zijn, zonder je af te vragen of ze je voordeel leveren. Toen president George Bush ooit voorstelde het successierecht af te schaffen, wist ik dat dit plan niet goed was voor het land, terwijl ik er zelf voordeel van zou kunnen hebben. En als een arts met een salaris van twee ton per jaar bijvoorbeeld zijn diensten gaat verlenen in Oost-Congo, profiteert hij niet.’

Hij voelt zich er vast goed door.

‘Dat argument wordt altijd gebruikt, het is dogmatisch. Wanneer een ideaal me inspireert, krijg ik er op bepaalde niveaus een goed gevoel van. Maar dit is niet het belangrijkste. Als arts in Congo kom ik misschien niet heelhuids terug. En heb ik wel twee ton per jaar opgegeven’, grinnikt Taylor.

Het innerlijk werd belangrijker voor Westerlingen en ze gedroegen zich steeds meer als atomen binnen de samenleving.

‘Je hebt altijd uitzonderingen. Maar we waren lid van een gemeenschap waarin het geheel belangrijker was dan ieder van ons afzonderlijk. En onze identiteit en rol maakten onderdeel uit van de orde waarin we een plaats hadden. Dat is veranderd.’

Moeten we van onze eilandjes af komen?

‘We leven in een globaliserende samenleving en hebben met elkaar te maken. Maar we begrijpen anderen niet echt. We beschadigen ze, zonder het ons te realiseren. Het leven draait om de verbinding met die ander en daardoor verrijkt worden. Uiteindelijk is dat een geloofsdaad. Het is vast mijn eigen gevoel voor het transcendente dat nu spreekt.’

Hoe krijgen we ‘ik’ en ‘wij’ weer in balans in de westerse samenleving? Wordt dat niet lastig in een pluriforme samenleving?

‘Nederland, Canada en andere democratieën moeten zich sterk bewust worden van hun kernwaarden, zoals gelijkheid en mensenrechten. Verschillende groepen interpreteren deze gedeelde kernwaarden anders. Mensen hebben ze nodig of ze voelen zich erdoor bedreigd. Dat is een tegenstrijdigheid in het hart van de democratie. Ze sluit iedereen in, maar groepen kunnen elkaar onderling weer uitsluiten en dat kan vervelend uitpakken. Succesvolle multiculturele oplossingen gaan over uitwisseling. Mensen moeten de gedeelde kern begrijpen. Onderhandelen hoort daar soms bij.’

Hier kennen we het dilemma van de moslim die zijn bevallende vrouw niet verlost wil zien door een mannelijke gynaecoloog. Moet de samenleving aan deze wens tegemoetkomen?

‘Nee. In Quebec gebeurt dit ook. We hebben nu richtlijnen om er op een beschaafde manier mee om te gaan. Artsen luisteren beleefd en gaan in gesprek met deze mensen. Wanneer je het uitlegt en hen serieus neemt, zullen ze het accepteren. Die ervaring hebben we al. Ziekenhuispersoneel dat zich bedreigd voelt door een vreemdeling, straalt dat uit en daar gaat het mis. De ander voelt zich afgewezen. Dit bleek uit vele gesprekken die we hadden met betrokkenen. Ik was erg onder de indruk hiervan. Respect tonen en communiceren, dat maakt het verschil.’

Hoe beïnvloedt filosofie uw politieke werk en andersom?

‘Ze beïnvloeden elkaar. Mijn filosofie zou niet zijn zoals ze nu is, zonder de problemen die ik in de politiek tegenkwam. Filosofie verheldert op haar beurt die problemen. De waarden, waarvan ik als politicus zei dat Canada die zocht, had ik niet kunnen omschrijven zonder begrip van het multiculturalisme. Daarnaast kom ik uit Quebec. Daar staan Franse gezinnen aan één kant en Engelse aan de andere kant van de lijn.’

Toen iemand u onlangs vroeg hoe het over tien jaar staat met de secularisatie, vermeed u een antwoord. Ik doe een nieuwe poging.

Taylor barst in lachen uit en toont zich de politicus. ‘Je bent straks teleurgesteld als ik het verkeerd voorspel. Ik denk dat de samenleving religieus pluriformer zal zijn en daarmee geef ik het op. Want wie had gedacht dat de pinksterbeweging zoveel terrein zou winnen?’

En de georganiseerde religie?

‘Kerken blijven want religie heeft een sociale component. Alleen zal de manier waarop de aanhangers leven uiteen gaan lopen. Wat van buiten hetzelfde, oude gebeuren lijkt, wordt van binnen heel verschillend geleefd.’

Wetenschapper, politicus, katholiek

De Canadese filosoof Charles Taylor (1931) was hoogleraar filosofie en politieke wetenschappen in Montreal en hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Oxford. Hij had ook een politieke carrière. De wetenschapper was lid van de Canadese Nieuwe Democratische Partij en was driemaal kandidaat voor het Lagerhuis.

De rooms-katholieke Taylor levert een genuanceerde, originele en belangrijke bijdrage aan het debat over religie en secularisatie in de Westerse wereld. Daarvoor won hij in 2007 de prestigieuze Templeton Prize.

Zijn boek ’Een seculiere tijd’ uit 2007, ook verkrijgbaar in het Nederlands, vormt een tweeluik met de klassieker ’Bronnen van het zelf’ die in 1989 verscheen. In het eerste deel gaat Taylor op zoek naar de wortels van het moderne ‘ik’. Zijn laatste boek wijdde hij aan de transformatie van religie in de westerse samenleving.

Meer lezen over de zinvolle draai aan ons leven? Laat je e-mailadres hier achter.

Beeld: Charles Taylor GNU Free Documentation License. Makhanets

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *