<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<rss version="2.0">
	
	<channel>
		<title>Jolanda Breur</title>
		<link>http://jolandabreur.nl/index.php</link>
		<description>Journalist</description>
		<language>nl</language>
		<managingEditor>post@jolandabreur.nl</managingEditor>
                <copyright>Copyright 2011</copyright>
		<generator>Pivot Pivot - 1.40.6: 'Dreadwind'</generator>
		<pubDate>Mon, 26 Sep 2011 16:08:31 +0200</pubDate>
		<ttl>60</ttl>
		
		
		
		
		<item>
			<title>’Geld is een afgod waarvoor we knielen’</title>
			<link>http://jolandabreur.nl/archive/2011-09-06/’Geld_is_een_afgod_waarvoor_</link>
			<comments>http://jolandabreur.nl/archive/2011-09-06/’Geld_is_een_afgod_waarvoor_#comm</comments>
                        <description><![CDATA[ <br  /><b>Marx’ gedroomde ondergang van het kapitalisme wordt in deze tijd van crisis onder het stof vandaan gehaald. Zijn levenswerk ’Het kapitaal’ is opnieuw vertaald. Geert Reuten, econoom en Eerste Kamerlid voor de SP, wijst op de zeggingskracht. „Moraal en kapitalisme zijn strijdig.” </b><br />
<br />
<p style="text-align:center;"><img src="http://jolandabreur.nl/images/m_copy3.jpg" style="border:0px solid" title="" alt="" class="pivot-image" /></p><br  />De mens losgerukt van zijn eigen maaksels, werkgevers die er vandoor gaan met de winst, daar moet ellende van komen. Karl Marx (1818-1883), die filosofie en rechten studeerde, zag met lede ogen aan hoe de industriële revolutie de arbeidersmassa in bittere armoede stortte. Fabrieken schoten als paddestoelen uit de grond, machines kwamen in handen van een kleine groep gefortuneerden en de arbeiders waren geen baas over hun eigen producten. <br />
<br />
Dat leidt volgens Marx tot vervreemding. Loondienst maakt dat de mens zich niet meer betrokken voelt bij zijn werk en omgeving. Hij krijgt weliswaar betaald voor zijn arbeid, maar de meerwaarde, de winst, verdwijnt in de portemonnee van zijn werkgever. En die streeft naar kapitaalvergroting, meer winst en meer efficiency. De technologische ontwikkeling helpt hem daarbij. <br />
<br />
<b>Fetisj</b><br />
Marx had niets tegen technische vooruitgang, maar vond wel dat de productiemiddelen in handen van de arbeiders, de makers, thuishoorden. Daarom hoopte hij dat deze bezitlozen, het proletariaat van Europa, in opstand zouden komen. Zo’n revolutie bleef uit. Marx had niet voorzien dat arbeiders verenigd in vakbonden betere omstandigheden zouden afdwingen en zo meer welvaart. Wel ontrafelde hij de status van geld. Doordat de mens vervreemdde van zijn arbeid en de gemeenschap, kreeg dit betaalmiddel volgens hem een eigen dynamiek en werd het een object van aanbidding, een fetisj.<br />
<br />
<b>Fantoom</b><br />
Dit inzicht is volgens Geert Reuten de belangrijkste boodschap van de eerste drie hoofdstukken van ’Het kapitaal’, Marx’ levenswerk. „Geld is voor ons de maat der dingen”, zegt de Mar<img src='http://jolandabreur.nl/extensions/emoticons/trillian/e_26.gif' alt='X-S'/>pecialist, die naast zijn functie als hoofddocent economie aan de Universiteit van Amsterdam voor de SP in de Eerste Kamer zit. „Geld is geen natuurverschijnsel, we hebben het zelf gecreëerd. Marx vergelijkt het met een zelfgemaakt afgodsbeeld waarvoor we knielen.”<br />
<br />
Maar we aanbidden een fantoom, zegt Reuten. „Geld is denkbeeldig, puur boekhouding die door banken wordt gevoerd. Kijk”, de econoom trekt een biljet van 20 euro uit zijn zak en scheurt het half door. „Over tien jaar bestaat dit niet meer. Wanneer je naar de bank gaat om 100.000 euro te lenen, vraagt hij je om zekerheid. Dat kan een inkomen zijn of een onderpand zoals een eigen woning. De bank schrijft aan de linkerkant van zijn balans een vordering op jou. Aan de rechterkant verschijnt hetzelfde bedrag dat op jouw rekening wordt gestort. Dat geld was er een minuut daarvoor nog niet. Nu kun je aanvoeren dat de bank daartegenover toch spaargelden moet bezitten, maar die komen op dezelfde manier tot stand. Een bedrijf vraagt aan de bank bijvoorbeeld een lening om salarissen uit te betalen. Jij ontvangt dat salaris op je betaalrekening en schuift een deel ervan naar je spaarrekening. Bij de bank.” Als een radertje in dit stelsel hapert, klapt de boel in elkaar. <br />
<br />
<b>Geldsysteem lam</b><br />
Dat is wat in oktober 2008 bijna gebeurde tijdens de kredietcrisis, zegt Reuten. De crisis, veroorzaakt door waardevermindering van hypotheekobligaties in de VS, zorgde internationaal voor grote verliezen bij banken. „Het is niet breed uitgemeten in de pers, maar ons geldsysteem dreigde lamgelegd te worden. Ja, ook in Nederland. Dan kun je dus geen geld meer uit de automaat trekken en niet meer afrekenen bij de supermarkt. Deze situatie kwam dit voorjaar weer dichtbij met de Griekse financiële crisis.” EU-lid Griekenland stevende af op een faillissement, waarna de Europese banken met Griekse staatsobligaties in paniek raakten en elkaar niet meer vertrouwden. <br />
<br />
<b>Neem je verlies</b><br />
De dreiging van een bezweken geldsysteem is doorgedrongen bij westerse politici en economen, denkt Reuten, en er wordt gewerkt aan methoden om het stelsel stabieler te maken. Maar eigenlijk hadden eind 2008 alle banken genationaliseerd moeten worden. „Daar hoef je geen linkse econoom voor te zijn. Bedrijven mogen winst maken in goede tijden, maar als het slecht gaat, draaien we met zijn allen voor de verliezen op. Dat is absurd, het gaat in tegen de logica van het kapitalistisch systeem. Als je failliet gaat, neem je ook je verlies.” <br />
Met genationaliseerde banken vloeit de winst naar de overheid en dus indirect terug naar de burgers, redeneert Reuten. „Daarnaast mogen banken niet failliet gaan, want dan stort het hele economische systeem in.”<br />
<br />
Ook Marx had genationaliseerde banken voor ogen toen hij met zijn vriend Friedrich Engels het ’Communistisch Manifest’ schreef. In dit politieke programma uit 1848 voor een communistische partij pleitte hij ervoor productiemiddelen in handen van de staat te geven, te beginnen met de banken. Daarnaast was hij voorstander van gratis onderwijs, progressieve inkomstenbelasting en tegen kinderarbeid, principes die in een sociaal-democratisch programma niet zouden misstaan. <br />
<br />
<b>Niet communistisch</b><br />
„Marx heeft zich in zijn geschriften vrijwel niet over het communisme uitgelaten”, vertelt Reuten. „Hij verstaat eronder dat arbeiders baas zijn over de productiemiddelen. In dit manifest heeft hij het over socialistische beginselen. De Sovjet-Unie was daarom niet communistisch, want de staat bezat de productieketen. Inwoners noemden hun staat dan ook socialistisch. Daarnaast kenden de Sovjetburgers nooit democratie. En als je daar niet mee begint, loopt het altijd fout.” Achter Reuten hangt een afbeelding van Lenin aan een bureau. Boven het hoofd van de eerste Sovjetleider prijken verschillende portretten van Marx. „Grapje van de kunstenaar.”<br />
<br />
<b>Revolutie?</b><br />
Econoom Reuten ziet geen heil in het abrupt nationaliseren van alle productiemiddelen. „Ik ben geen revolutionair. Kijk naar grote revoluties als de Franse in 1789. Die kwam ook niet uit de lucht vallen. Het was een hoogtepunt in een langdurige omwentelingsperiode.” Vooralsnog vindt hij dat naast het bankwezen veiligheid, onderwijs en gezondheidszorg geen speelbal van de markt mogen zijn. De gevolgen voor burgers zijn te verstrekkend. „Een bedrijf kan er geen morele standpunten op na houden, het moet winst maken anders zijn de aandeelhouders niet tevreden. Dat kan uitmonden in dure medicijnen die alleen nog voor welgestelden te betalen zijn, goed onderwijs dat niet meer voor iedereen bereikbaar is of de brandweer die alleen nog uitrukt tegen hoge tarieven.” <br />
<br />
Marx heeft zich naast het banksysteem en onderwijs niet uitgelaten over andere sectoren, maar Reuten vermoedt dat hij zijn ideeën hierover zou onderschrijven. Ook het beeld dat aan Marx kleeft als zou het kapitalistische systeem aan zichzelf ten onder gaan, nuanceert de econoom. „Dit beschreef hij nog in zijn ontwerp van ’Het kapitaal’ uit 1859. In een manuscript uit 1863 neemt hij daar afstand van. Hij zag als eerste regelmaat in de conjunctuur; een stijgend economisch welvaartsniveau wisselt een dalende af. Economische crises horen daarbij. <br />
<br />
<b>Recessies</b><br />
In het derde deel van ’Het kapitaal’ noemt hij het zelfhelend vermogen van deze recessies. De efficiëntie van de productie gaat omhoog, waardoor werkeloosheid ontstaat. Er wordt meer gedaan door minder mensen en geld dat in inefficiënte werkmethoden is gestoken, gaat verloren. Doelmatig kapitaal blijft bestaan en zo is de basis gelegd voor een nieuwe economische opgang.”<br />
<br />
Karl Marx zag de situatie voor de uitgebuite arbeiders liever anders. Daarvoor wilde hij eerst het kapitalistische systeem doorgronden, waaraan hij zijn leven wijdde. „Hij heeft het als een waanzinnige bestudeerd”, zegt Reuten, die niet graag met hem samengewoond had. „Marx was nietsontziend en daarbij een brompot. Zijn gezin heeft eronder geleden.” <br />
<br />
<b>Doodskistje</b><br />
Reuten vertelt over de jas die Marx verpandde om schrijfpapier te kunnen kopen en het geld dat hij moest lenen om het doodskistje voor zijn overleden kind te betalen. „Terwijl voor hem, na zijn studie filosofie en rechten, een glansrijke carrière aan een universiteit of als advocaat was weggelegd.” De econoom kan deze toewijding wel waarderen. Als wetenschapper is hij echter niet geïnteresseerd in het karakter van Marx. „Wanneer ik de ideeën van een wrede heerser bestudeer, kijk ik ook niet naar zijn eventuele voorbeeldige gezinsleven.”<br />
<br />
<b>Ten onder</b><br />
Aan een blauwdruk voor een nieuwe maatschappelijke orde is Marx nooit toegekomen, als hij zich daaraan al had willen wagen. En volgens hem houdt het kapitalistische systeem zichzelf in stand. Moeten we ermee leren leven en de uitwassen voor lief nemen?<br />
<br />
Reuten denkt niet dat het kapitalisme eeuwig blijft bestaan. „De geschiedenis laat zien dat maatschappelijke systemen uiteindelijk ten onder gaan. Denk aan de patriarchale, slaven- en feodale economieën.” Hij verwacht nu in Europa een economische stagnatie. Eerder enkele decennia dan enkele jaren. „Zeker als grootscheepse bezuinigingen doorgevoerd worden. Je gaat bij werkloosheid toch ook niet je schulden aflossen?”<br />
<br />
Marx zag de mens als sleutel tot verandering. Reuten: „Hij zei: mensen maken de geschiedenis, maar niet onder omstandigheden die ze zelf verkiezen. Het is een eigentijds dilemma dat draait om de maakbaarheid van de samenleving. Geld kunnen we niet uitgummen. En vooralsnog lijkt het kapitalisme zich door de globalisering uit te breiden.”<br />
<br />
De kracht van ’Het kapitaal’ zit hem volgens Reuten niet in recepten voor een oplossing, maar in de spiegel die ons wordt voorgehouden. „Geld beheerst ons leven. Voedingsmiddelen in de schrappen van de supermarkt zijn producten die het hoogste rendement opleveren, ongeacht of ze het beste zijn voor gezondheid en milieu. De rest krijgen we niet te zien. <br />
<br />
We moeten een balans vinden tussen die rendementsmaat en moraliteit. Moraal is echter een fremdkörper binnen het kapitalisme, tegenstrijdig aan het systeem. Maar ik hou niets voor onmogelijk. Regels kunnen helpen, we hebben tenslotte ook een Keuringsdienst van Waren. En kleine stappen werken het best, want we willen het wel leefbaar houden.”<br />
<br />
<br />
<b>Kapitaal onder het stof vandaan</b><br />
<br />
De Duitse Filosoof Karl Marx (1818-1883 ) leefde in een revolutionaire tijd. De trekkoets verdween, de stoomboot deed zijn intrede en niet lang daarna verschenen de eerste treinen. De wereld werd kleiner. Europa industrialiseerde en opstanden braken uit in Parijs, Wenen en Berlijn.<br />
<br />
Marx was een kind van zijn tijd. Als zoon uit een middenklassegezin trok hij zich het lot van de nieuw ontstane, uitgebuite arbeidersklasse aan en raakte betrokken bij socialistische bewegingen. Zijn geschriften ‘Communistisch Manifest’ en zijn levenswerk ‘Het kapitaal’, een theorie over de ontwikkeling van het kapitalisme, bracht wereldwijd mensen in beweging. Een Europese revolutie waar hij op hoopte, bleef echter uit. De bezitlozen ofwel het proletariaat nam de macht niet over van de kapitaalbezitters en legde geen beslag op de productiemiddelen als fabrieken en landbouwgrond. In Oost-Europa stortte het communisme, dat overigens niet helemaal op de ideeën van Karl Marx was gebaseerd, uiteindelijk in. De ideeën van de filosoof leken lange tijd achterhaald, maar nu volgens de Wereldbank de 98e crisis in 25 jaar is toegeslagen wordt Marx weer onder het stof vandaan gehaald. Vorige maand verscheen na 43 jaar een herziene Nederlandse vertaling van Het Kapitaal, evenals een uit het Duits vertaalde biografie.<br />
<br />
<i>Het Kapitaal, Karl Marx, Uitgeverij Boom. ISBN 9789085068396, 34,90 euro.</i><br />
<br />
<i>Karl Marx, een eigentijdse biografie, Rolf Hosveld, Uitgeverij Atlas. ISBN 9789045017037, 22,50 euro.</i><br />
<br />
<br />
Gepubliceerd in Trouw en op <a rel="external" href="http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/nieuws/article/detail/1120057/2010/07/15/rsquo-Geld-is-een-afgod-waarvoor-we-knielen-rsquo.dhtml" title="">Trouw.nl</a> <br />
<br />
<br />
<br />
<br  /></br> ]]></description>
			<guid isPermaLink="false">109@http://jolandabreur.nl/pivot/</guid>
			<category>Economie, Filosofie</category>
			<pubDate>Tue, 06 Sep 2011 19:02:00 +0200</pubDate>
		</item>
		
		
		
		<item>
			<title>Kiezen voor het kleinste kwaad</title>
			<link>http://jolandabreur.nl/archive/2011-07-14/Kiezen_voor_het_kleinste_kwaad</link>
			<comments>http://jolandabreur.nl/archive/2011-07-14/Kiezen_voor_het_kleinste_kwaad#comm</comments>
                        <description><![CDATA[ <br  /><b>Greenwashing kan apathie oproepen bij consumenten. Maar velen willen weten hoe het precies zit met de producten of diensten van hun keus. En dat is lastig als ze door de bomen het bos niet zien. Deskundigen raden ondernemers aan open kaart te spelen. Ook als het nog niet zo lekker loopt met de duurzame productie of dienstverlening.</b><br />
<br />
<p style="text-align:center;"><img src="http://jolandabreur.nl/images/a.jpg" style="border:0px solid" title="" alt="" class="pivot-image" /></p><br  />Is het een slager die zijn eigen vlees keurt? Consumenten bellen Milieu Centraal met de vraag of de duurzaamheidsclaim op een product wel terecht is. De onafhankelijke organisatie informeert burgers en organisaties op wetenschappelijke basis over milieu en energie. <br />
<br />
<b>50 Keurmerken</b><br />
Het aantal vragen is de laatste jaren fors toegenomen volgens woordvoerder Hans van Dijk. “Duurzaamheid is een breed begrip, waarvoor nog geen sluitende definitie is. De consument heeft veel uit te zoeken en wil echt weten hoe het zit. Er bestaan zo’n vijftig keurmerken die meestal iets zeggen over de eigenschappen van een product, maar niets over de kwaliteit.”<br />
<br />
Consumenten weten volgens Van Dijk vaak niet dat synthetische stof beter voor het milieu is dan katoen . “Het kan langer meegaan, terwijl voor katoen bij de productie veel water en grondstoffen nodig zijn. Ondernemingen moeten hier duidelijk over zijn. Hoe transparanter, hoe beter.”<br />
<br />
<b>Wantrouwen</b><br />
Consumenten vragen meer door, merkt Van Dijk. Of dat wantrouwen is, weet hij niet. “Ze hebben behoefte aan informatie.” Maar ze kunnen zelf vaak meer doen dan fabrikanten kunnen, denkt hij. “Als iemand meer wil weten over de eco-wasbal, zeggen we dat wassen op lagere temperatuur al een stuk milieuvriendelijker is.”<br />
<br />
<b>Kritischer?</b><br />
Het oerwoud van duurzaamheidsclaims, jargon en keurmerken vraagt om overheidstoezicht en educatie van de burger, volgens Arjen Wals, bijzonder hoogleraar (UNESCO Chair) sociaal leren en duurzame ontwikkeling aan de Wageningen Universiteit. “Gebruikers van producten en diensten moeten kritischer worden. Het werkt als bij reclameboodschappen, er is sprake van manipulatie. Daardoor kan de gebruiker moeilijk onderscheid maken tussen gespeelde en gemeende duurzaamheid. En dat is vervelend voor ondernemers die hier serieus mee bezig zijn.”<br />
<br />
<b>Overdreven</b><br />
In de reclame- en marketingwereld wordt van oudsher overdreven, zegt Erik van Erne, directeur van stichting Milieunet. “De consument accepteert dat. Kijk maar eens naar de ingrediënten van een potje gezichtscrème. Namen waar je nog nooit van hebt gehoord. Maar we denken al snel: het zal wel gezond zijn.” <br />
<br />
<br />
<b>Belachelijke claims</b><br />
Met duurzaamheid is er volgens Van Erne iets geks aan de hand. Dan zijn consumenten ineens wél op hun hoede. Dat komt door de ‘belachelijke claims die een kind kan doorzien’. “Wie gelooft het als een autofabrikant roept dat zijn auto’s milieuvriendelijk zijn?” <br />
<br />
Non-profit organisatie Milieunet probeert bewustwording en gedragsverandering in de samenleving te stimuleren als het gaat om onder meer duurzaamheid, milieu en ontwikkelingssamenwerking. Bedrijven bellen Van Erne wel eens met de vraag: hoe snel is ons bedrijf duurzaam als we u inhuren? Dan lacht hij en zegt dat ze eerst moeten begrijpen wat duurzaamheid inhoudt. “Het is een proces dat nooit stopt.” <br />
<br />
<b>Geitenwollen sokken</b><br />
Hij kent grote bedrijven die het goed doen, maar daar niet pontificaal voor uitkomen. “Ze onderbouwen hun duurzame acties goed met feiten en cijfers, maar waren tot voor kort nog bang in de geitenwollen sokkenhoek te belanden. Dat verandert nu.”<br />
<br />
<b>Van de daken</b><br />
Ondernemingen die over de volle breedte volgens duurzame principes werken, mogen dat best van de daken schreeuwen, vindt hoogleraar Wals. “Hoe serieuzer de samenleving duurzaamheid neemt, hoe meer imagoschade je oploopt wanneer het slechts ‘green gloss’ is, oppervlakkige duurzaamheid.” <br />
<br />
Ook Wals denkt dat consumenten uiteindelijk door greenwashing heen prikken, zeker als ze al enig wantrouwen hebben. “Enkel stakeholders zoals aandeelhouders zullen menen dat het bedrijf hiermee goed bezig is.”<br />
<br />
<b>Greenwashen</b><br />
Stefan Romijn raadt sociaal ondernemers voor wie duurzaamheid business is, eveneens aan daar vooral mee naar buiten te komen. “Mits helder en transparant. Dit kun je de klant laten weten op je website, in een brochure, standaard in een paragraaf op offertes of door een duurzaamheidsverslag.” Romijn is consultant bij stichting Stimular, een organisatie die het midden- en kleinbedrijf adviseert bij onder meer duurzaam ondernemen. Hij merkt dat sommige ondernemingen te terughoudend zijn om met hun duurzame activiteiten te koop te lopen. Ze zijn bang van greenwashen beschuldigd te worden. “Als je een paar spaarlampen indraait op kantoor, maar daarnaast bij je productie energie verslindt, raden we natuurlijk af om te communiceren dat je duurzaam bezig bent. Dit doorzien consumenten” <br />
<br />
<b>Lullig dingetje</b><br />
Volgens Romijn is duurzaam werken een visie en moet je erover nadenken bij alles wat je doet. “Waar wil je naartoe? Het houdt niet op met enkele maatregelen. Sommige bedrijven doen hier één lullig dingetje en dumpen gifstoffen in het buitenland. Dat is greenwashen. Of de klimaatneutrale auto van Daihatsu, die enkel klimaatneutraal werd gebouwd. Ze vergaten erbij te vertellen dat hij in het gebruik niet klimaatneutraal was.” <br />
<br />
Ook CO2-uitstoot afkopen door bos te laten aanplanten, zien consumenten vaak als ‘groenwassen’, weet Romijn. “Het is de makkelijke weg, als je verder niets doet aan je uitstoot.” Stimular, onderzoeksbureau CE Delft en Stichting Natuur en Milieu schreven een richtlijn voor bedrijven en gemeenten die klimaatneutraal willen werken en niet beschuldigd wensen te worden van greenwashing. <br />
<br />
<b>Nooit klaar</b><br />
Romijn: “Wanneer je CO2-uitstoot wil compenseren, koop dan goede certificaten. De schade die je aanricht moet binnen vijf jaar hersteld zijn. Het heeft geen zin als het voor jou aangeplant bos binnen een jaar weer gekapt wordt. En neem minimaal energiebesparende maatregelen, ook in je vervoer.” Net als Erik van Erne denkt Romijn dat ondernemers nooit klaar zijn met hun duurzaamheidsslag. “Maar je kunt stap voor stap beginnen.”<br />
<br />
<b>Schade beperken</b><br />
Meestal komt ondernemen neer op de schade zo veel mogelijk beperken, meent Hans van Dijk van Milieu Centraal. “Soms heb je weinig keus. Wij raden aan voor de minst kwalijke werkwijze te kiezen. Bij kleding is het lastig, dus doe er zo lang mogelijk mee.” Daarmee komt de verantwoordelijkheid deels weer bij de klant te liggen. “Zorg wel voor een onderbouwing die mensen kunnen controleren en wees open over wat nog niet goed gaat. Dan sta je sterk.”<br />
<br />
<b>Niet perfect</b><br />
Ook Milieunet directeur Van Erne pleit voor openheid. “Mensen horen liever een verhaal dat klopt, ook al is de boodschap minder rooskleurig. Zeg gewoon dat het nog niet perfect is.” Hij ziet ondernemers zoeken naar wat er niet is: een handboek duurzaamheid. “Doe jij precies wat jouw concurrent doet, vraag ik dan wel eens. Je bent toch onderscheidend? Dat geldt ook voor duurzaam werken. Een blauwdruk bestaat niet.”<br />
<br />
<b>Hersenspoelen</b><br />
Hoogleraar Arjen Wals vindt het triest dat we steeds meer ‘geframed’ worden als consumenten. Jaarlijks wordt wereldwijd ruim 600 miljard euro uitgegeven aan reclame om mensen tot kopen aan te zetten. Vaak krijgen ze valse behoeften aangepraat, meent hij. “Dat is een vorm van hersenspoeling die veel schadelijker is voor milieu en duurzaamheid dan greenwashing. Helaas gaan er jaarlijks maar enkele tientallen miljoenen naar educatie die consumenten kritisch leert kijken en bewust maakt van het belang van duurzaamheid. Alsof een paar mensen zachtjes tegen een orkaan in blazen.” <br />
<br />
<b>Apathie</b><br />
Daarnaast, zegt hij, is veel informatie over duurzaamheid niet eenduidig en dat leidt tot verwarring. “Tel dat op bij de overdaad aan prikkels en de consument staat open voor apathie en machteloosheid. Greenwashing versterkt dat. Het is een dekmantel om bestaande routines en systemen onaangeroerd te laten.  Burgers hebben concrete en duurzame handelingsperspectieven nodig en moeten leren kritisch te kijken naar wat ze steeds wordt voorgeschoteld. Het zuchtje tegenwind dient sterk aan kracht te winnen. Met onze planeet komt het wel goed. Die draait door, met of zonder ons.”<br />
<br />
<br />
Gepubliceerd in <a rel="external" href="http://www.sso.nl/QPQ%2003-2010/" title="">QPQ Magazine</a><br />
<br />
<br  /></br> ]]></description>
			<guid isPermaLink="false">108@http://jolandabreur.nl/pivot/</guid>
			<category>Economie</category>
			<pubDate>Thu, 14 Jul 2011 22:48:00 +0200</pubDate>
		</item>
		
		
		
		<item>
			<title>'Ik had nog nooit een oester geproefd'</title>
			<link>http://jolandabreur.nl/archive/2011-06-30/Ik_had_nog_nooit_een_oester_ge</link>
			<comments>http://jolandabreur.nl/archive/2011-06-30/Ik_had_nog_nooit_een_oester_ge#comm</comments>
                        <description><![CDATA[ <br  /><b>De eerste baan maakt legt de basis voor later. Topkok François Geurds (34) begon als aspergesteker. Zijn restaurant Ivy in Rotterdam ontving zijn eerste Michelinster. </b></br><br />
<br />
<p style="text-align:center;"><img src="http://jolandabreur.nl/images/f_copy2.jpg" style="border:0px solid" title="" alt="" class="pivot-image" /></p><br  /></br>„Op mijn achtste wilde ik later gaan koken. Daarom ben ik direct naar de koksschool gegaan na de middelbare school. Daarna volgde ik een gastronomiecursus, de slagerijopleiding – ik wilde weten waar welk vlees vandaan komt – en management en marketing op hbo-niveau.<br />
<br />
<b>Bijbaantjes</b><br />
Je kan nog zo goed koken, als je deze bagage niet hebt, wordt het niks. Tegelijkertijd had ik bijbaantjes, altijd in de voedselindustrie. Ik stak asperges en werkte in een aardbeien- en champignonkwekerij. Hier werken gaf me het gevoel dicht bij de bron te zijn, het rauwe product. Je leert grondsoorten kennen en dat wat het gewas nodig heeft, essentiële kennis voor een kok. Het begon allemaal echt in restaurant De Hoefslag, in Bosch en Duin.<br />
<br />
<b>Even slikken</b><br />
Ik kwam als 17-jarige leerling terecht in een van de 25 beste restaurants van Nederland. Een geweldige ervaring. Ik werkte er met een bekwame, Zeeuwse chef. Als echte vakman heeft hij me de fijne kneepjes van het vak bijgebracht. Dat is toch heel speciaal. Zijn liefde voor vis was voor mij een openbaring. Hij vroeg me of ik wel eens oesters had gegeten. Ik dacht: ’die rauwe beesten?’, maar liet me niet kennen. Ik moest eraan geloven en dat was even slikken, letterlijk. Toen volgden de verschillende soorten en kwaliteiten tong en maakte ik mijn eerste kreeftensoep, zoals ik dat nog steeds doe.<br />
<br />
<b>Inzet tonen</b><br />
Na De Hoefslag werkte ik in andere toprestaurants. Toch bereik je een Michelinster, die we deze week kregen, vooral door drijfveren. Ik hoorde later dat mijn enthousiasme tijdens het sollicitatiegesprek voor De Hoefslag zwaar had gewogen. Je moet inzet tonen en flink investeren in jezelf. En zonder doorzettingsvermogen kom je nergens in het leven, zeker als ondernemer.<br />
<br />
<b>Alle prijzen</b><br />
Ik werkte vanaf toen meer dan fulltime, vijf dagen per week van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Daarnaast studeerde ik nog anderhalve dag. Daar pluk je op een dag de vruchten van, maar niet meteen. Ons restaurant Ivy is net negen maanden open en we hebben alle prijzen waar we van droomden al gewonnen. De kunst is om de kwaliteit constant te houden met 28 medewerkers. Je moet ze blijven motiveren en ze dingen leren, en altijd in de zaak zijn. <br />
<br />
<b>Hard werken</b><br />
De toekomst? Drie Michelin-sterren ofwel nog een hele lange weg te gaan. Het is hard werken in de horeca en om eerlijk te zijn, rijk word je er niet van. Maar het is mijn passie. Net een ziekte, maar dan een hele prettige.”<br />
<br />
<br />
Gepubliceerd in Trouw<br />
<br />
<br />
<br />
</br> ]]></description>
			<guid isPermaLink="false">106@http://jolandabreur.nl/pivot/</guid>
			<category>Economie</category>
			<pubDate>Thu, 30 Jun 2011 19:00:00 +0200</pubDate>
		</item>
		
		
		
		<item>
			<title>Eerherstel voor Spinoza? Geen sprake van</title>
			<link>http://jolandabreur.nl/archive/2011-06-14/Eerherstel_voor_Spinoza_Geen_s</link>
			<comments>http://jolandabreur.nl/archive/2011-06-14/Eerherstel_voor_Spinoza_Geen_s#comm</comments>
                        <description><![CDATA[ <br  /><b>Op de grootste filosoof die Nederland ooit heeft gehad, Baruch Spinoza, rust sinds 1656 een ban. En dat blijft ook zo, zegt opperrabbijn Jacobs. „Hij heeft zijn denkbeelden toch nooit bijgesteld?”</b><br />
<br />
<p style="text-align:center;"><img src="http://jolandabreur.nl/images/r.jpg" style="border:0px solid" title="" alt="" class="pivot-image" /></p><br />
<br />
</br><br  /><i>Voorpagina Trouw</i><br />
<br  />Amsterdam – Opperrabbijn Jacobs wil de ban die in 1656 is uitgesproken over de Nederlandse filosoof Spinoza niet opheffen. Dat zegt hij in een vraaggesprek met deze krant. Baruch Spinoza bekritiseerde de Thora – een deel van het Oude Testament – en kon niet uit de voeten met een traditioneel godsbeeld. Zijn opvattingen vormden een ’gevaar voor de gemeenschap’, zegt de orthodoxe rabbijn Jacobs. <br />
<br />
<b>Bankroet</b><br />
Volgens historisch onderzoek van de archivaris van Amsterdam, Odette Vlessing, waren niet de wijsgerige traktaten van Spinoza de reden voor de ban die rabbijnen over hem uitspraken, maar een financiële kwestie. Spinoza’s vader was failliet gegaan en diens zoon handelde dat bankroet af op een wijze die in strijd was met joodse regels; Spinoza junior ontdook de regels en werd daarom verbannen, meent Vlessing. <br />
<br />
Volgens Jacobs vormde deze affaire slechts een aanleiding voor de ban; de oorzaak was echt diens filosofische geschriften. Een roep om eerherstel, van de liberale rabbijn Elisa Klapheck, vindt bij Jacobs geen genade. „Ik zie geen reden voor een herroeping van de ban; hij heeft zijn denkbeelden toch nooit bijgesteld?”<br />
<br />
<br />
<b>Opperrabbijn: Spinoza’s ban blijft bestaan</b><br />
<br />
Hij heeft het gedachtengoed van Baruch Spinoza nooit diepgaand bestudeerd, toch heeft opperrabbijn Jacobs naast het joods-zijn iets met de filosoof gemeen. „Mijn vader was opticien en ik sleep wel eens glazen voor hem.” De zeventiende-eeuwer Spinoza was lenzenslijper van beroep. „Glazen en lenzen hebben alles te maken met kijken naar en dus met visie.” Maar daarmee houdt de vergelijking op. Want de visies van beiden lopen uiteen en Spinoza staat in de filosofielessen aan de Talmoedhogescholen niet op het programma.<br />
<br />
<b>Gevaar</b><br />
De Amsterdamse Spinoza (1632-1677) werd zelfs verbannen uit de Portugees-Joodse gemeenschap waarvan hij lid was (zie kader). Recent onderzoek lijkt aan te tonen dat het hierbij ging om een erfeniskwestie, maar opperrabbijn Jacobs weet het nog zo net niet. „Ik ben geen historicus, maar iemand wordt niet zomaar verbannen. En hij was een hoogbegaafd man, niet de eerste de beste. Men zal in hem een gevaar hebben gezien voor de gemeenschap. Zijn ideeën strookten niet met die van het jodendom. Die erfenisaffaire was vast een aanleiding.”<br />
<br />
<b>‘God’ eruit</b><br />
Juist Spinoza’s joodse achtergrond vormde deze bedreiging, volgens Jacobs, zelf afkomstig uit de chabad-chassidische traditie en opperrabbijn van het Inter Provinciaal Opperrabbinaat.<br />
Hij ziet schakels tussen de twee denkwerelden. „Zo ging het ook bij de oude Grieken. Zij vonden het jodendom geweldig en hadden daarom veel Joden in hun achterban. De Thora, de Talmoed, alle geschriften bekeken ze met een wetenschappelijke blik. Ze hadden slechts één kritiekpuntje: het woord ’God’ moest er uit. <br />
<br />
Ze rationaliseerden het jodendom en daarin schuilt het onheil. Dat was minder groot geweest als ze hadden gezegd: we lusten jullie niet. Deze ondermijning van onze religie werkt als een sluipende inflatie. Mensen schrikken pas wakker bij een beurskrach. Als het te laat is.”<br />
<br />
<b>Man met baard</b><br />
Een van de schakels tussen het jodendom en Spinoza’s denken is de visie op God. „Wij zien, net als hij, ook geen oude man met baard op een wolk”, licht Jacobs toe. „Dit is een vertaling naar de menselijke maat, om God te kunnen bevatten. God overstijgt echter ons verstand, dus wat we erover zeggen, klopt niet. Denk aan de leraar die uitlegt dat je met een raket in het oneindige terechtkomt. Dat snappen we, maar eigenlijk snappen we er helemaal niets van.”<br />
<br />
<b>Koosjer</b><br />
Anders dan Spinoza, geloven traditionele joden toch in een persoonlijke God die iets van hen wil en contact heeft met de wereld. „Hij verwacht dat we op een bepaalde manier leven, zonder dat we dit altijd begrijpen”, vertelt Jacobs. „Je kunt je afvragen of het belang van koosjer eten niet een beetje te klein is voor zo’n entiteit als God. Maar op dat moment ben je hem al aan het vermenselijken, verkleinen. <br />
<br />
Spinoza gelooft wel in een Schepper, want de wereld is er. Hij begint irrationeel, maar rationaliseert de rest van het verhaal. Dat heeft niets meer met de joodse leer te maken. Hij koppelt de mens los van de Allerhoogste.”<br />
<br />
<b>Absoluut vrij</b><br />
Zowel in het jodendom als in Spinoza’s leer speelt het verstand een grote rol. Met de rede kunnen we pogen onze emoties te sturen. De vrijheid om voor het goede te kiezen is bij Spinoza echter beperkter. Die is afhankelijk van wat de natuur je heeft meegegeven en deze mogelijkheden zijn met het verstand te achterhalen. Volgens de joodse leer is de mens absoluut vrij om te kiezen welke weg hij inslaat, alhoewel God bij voorbaat weet wat het wordt.<br />
<br />
<b>Twijfel</b><br />
De joodse traditie geeft weliswaar alle ruimte om te discussiëren, maar aan axioma’s valt niet te tornen. En daaraan maakte Spinoza zich schuldig. Hij twijfelde onder meer aan de goddelijke oorsprong van Thora en Bijbel en een hemels plan voor de wereld. Jacobs: „Onze wetten zijn niet zwart-wit. Ik ben chassidisch, de opperrabbijn van Amsterdam duidelijk niet. <br />
<br />
Toch twijfel ik niet aan de correctheid van zijn rabbinale uitspraken. We gebruiken immers hetzelfde systeem. En dan kan het best gebeuren dat hij in zijn afwegingen tot andere oplossingen komt. Zoals twee bekwame artsen verschillende therapieën kunnen voorschrijven. Maar als je, zoals Spinoza, niet gelooft dat God zich met van alles bemoeit, val je buiten het systeem.” <br />
<br />
<b>Verloochenen</b><br />
Daarmee beperkt de traditie ook de vrijheid van meningsuiting. Want je mag alles zeggen, zolang je anderen niet aanzet tot haat en ongeloof. God is onlosmakelijk verbonden met de mens. Zodra je Hem verloochent, misken je je naasten, aldus de opperrabbijn. Jacobs kent zelf geen mensen uit zijn gemeenschap die werden verbannen. „Het kwam en komt zelden voor.” Wel wordt er druk uitgeoefend op leden, bijvoorbeeld wanneer iemand weigert mee te werken aan een echtscheidingsprocedure en daardoor een ander schade berokkent.<br />
<br />
Toch maakt het onheil dat Spinoza’s ideeën zouden brengen, hem nog geen slecht mens, benadrukt Jacobs. „Dat werkt in het christendom anders. Als een christen zich niet aan de wet houdt, is hij al snel een zondaar. In het jodendom is het naleven van de wet niet zo sterk gekoppeld aan goed en kwaad. Een verbanning zegt dus niets over het goed of slecht zijn van de persoon.”<br />
<br />
<b>Belediging</b><br />
Bannelingen kunnen boete doen om hun verbanning op te heffen, iets wat Spinoza nooit deed. Wordt het na ruim 350 jaar geen tijd voor de joodse gemeenschap om hun beroemde zoon symbolisch weer in de armen te sluiten en de verbanning op te heffen? „Dat is niet aan mij”, meent Jacobs. „Hij was lid van het Portugees-Israëlitisch Kerkgenootschap. Maar het zou een belediging zijn voor de gemeenschap en haar rabbijnen van toen. Het getuigt niet van respect voor hun beslissing. Ikzelf zie geen reden voor een herroeping; hij heeft zijn denkbeelden toch nooit bijgesteld?”<br />
<br />
<br />
<b>Archivaris Amsterdam: Banvloek Spinoza om gerommel met een faillissement, niet om zijn ideeën</b><br />
<br />
Spinoza overtrad Joodse civiele wet In 1656 spraken de leiders van de Portugees-Joodse gemeenschap waarvan Spinoza deel uitmaakte een banvloek over hem uit. Om zijn ketterse ideeën, zo wordt aangenomen. Maar dat ziet Odette Vlessing, archivaris bij het Amsterdamse Stadsarchief, anders. <br />
<br />
<b>Gerommel</b><br />
Zij denkt dat het om de failliete boedel van zijn vader ging. Toen deze Joodse handelaar in zuidvruchten overleed, koos de zoon voor het Hollandse civiele recht om van de nagelaten schuld af te komen. Daarmee overtrad hij de Joodse (civiele) wet, die afweek van het stadsrecht. De ban betekende onder meer dat men geen documenten van Spinoza’s hand meer mocht lezen. ’Documenten’ is steeds vertaald als ’gesc h r i ft e n ’, zegt Vlessing, alsof Spinoza’s filosofische geschriften taboe waren verklaard. Maar er is niets bekend over diens traktaten uit die tijd. Pas in 1661 schrijft hij er globaal over aan een vriend. Een andere vriend vertelt hij niet veel later in een brief over zijn filosofische ideeën.<br />
<br />
<b>Schuldeiser</b><br />
Vlessing denkt dat de ban met ’documenten’ aktes beoogde die Spinoza via het gerecht of een notaris had laten opmaken om het faillissement te ontlopen. Hij was naar de Hoge Raad van Holland gestapt om te melden dat hij nooit zijn erfdeel uit de nalatenschap van zijn moeder had gekregen. Hij wilde hiermee bereiken een bevoorrecht schuldeiser te worden. Ook liet hij zich alsnog als minderjarige onder de Weeskamer plaatsen, een Amsterdamse instantie die weduwen en wezen beschermde. Daarmee kon hij afzien van de erfenis van zijn vader en was hij niet meer verantwoordelijk voor de schulden en voor zijn eigen handelen na de dood van zijn vader. <br />
<br />
Uit de registers van de Wisselbank blijkt nu dat Spinoza een aantal betalingen aan schuldeisers deed. Ook tonen de notariële aktes aan dat hij niet tot een overeenkomst met de crediteuren wilde komen: hij beriep zich immers op zijn minderjarigheid. Als meerderjarige zou hij om die reden ook in de protestantse kerken uitgesloten zijn van het avondmaal.<br />
<br />
<b>Banvloek</b><br />
Binnen het Joodse recht kon hij zich op 23-jarige leeftijd niet minderjarig laten verklaren, binnen het Hollandse recht wel. Een juridisch steekspel met de Joodse leiders volgde en uiteindelijk spraken zij de banvloek uit. In het archief vond Vlessing geen stukken die duiden op een rol van het stadsbestuur bij de verbanning van Spinoza. Het lijkt haar ook niet aannemelijk. Het bestuur liet de Joodse gemeenschap oogluikend toe zelf haar problemen op te lossen, zolang het niet om halszaken zoals moord ging. Waarom zou het zijn eigen wetten ondermijnen door een burger af te vallen die van deze wetten alsnog gebruikmaakt?<br />
<br />
<b>Geen berouw</b><br />
Banvloeken werden in de Joodse gemeenschap vaker uitgesproken, maar de getroffenen kregen altijd de kans om het tij te keren en boete te doen. Spinoza deed dat niet. De ban werd daarom nooit opgeheven. ’Ketters’ hebben vaak vanuit een ’godgedreven inzicht’ gehandeld”, meent de liberale rabbijn Elisa Klapheck. „Mensen als Luther of Spinoza brachten de geloofsgemeenschap door hun gedurfde manier van denken verder dan denkers die conformistisch waren.”<br />
<br />
<b>Crisis</b><br />
„Als er iemand eerherstel verdient, is hij het wel”, zegt Klapheck, speelster in Tr o u w ’s Theologisch Elftal, over Spinoza. „Hij kon, na lezen van Griekse filosofen, niet meer geloven dat God rechtvaardig was. Laten we zeggen dat hij in een persoonlijkheidscrisis terechtkwam. Hij is door rabbijnen in de ban gedaan maar nog altijd wordt hij geciteerd. Zijn stem klinkt nog steeds.”<br />
<br />
<b>Vrijheid</b><br />
„Spinoza ontwikkelde vanuit het Oude Testament ruimte voor een seculier jodendom en legde zo de basis voor het moderne, democratische Europa, waar ook godsdienstvrijheid heerst. Zo profiteren ook orthodoxe joden nu van de inzichten van Spinoza. Het is alleen de vraag wie die ban nu zou moeten opheffen. Dat moeten moderne joden gezamenlijk doen door Spinoza’s denken in de joodse traditie te herintroduceren.”<br />
<br />
<br />
<br />
<b>Naam Galilei gezuiverd, Luther wacht nog</b><br />
<br />
Tegen reformator Maarten Luther heeft de rk kerk in de zestiende eeuw een banvloek uitgesproken. In de volgende eeuw trof de verketterde wis- en natuurkundige Galileo Galilei dat lot bijna. Inmiddels laat paus Benedictus XVI doorschemeren eerherstel voor Luther een goed idee te vinden. In 1992 heeft zijn voorganger Johannes Paulus II de naam van Galilei al gezuiverd.<br />
<br />
<br />
Gepubliceerd in Trouw en op <a rel="external" href="http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1161082/2009/10/06/Opperrabbijn-Spinoza-rsquo-s-ban-blijft-bestaan.dhtml " title="">Trouw.nl</a><br />
<br />
<br />
<br />
<br  /></br> ]]></description>
			<guid isPermaLink="false">105@http://jolandabreur.nl/pivot/</guid>
			<category>Filosofie, Religie</category>
			<pubDate>Tue, 14 Jun 2011 17:48:00 +0200</pubDate>
		</item>
		
		
		
		<item>
			<title>Enkel de euro maakt niet gelukkig</title>
			<link>http://jolandabreur.nl/archive/2011-05-02/Enkel_de_euro_maakt_niet_geluk</link>
			<comments>http://jolandabreur.nl/archive/2011-05-02/Enkel_de_euro_maakt_niet_geluk#comm</comments>
                        <description><![CDATA[ <br  /><b>De economische crisis doet mensen twijfelen aan het Westerse geldsysteem. Moeten we het niet over een andere boeg gooien? De experts zien onze euro niet zomaar verdwijnen. Toch denken ze dat andere, al bestaande systemen een grotere rol gaan spelen.</b><br />
<br />
<p style="text-align:center;"><img src="http://jolandabreur.nl/images/e_copy2.jpg" style="border:0px solid" title="" alt="" class="pivot-image" /></p><br  />Filosoof Karl Marx zei het al: ons geldsysteem is de bron van het kwaad. Het vervreemdt mensen van hun werk, hun voortbrengselen én andere mensen. Daarnaast kent geld kwaliteit toe aan zijn bezitters. Heb je er veel van, dan deed je vast iets goed en ben je succesvol. Zo komt kwaliteit gelijk te staan aan kwantiteit. Door de laatste economische crisis zijn meer mensen gaan twijfelen aan het Westerse muntstelsel. Het stof wordt van Marx en zijn levenswerk Het Kapitaal afgeblazen. Onlangs verscheen een herziene vertaling en een biografie. Moeten we op zoek naar een alternatief voor ons systeem?<br />
<br />
<b>Instabiel</b><br />
“Nee”, zegt Bernard Lietaer, hoogleraar economie, ex-topmanager van de Belgische Nationale Bank en auteur van het boek Het Geld van de Toekomst. “Dat lost het probleem niet op. Een systeem zonder diversiteit is instabiel.” En dat is volgens hem nu juist de zwakte van ons huidige muntstelsel. “Het is als een monocultuur in de landbouw, slechts gespecialiseerd in één product. Wanneer je alleen aardappelen verbouwt en de oogst wordt verwoest door een aardappelziekte, dan heb je crisis. Zoals de recente economische teruggang. Zonder het huidige systeem hadden we geen industriële revolutie gehad, maar de crisis van 2008 was volgens de Wereldbank de 98e in 25 jaar.”<br />
<br />
<b>Geheid problemen</b><br />
Aanvullende systemen voor verschillende doelen bieden uitkomst, denkt Lietaer. “Geld zorgt bijvoorbeeld niet voor gemeenschapszin. Integendeel. Leg bij een willekeurige familie<br />
één miljoen euro op tafel en kom na een week terug. Dan zijn er geheid problemen. Geld veroorzaakt 90 procent van moeilijkheden binnen families. Daarnaast ontstaat er ook geen relatie als je een pak melk koopt in de supermarkt. En wat krijg je liever van je partner, 100 euro of een mooi, persoonlijk cadeau?”<br />
<br />
<b>Eco-economie</b><br />
Voor gemeenschapszin of bijvoorbeeld een beter milieu zijn andere stelsels geschikter, stelt Lietaer. “Overheden pakken de milieuproblematiek nu op twee manieren aan: met maatregelen en subsidies. Het nadeel van regulering is dat de lobby’s altijd klaar staan om hier een stokje voor te steken. En voor subsidies is steeds minder geld. Deze hindernissen zijn te omzeilen door een nieuwe munteenheid. Laten we die de eco noemen. Stel dat de stad Amsterdam deze munt uitgeeft en haar inwoners jaarlijks een bijdrage van 100 eco vraagt, per huishouden. De inwoners kunnen eco’s verdienen door milieuvriendelijke activiteiten te verrichten.” <br />
<br />
<b>Eco's verdienen</b><br />
De econoom noemt energie besparen, de bus nemen en de auto laten staan of een ecologisch groententuintje op het dak van je woning. De stad  stelt aan de hand van het aantal huishoudens en het soort activiteit een lijst op met eco-waarden. “Bijvoorbeeld 1 eco voor 1 kWh aan energiebesparing of een eco voor 1 m2 ecologische tuin.” Medewerkers van een lokale organisatie lichten de inwoners voor en controleren of die vierkante meters tuin er daadwerkelijk zijn. Zij verdienen op die manier eco’s. Daarnaast kan de gemeente weekenden organiseren waarin Amsterdammers de stad schoonmaken. En ook daarmee vallen eco’s te verwerven. <br />
<br />
<b>Benzineslurpend</b><br />
Maar er zou handel kunnen ontstaan in deze aanvullende munteenheid. Een inwoner heeft geen zin in de activiteiten en wil zijn benzineslurpende auto best even aan de buurman met een verantwoord groentetuintje uitlenen. Tegen eco’s. Geen probleem, zegt Lietaer. “Dit is de economie van de eco. Je kunt ze kopen en verkopen, daar bemoeit de stad zich verder niet mee. De buurman kan wel 200 m2 tuin hebben en daarmee 200 eco verdiend. De jaarlijkse bijdrage aan de stad is 100 eco, dus hij kan de helft van zijn eco’s missen.” Voor de stad, legt de econoom uit, is het belangrijk dat die 200 m2 tuin er zijn. Wie daar voor zorgt, doet er niet toe. Hij benadrukt wel dat de stad geen eco’s kan innen bij mensen die niet ecologisch actief kunnen zijn, zoals fysiek beperkten.<br />
<br />
<b>Prehistorie</b><br />
Dit eco-stelsel kan, naast de traditionele munteenheid, ook landelijk en zelfs internationaal worden ingevoerd. Dat geldt volgens Lietaer niet voor LET-systemen ofwel ruilkringen waarin mensen goederen of diensten uitwisselen. “Ruilkringen bestonden al in de prehistorie en zijn er nog steeds. Toch zullen ze nooit uit veel meer dan 500 mensen bestaan. Dat komt omdat er geen eenheid van waarde is, geen standaard. Want hoeveel appels zijn een auto waard? En wat als iemand mijn appels wil maar ik zijn auto niet kan gebruiken? Deze uitwisselingen zijn te ingewikkeld voor op grote schaal.” Ruilkringen horen er wel bij, meent hij. “Vergelijk ze met haarvaten. Ook die zijn nodig in het lichaam, hoewel ze niet de capaciteit hebben van slagaders. Gezamenlijk zorgen ze wel voor een goede bloedsomloop.”<br />
<br />
<b>Eigen munt</b><br />
Rob van Hilten is minder enthousiast over ruilkringen. Hij was in 1993 initiatiefnemer van de nog altijd bestaande ruilkring Noppes en zette een aantal andere LET-systemen op. “Ruilkringen draaien op goedbedoeld enthousiasme. De organisatoren steken er veel tijd en geld in, maar verdienen er geen boterham aan. Zo blijft het vrijwilligerswerk en verdwijnt na een paar jaar de geestdrift. Dat gebeurt wereldwijd met ruilkringen, de basis is te zwak en ze lossen geen maatschappelijke problemen op.”<br />
<br />
Van Hilten werkt voor STRO (Social TRade Organization), een organisatie die in Latijns-Amerika op regionaal niveau de economie probeert aan te jagen. STRO ontwikkelt daarvoor rentevrije handelsnetwerken met een eigen munt. Zo worden lokaal vraag en aanbod tussen consument, kleine en middelgrote bedrijven en de publieke sector samengebracht. En met succes. Inmiddels bestaan er netwerken in Honduras en Brazilië en in Uruguay is eind 2009 zelfs een landelijk STRO-systeem ingevoerd. <br />
<br />
Bedrijven die meedoen aan dit zogeheten C3 (Commercial Credit Circuit)-netwerk verrekenen hun transacties onderling in eigen munt. Van Hilten: “C3 werkt wél op grote schaal, daar is Uruguay een voorbeeld van. Het is een modern land dat de financiën goed op orde heeft, maar weinig te exporteren. Daardoor hebben banken weinig geld om te investeren en zijn bedrijven op zichzelf teruggeworpen.” <br />
<br />
<b>Lagere prijzen</b><br />
Stro pompt geld in een C3-netwerk dat hierbinnen blijft circuleren waardoor de omloopsnelheid verhoogt. Dat zorgt voor lagere prijzen en meer werkgelegenheid. En daarmee heeft het netwerk een sterkere concurrentiepositie naar de buitenwereld. De eigen munt of verrekeneenheid van het netwerk is terug te wisselen naar de conventionele munteenheid. Daarvoor staan banken garant. “Dat is het grote voordeel. C3 sluit aan op de gangbare economie.” <br />
<br />
<b>Geen belasting</b><br />
STRO denkt dat C3 ook internationaal kan werken, door transacties tussen netwerken in verschillende landen. Zo worden schuldenlanden onafhankelijker van IMF en de Wereldbank. STRO probeert ook in Europa voet aan de grond te krijgen met dit systeem.<br />
“C3 is zeker een goede oplossing”, stemt hoogleraar Bernard Lietaer in. Hij ziet de werkeloosheid in Europa de aankomende vijf jaar verder oplopen. “Met alle sociale problemen van dien. Enig nadeel van C3 is dat je er geen belasting mee kunt betalen. Of regeringen zouden C3-eenheden moeten accepteren.” <br />
<br />
<br />
<b>Het gaat om aandacht</b><br />
Ook trendanalist Justien Marseille denkt dat het huidige geldsysteem niet zomaar verdwijnt, maar wel zijn langste tijd gehad heeft. Het C3-systeem en het ecostelsel van Lietaer gaan uit van aanwezige capaciteit als arbeidskracht en grondstoffen waarmee een economie aangejaagd kan worden. De schaarste van het reguliere geld speelt daarbij nauwelijks een rol. En dat is volgens Marseille de truc. <br />
<br />
“We moeten stoppen met denken in schaarste. Er is overschot. Maar monopolies als die van het geld dicteren al eeuwen waar we waarde aan moeten hechten.” Dat gaat veranderen, meent Marseille, het individu bepaalt steeds meer zelf wat hij belangrijk vindt. En daarmee verliest het oude systeem uiteindelijk zijn betekenis. “Van LET-systemen tot kudos die mensen op internet uitdelen als blijk van waardering, het zijn vormen van belonen. Het gaat om aandacht krijgen, zoals het aantal bezoekers op je website.” <br />
<br />
<b>Avonturier zoek</b><br />
En vele individuen samen krijgen de kracht van één grote. Marseille noemt de zoekactie naar de Amerikaanse avonturier Steve Fossett in 2007. Hij verdween met zijn vliegtuig boven de Nevadawoestijn en 50.000 mensen met een internetverbinding zochten via de satellietbeelden van Google Earth mee, vertelt ze. En daar viel geen cent mee te verdienen. “Mensen willen elkaar helpen.” Dit soort grote netwerken die gebruik maken van de nieuwste technologie hebben volgens Marseille de toekomst. Het wachten is op de massa voor wie de laatste technische snufjes eerst binnen handbereik moeten komen.<br />
<br />
Met die nieuwe techniek wordt nu vooral veel gecontroleerd en weinig gefaciliteerd, zegt de trendanalist. “Jammer, er gaat veel energie naar het opslaan van bijvoorbeeld persoonsgegevens en het checken daarvan. Men gaat uit van fouten. Dat voedt wantrouwen en angst voor straf. Maar deze energie zal meer gebruikt gaan worden om mensen met elkaar te verbinden, om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Want de Nevadawoestijn uitkammen met Google Earth in plaats van tanks, helikopers en mensen; dát scheelt pas tijd, geld en vervuiling.”<br />
<br />
<br />
<br />
<b>Waardebepaling achteraf: een oplossing</b><br />
Waardebepaling achteraf (WBA) is geen vervanging van ons geldsysteem, maar zou uitwassen ervan kunnen voorkomen. Door je klant zelf na levering van dienst of product te laten bepalen wat het hem waard is, ontstaat een hechtere relatie met de opdrachtgever. Een prima systeem, volgens hoogleraar economie Bernard Lietaer. “Maar enkel op kleine schaal.”<br />
<br />
Nils Roemen brengt het in de praktijk. Hij adviseerde zijn klanten twaalf jaar tegen een tarief en ontdekte dat hij in tien minuten soms meer waard was dan in een heel dagdeel. Hij ging het anders aanpakken. Roemen denkt mee met mensen die iets voor elkaar proberen te krijgen. Van een blindeninstituut dat blinden wil mobiliseren tot een groep zzp’ers met het plan samen te werken aan een project. Ze betalen hem wat ze willen. <br />
<br />
“Er is geen peil op te trekken”, aldus Roemen. “Soms denk ik: dit ging fantastisch, maar ga ik met een fles wijn naar huis. Een andere keer vraag ik me af wat ik kon betekenen en mag ik een flinke factuur sturen.” Roemen verdient  zo een modaal inkomen. Op zijn website staat een verlanglijstje voor potentiële klanten. “Mensen kunnen op meer manieren iets voor me betekenen.” Een klant onderhoudt de website en hij kreeg ook treinkaartjes en een beamer. “Ik wil laagdrempelig zijn voor mensen met een laag inkomen. Iemand met een uitkering kan een topprogrammeur zijn met een gigantisch netwerk. Het kan toch niet zo zijn dat de inhoud van je portemonnee je waarde bepaalt?”<br />
<br />
<br />
<b>Betrokken en milieuvriendelijk</b><br />
Ruilkringen dateren al uit de prehistorie en nog zijn ze wereldwijd populair. Deelnemers aan een LETS (Local Exchange Trading System) ruilen diensten of goederen en besparen zo geld. Ze zijn zich bewuster van de ander en de economische handeling die ze verrichten dan wanneer ze een product in de winkel kopen. En het systeem draait om wederkerigheid: ik doe iets voor jou en jij voor mij. Dat zorgt voor betrokkenheid en is bovendien nog milieuvriendelijk ook.<br />
<br />
<br />
<b>Economie zonder ‘echt’ geld</b><br />
C3 ofwel een Commercial Credit Circuit is een netwerk op lokaal of regionaal niveau waarin bedrijven en consumenten onderling met elkaar afrekenen in eigen eenheden. Daar komt geen traditionele munt aan te pas. Deelnemers die van hun eenheden af willen, kunnen ze tegen een commissie omwisselen voor gangbaar geld. Banken en verzekeringsmaatschappijen staan daar garant voor. C3 zorgt onder meer voor lagere prijzen en meer werkgelegenheid. Meer informatie over dit systeem kun je vinden op de website van <a rel="external" href="http://www.strohalm.nl" title="">STRO</a>.<br />
<br />
<br />
Gepubliceerd in <a rel="external" href="http://www.qpqmagazine.nl/index.cfm?PAGE=QPQ 02-2010" title="">QPQ Magazine 'het nieuwe ondernemen'</a><br />
<br />
<br />
<br  /></br> ]]></description>
			<guid isPermaLink="false">104@http://jolandabreur.nl/pivot/</guid>
			<category>Economie</category>
			<pubDate>Mon, 02 May 2011 19:51:00 +0200</pubDate>
		</item>
		
		
		
		<item>
			<title>Voor deze beelden moet je openstaan</title>
			<link>http://jolandabreur.nl/archive/2011-03-13/Voor_deze_beelden_moet_je_open</link>
			<comments>http://jolandabreur.nl/archive/2011-03-13/Voor_deze_beelden_moet_je_open#comm</comments>
                        <description><![CDATA[ <br  /><b>In de protestantse Grote Kerk in Deventer vertaalt internationale, spraakmakende videokunst Bijbelverhalen naar de actualiteit. Kunstenaar en samensteller Arent Weevers: 'Is dit blasfemisch? Het roept een glimlach op, toch?'</b><br />
<br />
<p style="text-align:center;"><img src="http://jolandabreur.nl/images/m1.jpg" style="border:0px solid" title="" alt="" class="pivot-image" /></p><br  />De groene baret met de rode, communistische ster heeft ze afgedaan, de hoge laarzen uitgetrokken. Naakt vlijt ze zich op een Latijns kruis van ijs. Rond haar navel snijdt ze met een scheermes een vijfpuntige ster. ’O Heer, vergeef ons onze zonden’, klinkt in een lied. Vanaf een tribune kijkt publiek toe. <br />
<br />
<br />
<b>Buik graveren</b><br />
„Fascinerend”, vindt studentenpastor en videokunstenaar Arent Weevers. Hij kijkt naar een videoregistratie uit 2005 van het publieke optreden in het New Yorkse Guggenheim Museum. De vrouw is performance- kunstenaar Marina Abramovic. „Toen ik de registratie van ’Thomas Lips’ voor het eerst in Parijs zag, voelde ik me ongemakkelijk. Nee, niet vanwege haar naaktheid. Dat graveren in haar buik, dát is heftig. De eerste keer heb ik me meteen omgedraaid. Nog steeds kan ik er moeilijk naar kijken.”<br />
<br />
<b>Lichaamsverminking</b><br />
De video-installatie staat in de Grote of Lebuïnuskerk in Deventer en is een onderdeel van de tentoonstelling ’Bewogen beelden. Bijbels bezielde videokunst’. Weevers is de samensteller. De performance van Abramovic roept het lijden van Jezus en de mensheid op, doordat zij op een kruis van ijs gaat liggen, meent hij. Ook doet het denken aan lichaamsverminking in verschillende religies. De weergave van de zeven uur durende body-art-actie is een herhaling van een optreden in 1975.<br />
<br />
<i>Waarom videokunst in een kerk?</i><br />
<br />
„Dit is zó’n mooie kerk. Twee jaar geleden had ik hier ook een expositie van videokunst. Daar kwamen goede reacties op. En ik zoek het debat. Wat mag kunst betekenen voor de protestantse traditie?” <br />
<br />
<i>Je ziet tegenwoordig vaker moderne kunst in kerken.</i><br />
<br />
„Dat is vaak brave kunst. Wat hier staat is spraakmakend voor de gemeente. De performance van Abramovic is een tikkeltje gewelddadig. Er staat werk waarvan je je kunt afvragen of het blasfemisch is. Dit is kunst om de kunst en van hoge kwaliteit.”<br />
<br />
<i>Valt het goed?</i><br />
<br />
„Ja, deze gemeente staat open voor de hedendaagse cultuur en wil het debat over kerk en moderne kunst voeren.”<br />
<br />
<i>En bezoekers die niet tot de gemeente behoren? Zien zij de kerkelijke omgeving niet als een ethisch keurslijf voor deze kunst?</i><br />
<br />
„Als ze openstaan voor de tentoonstelling, genezen ze eventueel gelijk van het vooroordeel dat dit evangelisatie of een moreel reveil is.” Weevers gaat op de vloer zitten. „Zo bekijkt een kind de wereld.” Links van hem tonen videobeelden een woonkamer vanaf dertig centimeter boven het vloerkleed. De camera registreert het interieur, een kat, een hond, vervolgens een konijn, geit, lama, de kamer stroomt vol met dieren. Ze lessen hun dorst in de vissenkom en uitwerpselen liggen her en der verspreid. Het is een gemoedelijk maar absurd tafereel. <br />
<br />
<b>Once upon...</b><br />
„Eén grote beestenbende”, constateert Weevers. Hij vermoedt dat de Duitse Corinna Schnitt bewust voor de positie van een jong kind heeft gekozen. Het is de periode in een mensenleven waarin het verschil tussen werkelijkheid en onwerkelijkheid nog niet helder is. ’Once upon a time’ uit 2006 heeft iets paradijselijks, vindt de kunstenaar. Het kan kloppen, zegt hij, want eerder werk bevatte verwijzingen naar het scheppingsverhaal. Vreedzaam samenleven van mens en dier, dat zit diep in ons volgens hem. „Dit sprookje fascineert de kunstenaar, je ziet het terug in de titel.”<br />
<br />
Zowel bijbelverhalen als kunst zijn voor Weevers spirituele voeding. „Ze geven me ervaringen die mijn verstand te boven gaan. Een wezenlijk aspect van spiritualiteit is een lege plek in de mens. Een verlangen dat nooit vervuld zal worden” Hij doelt op menselijke behoeften als vriendschap, vrede en bovenal liefde.<br />
<br />
<i>Proberen we dat verlangen met kunst te vervullen? Heeft dat zin?</i><br />
<br />
„Ja. Het is een motivatie om dingen te doen, te maken of te ontwikkelen. Als de mens dat verlangen uitschakelt, leeft hij niet. Het houdt mensen en culturen in beweging. En als een<br />
specifiek verlangen wordt ingelost, roept dat weer een nieuw op. Het is als een kind dat tegen een bal trapt en er achteraan loopt om hem opnieuw voor zich uit te trappen.”<br />
<br />
<i>Een spel dus?</i><br />
<br />
„Je moet het leven überhaupt niet te serieus nemen. Ga er dansend doorheen.”<br />
<br />
„Is dit blasfemisch? Het roept een glimlach op, toch?” Op een videoscherm is een afbeelding van Jezus aan het kruis te zien. Het is de ’Christus aan het kruis’ van El Greco. Een lied klinkt en de bewegende mond van Jezus suggereert dat hij het zingt. Het Franse popliedje, gezongen door Johnny Hallyday, is tot Maria gericht. Het gaat er de maker Pascal Lièvre<br />
om dat we stilstaan bij het iconografische beeld van Jezus, volgens Weevers. „Wat betekent het voor ons?”<br />
<br />
<b>Icoon Madonna</b><br />
Weevers denkt dat Lièvre een pleitbezorger is voor het tweede gebod; vereer naast mij geen andere goden. „Het gaat er niet om dat we deze afbeeldingen maken, maar om wat mensen er ván maken. Ze lopen soms kritiekloos achter iconen aan. Denk aan levenden als de Amerikaanse popster Madonna of de Franse president Sarkozy.”<br />
<br />
<b>Hysterische massa</b><br />
Volgens Weevers voelt Lièvre tijdgeest goed aan. Een tijd waarin cartoonisten bedreigt worden en demonstraties tegen toneelstukken en popconcerten niet ongewoon zijn. Hij vraagt zich af of Madonna, tijdens een concert hangend en zingend aan een kruis met een doornenkroon op haar hoofd, van afgoderij beticht kan worden. „Wil zij zelf verafgood worden? Of is het juist de hysterische massa die het beeldverbod overtreedt door met de handen in de lucht Madonna te bejubelen?”, schrijft Weevers in zijn boek dat bij de Deventer tentoonstelling is verschenen.<br />
<br />
Videokunst, een nog jonge loot aan de kunststam, ontstond in de jaren zestig van de vorige eeuw, toen de draagbare videocamera op de markt verscheen. Met die camera werden performances vastgelegd waarbij kunstenaars hun lichaam gebruikten, maar gaandeweg werden deze registraties kunstwerken op zich. De Amerikaanse Bill Viola, ook wel de Rembrandt van de video-eeuwgenoemd, is volgens velen de belangrijkste videokunstenaar van deze tijd. Met enige moeite heeft Weevers zijn werk ’Observance’ naar de Grote Kerk in Deventer kunnen halen.<br />
<br />
<b>Vol afschuw</b><br />
Op een rechthoekig, verticaal geplaatst videoscherm in een nis onder het orgel van de kerk, stappen mensen een voor een uit een groep naar voren. Vol afschuw kijken ze naar iets wat zich voor hen op knieniveau bevindt. Ze worden diep geraakt. Zien ze een dode en zo ja, kennen ze de persoon? Kennen ze elkaar? Viola liet zich hier inspireren door het altaarstuk ’Vier apostelen’ van Albrecht Dürer. „Daarop treuren ze om de dood van Jezus”, zegt Weevers.<br />
<br />
Ook een van de apostelen kijkt naar iets buiten het beeld. De verticale lijn van de verbijsterde mensen en het plasmascherm loopt door in de eeuwenoude, langwerpige grafplaten onder het kunstwerk, om vervolgens via het gangpad tussen de twee lange projectiedoeken door te lopen tot de voet van het koor. Daar mondt de denkbeeldige lijn uit in een standaard met daarop een ander rechthoekig plasmascherm.<br />
<br />
<b>Naakte Maria</b><br />
Het is een werk van Weevers zelf. Beelden tonen een naakte en hoogzwangere Maria die in zware vertraging naar haar buik grijpt en valt. „Ik heb een jaar gewacht op de camera die het zo kan vastleggen”, vertelt de kunstenaar. Een HD high speed-camera nam de actie in achthonderd frames ofwel filmbeelden per seconde op. Daardoor kan de opname die zeven seconden duurt, uitgesmeerd worden over ruim vijf minuten. „Dat geeft een stroperig effect.”<br />
<br />
<b>Kind verliezen</b><br />
Het viel Weevers ook niet mee om een vrouw te vinden die én naakt wilde optreden én zich hoogzwanger ter aarde wilde storten. „Ik heb gynaecologen en verloskundigen geraadpleegd. De angst om zo een kind te verliezen, zit tussen de oren.”Wel tikte hij bij een groothandel dertig dekbedden op de kop om de val van zijn Maria te breken.<br />
<br />
’Maria!’ refereert volgens Weevers aan de Openbaring van Johannes, het laatste boek van de Bijbel waarin het einde der tijden wordt voorspeld. „De zwangere vrouw is daarin niet alleen bang voor baringspijn maar ook voor het einde van de wereld. Maar de videobeelden overstijgen wat ik erover zeg.”<br />
<br />
<i>Hebt u wel eens een mystieke ervaring als u naar kunst kijkt?</i><br />
<br />
„Ik stond eens voor een doek van de Amerikaanse kunstschilder Mark Rothko. Ik zie het intens trillend zwart van het doek en krijg tranen in mijn ogen. Ook bij een werk van Viola gebeurde het. Ik voel het effect nu weer. Tijdens zo’n ervaring raak je los van jezelf en je verandert. Die verandering blijft, tot de volgende ervaring waar bij je in één klap geraakt wordt en denkt: wat gebeurt hier? Ik voel het leven op zo’n moment in optima forma. En verwantschap. Ik voel me mens, zoals ik bedoeld ben.”<br />
<br />
<i>Hoe doet u dat?</i><br />
<br />
„Je moet ervoor openstaan, anders gebeurt er sowieso niets. Het is net als met liefde en geluk, dat komt soms ook gewoon aanwaaien. Niet over nadenken. Als het gebeurt is het geweldig, zo niet, dan loop je gewoon door."<br />
<br />
<br />
<br />
Gepubliceerd in Trouw op 12 juni 2009.<br />
<br />
<br />
<br  /></br> ]]></description>
			<guid isPermaLink="false">103@http://jolandabreur.nl/pivot/</guid>
			<category>Kunst, Religie, Zingeving</category>
			<pubDate>Sun, 13 Mar 2011 16:28:00 +0200</pubDate>
		</item>
		
		
		
		<item>
			<title>‘Ik heb voor de rest van mijn leven inspiratie’</title>
			<link>http://jolandabreur.nl/archive/2011-02-04/‘Ik_heb_voor_de_rest_van_mij</link>
			<comments>http://jolandabreur.nl/archive/2011-02-04/‘Ik_heb_voor_de_rest_van_mij#comm</comments>
                        <description><![CDATA[ <br  /><b>Schrijfster Carry Slee (61) zou haar nieuwste boek niet geschreven hebben, wanneer ze niet acht jaar als dramadocent lief en leed met haar leerlingen had gedeeld. </b><br />
<br />
<p style="text-align:center;"><img src="http://jolandabreur.nl/images/ca.jpg" style="border:0px solid" title="" alt="" class="pivot-image" /></p><br  />“Ik wilde graag toneel gaan spelen, maar mijn stem was niet goed genoeg. En docent raadde me de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar in Utrecht aan. Als afgestudeerd dramadocent stond ik daarna op mijn 25e  voor klassen van het lager en middelbaar beroepsonderwijs, wat je nu vmbo en mbo noemt. Het vak was, begin jaren zeventig, nieuw en heette toen ‘jezelf leren uiten’. De kinderen waren niet bijster gemotiveerd. <br />
<br />
<b>Spontaan</b><br />
Ze kwamen binnen met hun jas aan en een sigaret in de hand, met zo’n houding van dit gaan we never nooit doen. Ik voelde aan dat ik er geen acht op moest slaan en liet ze lekker zitten. Die sigaretten staken ze niet aan. Langzaam groeide er iets van vertrouwen en begon ik toneelstukjes met ze op te voeren. Volgens de inspringstijl, iedereen kon spontaan een rol op zich nemen. De stukjes hadden thema’s als hoe vertel je iets aan je ouders. In het spel zag ik veel van die kinderen terug. Ik hoor een meisje nog acteren: wil je dat je moeder weer in een inrichting belandt of ga je je normaal gedragen? Dan proef je de sfeer van bij het kind thuis.<br />
<br />
<b>Abortussen</b><br />
Het werkte uiteindelijk omdat ik me niet opstelde als juf, maar meedeed en ook rollen speelde. Als we na afloop over het thema spraken, gaf ik rustig toe dat ik het bijvoorbeeld soms eng vond om de docentenkamer binnen te stappen, wanneer zij vertelden dat ze er tegenop zagen alleen naar een feestje te gaan. Ze waren openhartig, vertelden over abortussen en dat soort ellende. En ik had acht klassen van dertig leerlingen per dag, vijf dagen in de week, absurd gewoon. Er gebeurde zo veel in die levens dat ik voor de rest van mijn leven inspiratie heb voor boeken.<br />
<br />
<b>Drama</b><br />
De rooms-katholieke school waar ik werkte, was verplicht drama te laten doceren, maar zag het hele vak niet zitten. Ik had vaak geen lokaal en moest dan in de aula lesgeven. Daar hing een koffieautomaat die de conciërge regelmatig schoonmaakte en bijvulde tijdens de les. Wanneer ik om een rustige ruimte vroeg, zei de directeur dat het toch drama was. Ze namen het vak niet serieus en zagen geen belang voor de kinderen. Later wel, maar ik geloof dat het inmiddels niet meer gegeven wordt.<br />
<br />
<b>Foute lovers</b><br />
Ik had het leuk met de leerlingen, toch was lesgeven eigenlijk niks voor mij. Na acht jaar, koos ik voor mijn passie: schrijven. Die tijd op school heeft me daarbij erg geholpen. Ik kreeg een inkijkje in het leven van jongeren, ging begrijpen hoe ze in elkaar zitten. Mijn nieuwste boek, ‘Fatale liefde’ ligt net in de winkel. Het gaat over foute lovers hebben wanneer je rond de zestien bent. En wat er dan mis kan lopen. Deze verhalen heb ik op die school zo vaak gehoord. Dat is al lang geleden, maar jongeren zijn in hun hart door alle tijden hetzelfde.”<br />
<br />
<br />
Gepubliceerd in Trouw en op <a rel="external" href="http://www.trouw.nl/krantenarchief/2010/07/03/3116875/_Ik_had_voor_de_rest_van_mijn_leven_inspiratie_.html" title="">Trouw.nl</a><br />
<br />
<br />
<br  /></br> ]]></description>
			<guid isPermaLink="false">102@http://jolandabreur.nl/pivot/</guid>
			<category>Economie</category>
			<pubDate>Fri, 04 Feb 2011 12:56:00 +0200</pubDate>
		</item>
		
		
		
		<item>
			<title>Meer doen in minder tijd houdt een keer op</title>
			<link>http://jolandabreur.nl/archive/2011-01-12/Meer_doen_in_minder_tijd_houdt</link>
			<comments>http://jolandabreur.nl/archive/2011-01-12/Meer_doen_in_minder_tijd_houdt#comm</comments>
                        <description><![CDATA[ <br  /><b>Voor christelijke zakenmensen is er de cursus Carrière met God. Daar leren ze hoe ze hun geloof ook op het werk kunnen gebruiken. </b><br />
<br />
<p style="text-align:center;"><img src="http://jolandabreur.nl/images/c.jpg" style="border:0px solid" title="" alt="" class="pivot-image" /></p><br  />„Mijn vrouw wilde scheiden. Regelmatig riep ik: we gaan op vakantie, of: we gaan uit eten. Ik vergat alleen te vragen wat zij en de kinderen wilden. Alles kon, maar het draaide wel om mijn ambitie.” Wouter Droppers (45) was toen directeur bij een Volkswagen Audi dealer. Nu is hij directeur en cursusleider van CBMC Nederland, onderdeel van een internationale vereniging voor christelijke zakenmensen <br />
<br />
In grijs pak met blauw overhemd legt hij zijn cursisten uit dat hun leven niet afhangt van eigen inspanningen. Te zware ballast mogen ze ook bij God over de schutting gooien. Hij bepaalt je leven en zegent het. <br />
<br />
<b>Geld verdienen</b><br />
Door het barre winterweer kwamen slechts zes van de twaalf deelnemers aan de cursus ’Carrière met God’ opdagen. Thema van deze vijfde avond in Amsterdam is de balans tussen werk en leven. Lastig, volgens de aanwezige ondernemers. Droppers weet er alles van. Hij ging mee in de cultuur van het bedrijf waar hij werkte. „Dat gebeurt zonder dat je het merkt. Totdat mijn vrouw vroeg of het alleen nog ging om geld verdienen of ook nog om het belang van mijn medewerkers en gezin.” <br />
<br />
<b>Roer om</b><br />
Na een proces van enkele jaren gooide hij het roer resoluut om. Hij ging theologie studeren en zocht een bedrijf dat beter paste bij zijn nieuwe inzichten. Christen was Droppers al, maar nu had hij zich het geloof echt eigen gemaakt. „Religie is vaak cultuur of gedrag. Je voldoet aan een uiterlijke norm, maar het blijft een kunstje. Als je een ander belang hebt, zoals winst maken, geeft dat spanning. Je bent dan niet iemand die denkt, voelt en uitdraagt wat hij werkelijk is.” <br />
<br />
<b>Tegenslag incasseren</b><br />
Want ervaren dat waarden als dienstbaarheid, maatschappelijke verantwoordelijkheid en respect voor de medemens belangrijk zijn, is volgens de cursusleider een eerste vereiste om die waarden na te leven. Tegenslag helpt daar vaak een handje bij, kan hij beamen. Maar waarom incasseren als de bron van dit inzicht binnen handbereik ligt? Dat, zegt Droppers, is de meerwaarde van het christelijk geloof boven andere stemmen die in tijden van crisis deze humane waarden prediken. <br />
<br />
Een van die stemmen is de Kamer van Koophandel, volgens een aanwezige gast. „Onlangs verkondigde de gespreksleider op een bijeenkomst voor ondernemers dat het niet gaat om geld verdienen, maar om genieten en met anderen bezig zijn. Dit besef dringt blijkbaar door in ondernemend Nederland.” <br />
<br />
Bezit maakt niet per definitie gelukkig, zegt deelnemer Steve, financieel manager van een evangelische jeugdorganisatie. „Uit onderzoek blijkt dat iets voor anderen doen, zoals geld geven aan Oxfam Novib, blijer maakt dan een nieuw gadget. Zo’n hebbeding maakt je soms enkel boos omdat je er niet achter komt hoe het werkt.” <br />
<br />
<b>Tijdcurves</b><br />
In de zaal van het Youth with a Mission-gebouw hangt een witte vlag van CBMC aan de okergele muur. Op een van de tafels pronkt een kleine, papieren versie. De cursisten, sommigen in pak, buigen zich over een grafiek op een formulier. Met pen of potlood geven ze per maand aan hoeveel tijd ze hebben besteed aan God, werk en relaties in het afgelopen jaar. Die verschillende stippen in de grafiek verbinden ze, zodat verschillende curves in een oogopslag laten zien waar het afgelopen jaar in de verschillende periodes bij de deelnemers de prioriteiten lagen. Ondertussen schenkt Droppers koffie. <br />
<br />
„Ik zie veel aandacht voor werk in mijn grafiek”, concludeert Roland Roordink, brandmanager bij Ford Nederland. „Maar er is balans, ik houd alle ballen in de lucht. Je wilt toch alles uit het leven halen.” <br />
<br />
<b>Roeping managen</b><br />
Droppers: „Ballen in de lucht houden, is geen balans. Het doel van tijdmanagement is niet om meer te kunnen doen, maar om de kwaliteit van je leven te verbeteren. Meer doen in minder tijd, houdt een keer op.” Je roeping managen, dat is de bedoeling, legt hij uit. „Doe alleen waar je goed in bent. Een roeping ligt in het verlengde van de capaciteiten die God iemand geeft. Kies voor deze focus, niet voor je agenda. En onthoud: alles heeft zijn tijd. Prediker 3.” <br />
<br />
Helpt een roeping om balans te vinden? „Mijn roeping,” verzucht Roordink, „om daar achter te komen, moet ik bij mezelf stilstaan. Dat betekent een kloosterweekend. Dan moet je zo’n heel weekend... Gaat er niet van komen.” <br />
<br />
„Dit schema kun je niet zelf maken, het is onrealistisch”, vindt de eigenaar van een consultancybureau voor ontwikkelingssamenwerking. „Een ander moet dat voor je doen.” Zelf heeft hij een buddy uit een andere bedrijfstak waarmee hij eens per maand deze zaken doorneemt. „Dan worden je oren wel gewassen.” <br />
<br />
<b>Carrière met God</b><br />
De ondernemer (46) die anoniem wil blijven, raakte geïnspireerd door Ken Kosta, directeur van de Britse zakenbank Lazard International. De topbankier schreef het boek ’God at work’ waarop de cursus Carrière met God gebaseerd is. „Ik bezocht een lezing van hem toen de kredietcrisis losbarstte. Die combinatie bracht me naar deze training.” Het instapniveau vindt hij laag, maar ’dat was ook de bedoeling van CBMC’. <br />
<br />
<b>Geen tijd</b><br />
Financieel manager Steve Ashwort bespeurt veel constanten in zijn schema, maar weinig tijd voor ontspanning. Hij ruimt wel tijd in voor zijn gezin, niet voor zichzelf, een euvel dat de anderen herkennen. „Waarom schrappen we onszelf?”, vraagt Droppers. „Omdat we een appèl van anderen ervaren. Durven we ons te beperken of krijgen we dan schuldgevoelens? En waarom willen we alles zelf doen? Hebben we die anderen niet van God gekregen om ons te helpen?” <br />
<br />
Daarom besteedt Peter Anneveld van Holland (26) werk uit, hoewel noodgedwongen. Hij kruipt om 4.00 uur achter de pc om zijn handel in elektronica draaiend te houden. Om 8.00 uur stapt hij in zijn rol als facilitair manager bij arbeidsbemiddelaar Brunel. ‘s Avonds gaat de eigen business door. „Ik moet minder werken, maar als ik mijn e-mail niet kan checken, word ik gek.” <br />
<br />
<b>Gift</b><br />
Zijn drive, meent hij, is een gift van God. Toch vindt zijn omgeving dat hij rust uitstraalt, wat hij zelf toedicht aan zijn geloof. Het is volgens Droppers de ’stabiele onderstroom’ in een gelovige die weet dat het aan het einde van de rit allemaal goed komt. <br />
<br />
<b>Eigen projectje</b><br />
De deelnemers gaan bij zichzelf te rade hoe ze het evenwicht tussen werk en leven kunnen herstellen. De adviseur in ontwikkelingssamenwerking vraagt zich af of je die twee wel moet scheiden. „Door ze bij elkaar te betrekken, kweek je aan beide kanten begrip.” Maar hoe meer personeel, hoe meer zorgen, vindt hij. Met 75 werknemers snakt hij zo nu en dan naar een eigen projectje. “Onderzoeksjournalistiek bijvoorbeeld, de waarheid boven tafel halen.” Sjoerd van Leeuwen (52), eigenaar van een excursiebureau in Edam, zoekt juist meer mensen om hem heen, om werk te delegeren. Manager Steve Ashwort kiest voor een ‘ruimere marge voor zichzelf’. <br />
<br />
<br />
<br />
<b>Ook cursus voor niet-christenen</b><br />
CBMC, Connecting Business and the Marketplace to Christ, is een interkerkelijke organisatie die in 1930 werd opgericht in de VS. De Nederlandse tak bestaat sinds 1956. Het ledenaantal van deze vereniging voor christelijke zakenmensen schommelt volgens directeur Wouter Droppers al jaren rond de 550. Wel is er door de crisis volgens hem meer aandacht in de samenleving voor waarden die CBMC uitdraagt, zoals zorg voor de omgeving en respect. <br />
<br />
CBMC geeft sinds een paar maanden de cursus ’Carrière met God’, bedoeld voor christenen die actief zijn in het zakenleven, in zaaltjes in het hele land. Het zijn veelal de leden die erop af komen. Thema’s zijn: succes hebben, gezonde ambities ontwikkelen en juiste beslissingen nemen. Voor niet-christelijke zakenmensen organiseert CBMC de BusinessAlpha-cursus. Deelnemers onderzoeken hierin de meerwaarde van het christelijk geloof in hun eigen (zaken)leven. <br />
<br />
<b>Winst = zegen</b><br />
Een bedrijf heb je voor het algemeen welzijn van de mensheid, zegt het CBMC. Winst maken is prima, maar het uitgangspunt is de klant, niet je eigen bankrekening. „Het lijkt alsof economie gelijk staat aan geld”, zegt Droppers. „De kern is echter dienstbaarheid. De klant heeft een behoefte, de onderneming levert een dienst en de klant betaalt. Dat is je winst ofwel zegen. Wanneer winst belangrijker wordt dan de klant en dus het product, ga je glijden. Je zag het aan DSB Bank. Zij verkochten mensen iets wat ze niet nodig hadden.” <br />
<br />
<a rel="external" href="http://" title="">www.cbmc.nl</a> <br />
<br />
<br />
Gepubliceerd in Trouw en op <a rel="external" href="http://www.trouw.nl/nieuws/economie/article2964635.ece/Meer_doen_in_minder_tijd_houdt_een_keer_op_.html" title="">Trouw Ideale Banen</a> <br />
<br />
<br />
<br />
<br  /></br> ]]></description>
			<guid isPermaLink="false">101@http://jolandabreur.nl/pivot/</guid>
			<category>Economie, Religie, Zingeving</category>
			<pubDate>Wed, 12 Jan 2011 22:30:00 +0200</pubDate>
		</item>
		
		
		
		<item>
			<title>’Wees moreel hoogstaand’</title>
			<link>http://jolandabreur.nl/archive/2011-01-05/’Wees_moreel_hoogstaand’</link>
			<comments>http://jolandabreur.nl/archive/2011-01-05/’Wees_moreel_hoogstaand’#comm</comments>
                        <description><![CDATA[ <br  /><b>Zorgmedewerkers kunnen hun voordeel doen met het werk van de Canadese filosoof Charles Taylor, zegt de Vlaamse ethicus Kris Vanspeybroeck. „Taylor leert dat we een hoogstaande moraal moeten hebben. Wat doe je dan als een patiënt om euthanasie vraagt?”</b><br />
<br />
<p style="text-align:center;"><img src="http://jolandabreur.nl/images/eu.jpg" style="border:0px solid" title="" alt="" class="pivot-image" /></p><br  />Hij vindt het een uitdaging, zegt docent Kris Vanspeybroeck, om de theorie van zijn vakgebied te koppelen aan de alledaagse praktijk. Voor Vanspeybroeck (43) is dat vakgebied filosofie, ethiek, en ’religies, zingeving & levensbeschouwing’, vakken die hij onderwijst aan de Hogeschool-Universiteit Brussel. Zijn bachelorstudenten ergotherapie wil hij het beroepsveld insturen met een sterk gevoel voor grijs, tussen de polen zwart en wit. De Canadese filosoof Charles Taylor (1931, meest recente boek: ’Een seculiere tijd: geloof en ongeloof in de wereld van nu’), de nuance zelf, is daarbij een inspiratiebron. <br />
<br />
<b>Holist</b><br />
Ergotherapeuten helpen mensen met fysieke of geestelijke beperkingen op holistische wijze, dat is: met aandacht voor lichamelijke en mentale aspecten, met hun dagelijkse activiteiten. Charles Taylor is ook een holist, zegt Vanspeybroeck: hij bekijkt de wereld als een samenhangend geheel waarin mensen met elkaar verbonden zijn. „Mijn studenten gaan met mensen werken. Daarvoor hebben ze een duidelijk beeld nodig van zichzelf, de ander en hun patiënt.” <br />
<br />
<b>Dilemma's</b><br />
Ergotherapeuten staan vaak voor ethische dilemma’s. Euthanasie is een klassieker. Wat doe je als een patiënt erom vraagt, een van de kwesties die Vanspeybroeck tijdens colleges behandelt. Blijf trouw aan jezelf, zegt Taylor in zo’n geval. Authenticiteit speelt in het denken van de filosoof een grote rol. Authentiek is degene die zijn eigen morele bron weet aan te boren, zonder daarbij de omgeving uit het oog te verliezen. En dat is lastig aan het bed van de patiënt, wanneer de arts je vraagt het dodelijke middel te halen. <br />
<br />
<b>Ethische dimensie</b><br />
In tegenstelling tot het behaviorisme, dat de nadruk legt op externe prikkels die menselijk gedrag bepalen, kijkt Taylor naar intenties, zegt Kris Vanspeybroeck. „Waarom doet iemand iets, hoe geeft hij betekenis aan omstandigheden, is er hoop en waar komt deze vandaan? Zo sporen studenten motivaties op en leren ze de ethische dimensie zien, zowel bij de patiënt, als bij hun collega’s én zichzelf.”<br />
<br />
<b>Autonomie</b><br />
Motivaties kunnen geëvalueerd worden. Ze zijn sterk, volgens Taylor, als ze berusten op een eigen waardenkader. Wanneer een keus niet goed onderbouwd is of wordt bepaald door externe regels spreekt de filosoof van een zwakke evaluatie. „In de ergotherapie speelt autonomie een belangrijke rol”, zegt Vanspeybroeck. „Dat is ook een speerpunt van Taylor. Hij geeft er echter een genuanceerde draai aan. Je bent niet alleen op de wereld, maar onderdeel van een groter geheel.” <br />
<br />
Die context, meent Van Speybroeck, mag een ergotherapeut bij een euthanasieverzoek niet vergeten. „De patiënt heeft een levensverhaal en is verbonden met andere personen. Hoeft het voor hem niet meer of denkt hij anderen tot last te zijn? De redenen kunnen uiteenlopen.”<br />
<br />
De Belgische wet is duidelijk: de arts beslist over euthanasie. Maar in de praktijk blijken verschillende zorgverleners erbij betrokken te zijn. Artsen kunnen verpleegkundigen en therapeuten verzoeken aanwezig te zijn of een handeling uit te voeren. Wat doe je dan?, vraagt Vanspeybroeck zijn studenten. <br />
<br />
<b>Bang</b><br />
’Part of the job’, zegt de een. ’Ik was nieuwsgierig hoe dat ging’, reageert een ander, die het meemaakte tijdens een stage. Docent Van Speybroeck: „Immoreel is misschien te sterk uitgedrukt, maar ik vind dit voorbeelden van zwakke evaluaties.” Een stagiair die bang is in de problemen te komen door tegen de heersende werkwijze in te gaan, toont volgens Vanspeybroeck geen ’hoogstaande moraal’. „Dan doe je mee vanwege de groepsdruk.”<br />
<br />
<b>Ethisch schema</b><br />
Om ethisch handelen makkelijker te maken, zijn al veel stappenplannen ontwikkeld, weet Vanspeybroeck. Tijdens hun opleiding krijgen de studenten ergotherapie klinische redeneerschema’s aangereikt. Van Speybroeck heeft er een verrijkt met een ethisch schema. Zo zien de therapeuten in spe dat ethiek en levensbeschouwing niet los staan van het dagelijks handelen in het werk. <br />
<br />
„Het is een manier van kijken naar hun professionele handelen, hun eigen waarden als therapeut en die van het interdisciplinaire team waarin ze functioneren. Maar ook de waarden van de instelling en haar cultuur.” De studenten vinden dat volgens Van Speybroeck niet makkelijk, maar, zegt hij, ze ervaren tijdens de opleiding de meerwaarde. <br />
<br />
<b>Normoverschrijdend gedrag</b><br />
Maar maak je ook daadwerkelijk andere ethische keuzes als je de context van een patiënt meeneemt in een afweging? Van Speybroeck: „Stel dat een patiënt voortdurend uitbreekt uit de instelling waar hij verblijft. Dat is normoverschrijdend gedrag. Maar die persoon heeft een dierbare verloren en wil steeds terug naar het graf. Als je dan bestraffend handelt, ben je niet goed bezig."<br />
<br />
"Of een kind dat naar huis mag en in vertrouwen meedeelt dat hij thuis mishandeld wordt. Het komt uit een Italiaans gezin en is bang voor de grote gevolgen die een actie voor zijn ouders zal hebben. Hier kun je niet enkel rekening houden met het kind. En de ergotherapeut die een patiënt na een hersenbloeding weer leert tandenpoetsen. Iemand van het zorgteam treft hen aan en zegt dat de patiënt zijn tijd staat te verdoen. Dan ben je lid van een interdisciplinair team waarin verschillende opvattingen heersen over omgaan met patiënten."<br />
<br />
<b>Veel gevraagd</b><br />
Authentiek zijn, rekening houden met de context én een vak leren: dat is veel gevraagd van adolescenten. „Volgens Charles Taylor is het een groeiproces door dialoog”, zegt Vanspeybroeck. „Maar dit veronderstelt ook een ethische en talige gevoeligheid. Die probeer ik bij de studenten te ontwikkelen." <br />
<br />
<b>Multicultureler</b><br />
"Taalgevoel hebben ze nodig om hun persoonlijke en beroepswaarden onder woorden te brengen. Ik vind respect belangrijk, maar het is een containerbegrip geworden. Dan vraag ik wat dat woord voor hen persoonlijk betekent.” De studenten komen hun persoonlijke waarden op het spoor in hun levens- en beroepsgeschiedenis, zegt Vanspeybroeck. En dat is vooral van belang, meent hij, in een tijd waarin de samenleving steeds multicultureler wordt en gemeenschappelijke waarden niet meer vanzelfsprekend zijn. <br />
<br />
Daarom wordt tijdens de colleges over zingeving veel aandacht besteed aan de interculturele context. Ook hier duikt Taylor op. De filosoof is geboren op het snijvlak van verschillende culturen in het Canadese Quebec, een gegeven dat volgens Van Speybroeck doorwerkt in zijn denken. <br />
<br />
Maar sommige studenten lijken het nooit te leren. „Er zijn mensen die na hun stage zeggen dat ze niets van ethiek hebben gezien. Wij hebben de taak hen op te leiden tot startbekwaamheid. Beroepsbekwaamheid moeten ze zien te verwerven door hun ervaringen als ergotherapeut, en een leven lang leren.”<br />
<br />
<br />
<b>Gelauwerde filosoof Charles Taylor ging in de politiek</b><br />
De Canadese filosoof Charles Taylor (1931) was hoogleraar filosofie en politieke wetenschappen in Montreal en hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Oxford. Daarnaast had hij een politieke carrière: als lid van de Canadese Nieuwe Democratische Partij was hij driemaal kandidaat voor het Lagerhuis. <br />
<br />
De rooms-katholieke Taylor levert een genuanceerde, originele en belangrijke bijdrage aan het debat over religie en secularisatie in de westerse wereld. Daarvoor won hij in 2007 de prestigieuze Templeton Prize. <br />
<br />
Zijn boek ’Een seculiere tijd’ uit 2007, sinds mei verkrijgbaar in het Nederlands, vormt een tweeluik met de klassieker ’Bronnen van het zelf’ die in 1989 verscheen. In het eerste deel gaat Taylor op zoek naar de wortels van het moderne ’ik’. Zijn laatste boek wijdde hij aan de transformatie van religie in de westerse samenleving. <br />
<br />
<br />
<i>Charles Taylor, Een seculiere tijd. Geloof en ongeloof in de wereld van nu, Lemniscaat, ISBN 9789047701569, 49,95 euro</i><br />
<br />
<br />
Gepubliceerd in Trouw en op <a rel="external" href="http://www.trouw.nl/religie-filosofie/nieuws/article2838642.ece/_rsquo_Wees_moreel_hoogstaand_rsquo__.html?part=1" title="">Trouw.nl.</a><br />
<br />
<a rel="external" href="http://www.jolandabreur.nl/archive/2009-11-25/Hoe_God_uit_zijn_schepping_ver" title="">Trouw interviewt Charles Taylor</a> <br />
<br />
<br />
<br />
<br  /></br> ]]></description>
			<guid isPermaLink="false">100@http://jolandabreur.nl/pivot/</guid>
			<category>Filosofie, Religie, Zingeving</category>
			<pubDate>Wed, 05 Jan 2011 13:06:00 +0200</pubDate>
		</item>
		
		
		
		<item>
			<title>Allochtone vrouwen helpen elkaar hogerop</title>
			<link>http://jolandabreur.nl/archive/2010-12-29/Allochtone_vrouwen_helpen_elka</link>
			<comments>http://jolandabreur.nl/archive/2010-12-29/Allochtone_vrouwen_helpen_elka#comm</comments>
                        <description><![CDATA[ <br  /><b>Hoogopgeleide en succesvolle allochtone vrouwen ervaarden geen problemen op de arbeidsmarkt. Ze grepen hun kansen, zeggen ze zelf. Een rolmodel helpt wel. </b><br />
<br />
<p style="text-align:center;"><img src="http://jolandabreur.nl/images/z.jpg" style="border:0px solid" title="" alt="" class="pivot-image" /></p><br  />„Mijn moeder zou het geweldig ver geschopt hebben als ze de kans had gekregen.” Maar de moeder van Melek Usta (40) kwam uit een arm Turks dorp en was tot haar vijftigste analfabeet. Toch is ze deels de sleutel van Usta’s succes. „Een krachtige vrouw die anderen goed kon adviseren. En ze vond het belangrijk dat ik economisch zelfstandig werd.”<br />
<br />
<b>Achterstand</b><br />
Of ze nu hoog of laag zijn opgeleid, alle etnische vrouwen komen moeilijker aan een baan dan hun autochtone seksegenoten, bleek onlangs uit onderzoek van studiecentrum Equality. Wat is de succesformule van vrouwen die wel slaagden? Uit een rondgang langs succesvolle etnische vrouwen blijkt dat stimulerende ouders, kansen grijpen en de Nederlandse cultuur aanvoelen van doorslaggevend belang waren voor hun voorspoedige carrière. <br />
<br />
<b>Inhaalslag</b><br />
Usta was bijna twee jaar oud toen ze met haar ouders naar Nederland kwam. Ze deed de mavo, een secretaresseopleiding en ging werken. Ambitie dreef haar in de avonduren naar mbo en hbo en op 26-jarige leeftijd was ze vestigingsmanager bij Start Uitzendbureau. Een jaar later had ze vier vestigingen van het bedrijf onder haar hoede. Inmiddels heeft Usta een eigen wervings-, selectie- en adviesbureau, gespecialiseerd in diversiteitsvraagstukken. Ze was Zwarte Zakenvrouw van het Jaar in 2006 en trad toe tot het prestigieuze Innovatieplatform dat het kabinet moet adviseren.<br />
<br />
<b>Knokken</b><br />
„Wanneer een etnisch meisje vragen durft te stellen en kans ziet zich op trekken aan een rolmodel, kan het ongelofelijk snel gaan”, zegt Usta. „Maar het begint met de wil. Als je het vuur voelt, kan er veel in Nederland. In Turkije had ik minder kansen gekregen.” Ze denkt dat de gedrevenheid bij kinderen van arme migranten groter is. „Als je voorouders moesten knokken voor hun bestaan, krijg je die prikkel om te vechten en verder te komen waarschijnlijk mee. Ik heb mijn ouders ook zien worstelen.” De prikkel zou volgens haar bij autochtone vrouwen zwakker zijn omdat welvaart voor hen vanzelfsprekender is. <br />
<br />
<b>Geen strijd</b><br />
Mariëlle Paul (43) is wel degelijk geboren in welvaart. Toch heeft zij ook een sterke drive. „Ik heb geen strijd hoeven leveren, hoewel mensen zeggen dat ik mijn eigen kansen heb gecreëerd.” Haar Pakistaanse ouders studeerden en vonden in Nederland goede banen. Zelf rondde ze een studie internationaal recht in Leiden af. „Een plek verwerven in de Nederlandse samenleving en taal hielden me altijd bezig.” <br />
<br />
<b>Nieuwe wereld</b><br />
Paul, die accentloos Nederlands spreekt, werkte voor oliemaatschappij BP, had leidinggevende functies, was zelfstandig ondernemer en is nu manager corporate communication bij ABN Amro Hypotheken Groep. ’Netwerkcontact’ Melek Usta hielp haar aan een plek in een opleidingstraject voor commissarissen bij woningbouwcorporaties. „Ik wil me graag op andere terreinen begeven en nieuwe dingen leren.” Het traject, met voornamelijk vrouwen, loopt van oktober tot juli en is voor Paul ’de toegang tot een nieuwe wereld’. De deelnemers krijgen inzicht in het reilen en zeilen van een woningcorporatie en lopen vervolgens mee met een zittende raad van commissarissen. „Het is een kans in toezichtland. Mooi, hoe door Melek mijn netwerk groeit.”<br />
<br />
„Raden van commissarissen zijn echte blanke mannenbolwerken”, zegt Melek Usta, die met haar bedrijf Colourful People een divers personeelsbeleid bij organisaties promoot. Dat goed opgeleide etnische vrouwen het moeilijker hebben op de arbeidsmarkt dan autochtone vrouwen was haar niet opgevallen. Wel ziet ze dat economisch laagtij het diversiteitsbeleid bij bedrijven onder druk zet.<br />
<br />
<b>Riskant</b><br />
„Mensen zijn geneigd kopieën van zichzelf binnen te halen, een universeel selectiemechanisme. In crisistijd willen beslissers veiligheid en kiezen voor bewezen succes. Medewerkers met een andere culturele achtergrond binnenhalen, is voor hen riskant, want onbekend. Sommige delen van de beroepsbevolking komen zo versneld aan de zijlijn te staan.”<br />
<br />
<b>Afwijkend</b><br />
Een sociale kloof is Mariëlle Paul onbekend en ze kreeg nooit te maken met uitsluiting. Haar katholieke ouders aardden snel in Brabant en de Pakistaanse komaf van het gezin wekte enkel nieuwsgierigheid in hun omgeving. „Afkomst zou je arbeidskansen niet mogen inperken, maar een afwijkende culturele achtergrond kan belemmerend werken. Een coach die je daarvan bewust maakt, is dan zinvol.” <br />
<br />
<b>Bedroevend</b><br />
Usta onderkent dit probleem. Ook hoog opgeleide etnische kandidaten realiseren zich niet altijd wat van hen verwacht wordt bij een nieuwe werkgever, zegt ze. „Je moet communicatiestijlen en gedragscodes begrijpen om te kunnen aansluiten bij je werkomgeving. Bij de overheid is het percentage allochtonen met salarisschaal dertien en hoger nog steeds bedroevend laag. Voor deze leidinggevende functies moet je politieke subtiliteiten aanvoelen. Dat wat je wel en niet kan zeggen. Heel moeilijk onder woorden te brengen.”<br />
<br />
<b>Masterdpapiertje</b><br />
Fatima Siema Khawaja (31) koos voor het ondernemerschap. Tijdens haar studie bestuurs- en organisatiewetenschappen in Utrecht organiseerde ze activiteiten tegen betaling en met een bachelordiploma op zak ging ze hier fulltime mee door. Dat masterpapiertje moet er nog wel komen. „Anders ben ik minder waard op de arbeidsmarkt.” Haar Indiase vader en Surinaamse moeder zagen liever dat ze arts werd. „Ze hebben zelf moeten knokken en willen mij dat besparen.” <br />
<br />
Khawaja heeft twee jongere broers en ging als enige in het gezin studeren. „Dat hebben mijn ouders enorm gestimuleerd. Hoe hoger de functie, hoe makkelijker het volgens hen zou zijn om in deeltijd te gaan werken. Een driedaagse werkweek zou dan ook genoeg salaris opleveren.”<br />
<br />
Maar het werd de creatieve sector. Als zestienjarige zat ze dagelijks in het Amsterdamse buurthuis De Pijp en stortte zich op het meidenwerk. Een medewerker coachte Khawaja en gaf haar de kans om danslessen te organiseren. „Ik sprak met haar over thuis en ze leerde me plannen en programmeren.” Nu heeft Khawaja zelf die rol bij SJA Meidenplaza in Amsterdam. Met een meisje dat als veertienjarige dansles bij haar volgde, werkt ze volgend jaar samen aan een project. „Ze is nu twintig, studeert commerciële economie en houdt van aanpakken. Een beetje zoals ik het deed.”<br />
<br />
<b>Zwaar</b><br />
Ook de Turkse Ayten Polat (39) heeft inmiddels haar pupillen. „Vooral jonge meiden. Ik help ze met sollicitatiebrieven en -gesprekken voorbereiden. Of we praten over opleidingen.” Polat rondde dit jaar een hbo-opleiding Personeel en Organisatie af. „Als je hogerop wilt komen, zul je moeten werken om diploma’s op zak te krijgen.” Het was zwaar, zegt ze. „Ik ben alleenstaand moeder en werk fulltime. Maar ik voel me enorm trots, de wereld ligt nu aan mijn voeten.”<br />
<br />
Polat kwam op tweejarige leeftijd naar Nederland, groeide op in Zaandam en volgde de mavo en mbo-toerisme. Ze werkte als secretaresse bij de gemeente Haarlemmermeer. Nu is ze er personeelsadviseur, een ’onwijs leuke baan’. Onlangs werd ze gevraagd als bestuurslid van een poppodium. „Dat zal niet met mijn nieuwe functie te maken hebben. Maar mensen in mijn omgeving zien mij groeien en benaderen mij.”<br />
<br />
Goed opgeleide etnische vrouwen komen geen extra obstakels tegen op hun carrièrepad, denkt Polat. „Je werkt hooguit wat harder. Ik kan niet zeggen dat ik het moeilijk heb. Je moet kansen grijpen. Ík laat ze in ieder geval niet liggen.”<br />
<br />
<br />
<b>Rolmodel</b><br />
Twintig succesvolle etnische zakenvrouwen coachen veertig allochtone vrouwen naar een baan. Het project is een initiatief van uitkeringsinstantie UWV en Etnische Zaken Vrouwen Nederland (EZVN). Ook Melek Usta doet hier aan mee. De zakenvrouwen begeleiden jong, etnisch talent met een middelbare of hogere opleiding. Aan de orde komen onder meer gedragscodes en presentatie.<br />
<br />
<br />
Gepubliceerd in Trouw en op Trouw <a rel="external" href="http://www.trouw.nl/nieuws/economie/article2937869.ece/Vrouwen_helpen_elkaar_hogerop_.html" title="">Ideale Banen</a>.<br />
<br />
<br />
<br  /></br> ]]></description>
			<guid isPermaLink="false">98@http://jolandabreur.nl/pivot/</guid>
			<category>Economie, Integratie</category>
			<pubDate>Wed, 29 Dec 2010 12:32:00 +0200</pubDate>
		</item>
		
		
		
		<item>
			<title>Leren kijken met een wichelroede</title>
			<link>http://jolandabreur.nl/archive/2010-12-22/Leren_kijken_met_een_wichelroe</link>
			<comments>http://jolandabreur.nl/archive/2010-12-22/Leren_kijken_met_een_wichelroe#comm</comments>
                        <description><![CDATA[ <br  /><b>Wat is waar aan waarnemen? Een fotograaf, een kunstenaar, een filosoof, een boomexpert en een woestijnreiziger komen met verrassend onderscheidende visies.</b> <br />
<br />
<p style="text-align:center;"><img src="http://jolandabreur.nl/images/w_copy2.jpg" style="border:0px solid" title="" alt="" class="pivot-image" /></p><br  />Tranen springen in haar ogen. Het gebeurt iedere keer weer als ze naar de foto van kunstenaar Ton van der Laaken kijkt: een bundel zonlicht die een Egyptische grafkelder binnenvalt. Dit beeld raakt Lidwien Opheij (58) ’recht in het hart’. „Die lichtval is de eerste herinnering in mijn leven.” De eenvoud ervan maakt ook indruk op Inez van den Bergh (59). Op een krukje laat ze het beeld rustig op zich inwerken. „Ik adem gelijk uit, weg van alle gedoe.” <br />
<br />
Brengt het contrast van de lichtbundel met de lage, aardse ruimte deze ontroering teweeg? Kunstenaar Van der Laaken, die de beschouwers gadeslaat, denkt het wel. „Licht staat in onze cultuur voor het bovenaardse, het hogere.” <br />
<br />
De tweede editie van de expositie waar zijn foto hangt, is volgens hem sowieso ’ijler, minder stoffelijk’ dan de eerste. Samen met fotograaf Paul den Hollander stelt hij vanaf mei werk tentoon in De KetelFactory in Schiedam. Half juni, zo was afgesproken, richtten ze de ruimte opnieuw in. Werken wisselden van plaats of werden vervangen. <br />
<br />
<b>Kwetsbaar</b><br />
„Er moet iets tussen jullie gebeurd zijn”, meent Opheij die ook de eerste editie zag. „Het is een vervolmaking.” Van der Laaken: „Ik dacht: dit lukt ons nooit een tweede keer. Maar deze expositie is nog mooier.” Hij wijst naar een foto van Den Hollander die nu boven een installatie van hemzelf hangt. De foto toont een lichte, fragiele bloem, gedroogd op papier. Ze sluit volgens beide kunstenaars goed aan op de twee houten stoelen eronder, waartussen een metale bak met paraffine op de grond staat. Net als de bloem op de foto geeft ’Boeddhistisch gesprek’ kwetsbaarheid en eenzaamheid weer. De stoelen nodigen bezoekers uit om tegenover elkaar plaats te nemen en in gesprek te raken. Terwijl de gestolde paraffine in de bak tussen hen in langzaam smelt. <br />
<br />
<b>Mooiste moment</b><br />
Maar mensen vinden het moeilijk, zegt Van der Laaken, terwijl hij met een thermostaat de temperatuur in de metalen bak verhoogt. „Die innerlijke onrust, daar komen alle problemen uit voort.” Hij vertelt dat bezoekers het kwartier vaak niet uitzitten, totdat de paraffine smelt. „En dat omslagpunt is juist het mooiste moment.” In de bak strekt een donkere vlek van vloeibare was zich langzaam uit onder een gestolde, witte laag. De randen worden vochtig. <br />
<br />
<b>Hier en nu</b><br />
Is die onrust niet inherent aan de mens? „Klopt, maar de wil om onrust te ontstijgen, is dat ook. Deze ontmoeting confronteert je met je vermogen om te verblijven in de tijd.” In de witte, gestolde bovenlaag vallen lichte gaatjes. „Aandachtig waarnemen doet iets met je geest en je omgeving, contact met de wereld is dan minder vluchtig.” Een plas vloeibare paraffine staat inmiddels op de harde laag. „Het is niet ergens anders, het is hiér en nu.” <br />
<br />
<b>Klik</b><br />
Samenwerken ging op een natuurlijke manier, volgens fotograaf Paul den Hollander. Hij kende Van der Laaken niet, voor de expositie. Ze belden, bezochten elkaars atelier en het bleek te klikken. „We kijken op dezelfde manier.” Ook Den Hollander vindt hun tweede editie beter. „Dat schuiven, werken vervangen en verplaatsen, deden we gevoelsmatig. Daarbij gaat het niet om je eigen werk, je moet je inleven in het totaal. Het is één grote ontmoeting.” Dat de expositie ’Ontmoeting#1’ heet, is dan ook geen verrassing. <br />
<br />
<b>Kunststokerij</b><br />
Het is de eerste in De KetelFactory, een voormalige melkfabriek, aangekocht door distilleerdersfamilie Nolet. Glaskunstenares Winnie Tesmacher leidt de ’kunststokerij’ en bracht de twee kunstenaars samen. Ze gaf hun opdracht om naast de expositie ieder een dagprogramma samen te stellen dat verdieping geeft aan hun eigen werk. Zaterdag was het de dag, ’De Distillatie’, van Den Hollander. Thema: waarnemen. Zo’n veertig bezoekers komen zien en praten en ervaren, wat ’waar’ is aan waarnemen. Boomexpert Huib Sneep laat hen in een park vlakbij de KetelFactory zien hoe je anders naar bomen kunt kijken. <br />
<br />
<br />
Bomen groeien van boven naar beneden; zonne-energie jaagt dit proces aan, legt Sneep aan de omstanders bij een boom uit. „Bomen zijn gigantische zonnecollectoren. Eigenlijk is ieder blad zo’n collector en de takken zorgen dat ze goed staan afgesteld.” Bomen gebruiken zonne-energie direct, terwijl mensen van de producten ervan leven, zoals granen. „Gaan we een boom bemesten als hij het niet goed doet? Eet jij een T-bonesteak als je ziek bent? Nee, dus. Mest opnemen, kost energie.”<br />
<br />
<b>Ratrace</b><br />
Sneep gaat uit van energie in zijn boombenadering, maar wel op een mechanische, analytische manier. Bomen groeien naar het licht, vertelt hij. In een bos is het een ratrace om zoveel mogelijk licht te vangen. Daar zijn de stammen vaak lang en slank. „Hier in het park is dat niet nodig, hebben ze geen concurrentie.”  Iedere vorm heeft consequenties voor het energieverbruik. Een horizontale tak verbruikt veel. „Het is als een emmer die aan je uitgestrekte arm hangt.”<br />
<br />
„Zie je die tak?” De deelnemers kijken aandachtig omhoog. Sneep: „Hij zal binnen drie jaar afsterven.” Dat ziet hij aan de afwezigheid van groeistrepen. „Als je bomen op deze manier beschouwt, kun je in de toekomst kijken. En in het verleden.” <br />
<br />
De boomexpert werkt weleens met een pendelende collega. „Een prima manier om de energiehuishouding van een boom te meten. Zij trekt in 90 procent van de gevallen dezelfde conclusie.<br />
<br />
<b>Blokkades</b><br />
Paul den Hollander voelt ook voor de intuïtieve benadering en trekt een wichelroede. Hij wil ’het onzichtbare zichtbaar maken’. „We staan in energievelden van de bomen en van elkaar.” Op sommige plekken is er ’een energieverdikking, een blokkade’. Met twee metalen staafjes recht voor zich uit gestoken, loopt hij van een boom naar de groep. Plotseling kruisen de staafjes. „Hier is er een, ik voel een tinteling.” <br />
<br />
<b>Onzichtbare</b><br />
We kijken allemaal op onze eigen manier, vertelt Den Hollander later, nadat hij de werkwijze van Sneep ’fenomenaal’ heeft genoemd. „Ik denk dat we onze band met het onzichtbare zijn kwijtgeraakt. De Kelten bouwden hun heiligdommen niet voor niets op bepaalde plekken. Later verrezen daar kathedralen.” Dieren hebben die band volgens hem nog wel. „Katten gaan vaak op het snijvlak van energievelden liggen.” Ook met zijn camera probeert Den Hollander de fysieke vorm voorbij te gaan. „Mijn drijfveer is om door de eerste waarneming heen dichter bij de kern te komen en dat weer te geven.” Die kern is zijn innerlijk, een scheppende kracht waarvan de foto een spiegel is. <br />
<br />
<b>Woestijnexpedities</b><br />
„Niets kan nog misgaan in mijn leven.” Voormalig milieubioloog Arita Baaijens kent als geen ander ’de maat der dingen’. Ze maakte verschillende woestijnexpedities waarbij ze de dood in de ogen keek. Prachtige foto’s, en haar verhalen illustreren de ’schoonheid en huiver’ die volgens Baaijens nergens zo goed samengaan als in een woestijn. <br />
<br />
Het is moeilijk om je tot een onmetelijke zandvlakte te verhouden, zeker als je alleen bent. „Je bent een eendagsvlieg op de muur.” Dat gevoel geven ook de foto’s die ze projecteert in de ruimte boven de expositiezaal. De omvang van een heuvel wordt pas duidelijk, als je de minuscule mensfiguurtjes in een hoek ziet. <br />
<br />
<b>Stuurloos</b><br />
Baaijens was ooit ambitieus en had alles onder controle in werk en relaties. Die zaken stelden na haar woestijnavonturen niets meer voor. „In de woestijn moet je vertrouwen op een kompas, maar voor mijn gevoel klopte dat eerst niet.” Toen ze het woestijnreizen onder de knie dacht te hebben, ging ze alleen op pad. „Mijn perspectief wisselde daardoor en ik raakte stuurloos, overleefde alleen nog. Ik dacht al 32 jaar te weten wie ik was, maar wist het niet meer. Wat wilde ik eigenlijk?”<br />
<br />
Emoties stuurden Baaijens de woestijn in, haar drive, en zorgden eveneens dat ze het er levend vanaf bracht. „Natuurlijk gebruikte ik ook mijn verstand, maar alleen daarmee had ik überhaupt niets in de woestijn te zoeken.” Je moet de schoonheid om je heen blijven zien, zegt ze, dat vermindert het stressgevoel. Voor haar is de overgave in de woestijn te kunnen sterven onontbeerlijk om er te overleven. „Je moet tot het uiterste willen gaan.”<br />
<br />
<b>Nederlandse dame</b><br />
Baaijens maakte een tocht waarvan men zei dat ze die niet zou overleven. „Als het me lukte, wist ik, zou er niets meer fout gaan in mijn leven.” Een ijkpunt op haar route was de Zadelberg. Ze ontdekte echter maar één berg en die had niet de vorm van een zadel. Op deze berg speurde ze de omgeving af met een verrekijker. „Ik stond óp de Zadelberg, maar had het niet door.” De andere kant van de berg, bleek later, had wel degelijk de vorm van een zadel. Baaijens blijft een ’Nederlandse dame’: „Ik let goed op mijn omgeving, maar zal nooit de blik van een nomade hebben.”<br />
<br />
Als filosoof Ida Jongsma de dag met de deelnemers afsluit, vraagt ze zich hardop af hoe je van jezelf afkomt in het waarnemen. Hoe kunnen we ondanks onze conditionering anders kijken? We verliezen onze creatieve manier van waarnemen rond het zevende levensjaar, reageert een vrouw. „Een peuter ziet een doos niet als object, maar als iets waar hij in kan kruipen. Als volwassene en als schilder probeer ik van die westerse manier van kijken en denken af te komen door soms blind te werken of met mijn andere hand.” <br />
<br />
Dan merkt iemand op: „We zagen vandaag de bomen, bekeken de foto’s, hoorden de woorden en daarbij is het woord ’waarnemen’ vaak gevallen. Vanaf nu zullen we nooit meer kijken als voorheen.”<br />
<br />
<br />
Gepubliceerd in Trouw en op <a rel="external" href="http://www.trouw.nl/religie-filosofie/nieuws/filosofie/article2808571.ece/Leren_kijken_met_een_wichelroede_.html" title="">Trouw.nl</a><br />
<br />
<br />
<br  /></br> ]]></description>
			<guid isPermaLink="false">97@http://jolandabreur.nl/pivot/</guid>
			<category>Filosofie, Zingeving</category>
			<pubDate>Wed, 22 Dec 2010 12:34:00 +0200</pubDate>
		</item>
		
		
		
		<item>
			<title>’Wat komt daar voor een jong ding?’</title>
			<link>http://jolandabreur.nl/archive/2010-11-05/’Wat_komt_daar_voor_een_jong</link>
			<comments>http://jolandabreur.nl/archive/2010-11-05/’Wat_komt_daar_voor_een_jong#comm</comments>
                        <description><![CDATA[ <br  /><b>De eerste baan maakt vaak diepe indruk. Oud-minister van integratie Ella Vogelaar (59) begon als vormingswerker voor jongeren. </b><br />
<br />
<p style="text-align:center;"><img src="http://jolandabreur.nl/images/e.jpg" style="border:0px solid" title="" alt="" class="pivot-image" /></p><br  />"We waren radicale studenten en onze invloed op het beleid van de sociale academie was groot. De toenmalige minister van onderwijs overwoog daarom nog de subsidie voor De Horst in Driebergen stop te zetten. Opwindende tijden, die van de studentenopstanden.<br />
<br />
En daarna ging je als vanzelfsprekend iets doen voor het maatschappelijk nut. Ik vond in 1972 een baan in het vormingswerk. We boden jongeren die niet meer naar school gingen maar wel deels leerplichtig waren een programma. Algemene ontwikkeling, sport, hoe solliciteer je, wat zijn je rechten, hoe zit het met je cao. Die programma’s schreven mijn collega’s en ik zelf. We waren een hecht, idealistisch team en trokken continue met elkaar op. Zo ging dat. <br />
<br />
<b>Rotzooi trappen</b><br />
De jongeren waarmee we werkten, kwamen vooral uit sociaal zwakke milieus, hadden problemen op school en hielden wel van stappen of rotzooi trappen. Soms was er gewoon geld nodig in het gezin. We begeleidden intensief in kleine groepen. Deze persoonlijke aanpak verdween toen schooltypen als mts, meao en vormingscentrum fuseerden tot het roc.<br />
<br />
<b>Hartstikke blij</b><br />
Gelukkig zie je intensieve begeleiding van uitvallers hier en daar weer terugkeren. Dat hebben ze ook nodig. We probeerden de jongeren toch naar een beroepsopleiding te krijgen en als dat lukte waren we hartstikke blij. Die kinderen hadden vaak meer in hun mars. Ik herinner me een meisje dat uiteindelijk de opleiding tot kraamverzorgster ging doen; fantastisch.<br />
<br />
<b>Flair</b><br />
We gingen ieder jaar op huisbezoek bij de ouders. We bespraken met hen waarom hun kind zijn of haar schoolopleiding staakte en probeerden de gezinssituatie in te schatten. Zo konden we makkelijker in gesprek raken met de jongeren. Ik verbaas me nu over de flair waarmee ik dit toen deed. Ik was 22 en sprak met hen over hun vijftienjarige zoon of dochter. Ik twijfelde geen moment of ik daarvoor wel genoeg levenservaring had. Misschien dachten zij wel: wat komt daar nu voor een jong ding. Maar zo gaat het nu natuurlijk ook.<br />
<br />
<b>Dagelijkse kost</b><br />
Tijdens mijn eerste baan merkte ik dat werken leuk en inspirerend is. De teamgeest en het enthousiasme waren enorm. Niets lag vast en dat gaf mijn creativiteit alle ruimte. Daardoor zocht ik in latere banen, in de vakbeweging en als minister, eerder naar onorthodoxe oplossingen. Mensen verschuilen zich te vaak achter regels. Als vormingswerker was denken in oplossingen voor mij dagelijkse kost. Daar heb ik nu nog profijt van.”<br />
<br />
<br />
Gepubliceerd in Trouw en op <a rel="external" href="http://www.trouw.nl/nieuws/economie/article2931954.ece/_rsquo_Wat_komt_daar_voor_een_jong_ding__rsquo___.html" title="">Trouw.nl</a><br />
<br />
<br />
<br />
<br  /></br> ]]></description>
			<guid isPermaLink="false">96@http://jolandabreur.nl/pivot/</guid>
			<category>Economie</category>
			<pubDate>Fri, 05 Nov 2010 12:04:00 +0200</pubDate>
		</item>
		
		
		
		<item>
			<title>Congres met spruitjeslucht</title>
			<link>http://jolandabreur.nl/archive/2010-10-29/Congres_met_spruitjeslucht</link>
			<comments>http://jolandabreur.nl/archive/2010-10-29/Congres_met_spruitjeslucht#comm</comments>
                        <description><![CDATA[ <br  /><b>Het is zwart of wit in Nederland. De ophef rond het Familiecongres vorige week maakte dat opnieuw duidelijk, vinden twee Elftalspelers. Rabbijn Elisa Klapheck: ’Je bent religieus of atheïst’. Hoogleraar Erik Borgman: ’Nederlanders reageren als de karikatuur die een ander van hen schetst’.</b><br />
<br />
<p style="text-align:center;"><img src="http://jolandabreur.nl/images/spr.jpg" style="border:0px solid" title="" alt="" class="pivot-image" /></p><br  />We durven in Nederland geen fundamentele discussie met elkaar aan en dat is een gevaar voor de democratie, stelt Erik Borgman, hoogleraar systematische theologie aan de Universiteit van Tilburg. Hij refereert aan het stof dat het World Congress of Families vorige week deed opwaaien. Als het congres in Amsterdam die aandacht al waard was, zegt hij. <br />
<br />
<b>Conservatief</b><br />
Het evenement, waarin traditionele gezinswaarden centraal stonden, werd voornamelijk door conservatieven bezocht. „Waarom zouden zij het gezin niet enkel mogen zien als een huwelijk tussen man en vrouw met veel kinderen?”, vraagt Borgman. Nederlanders kunnen volgens hem slecht omgaan met fundamentele verschillen van mening. Dat zijn ze niet gewend. „We hebben lang geen sterk uiteenlopende standpunten gehad”, zegt hij. <br />
<br />
<b>Fatsoenlijk</b><br />
Tijdens de verzuiling waren de verschillen er enkel tussen de zuilen en in de jaren zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw waren we het voor een groot deel eens over wat een fatsoenlijke samenleving is. „Dat definiëren we nu als dé Nederlandse cultuur”, zegt Borgman. „Als migranten niet liberaal tegen homoseksualiteit aankijken, denken we meteen aan een inburgeringsprobleem.” Maar Borgman vraagt zich af of alle autochtone Nederlanders wel zo liberaal zijn. In de bus hoort hij regelmatig andere geluiden. <br />
<br />
In de VS gaat men explicieter met verschillen om, volgens de theoloog. „Hun onafhankelijkheidsverklaring gaat uit van pluralisme en vond vervolgens een aantal gemeenschappelijke waarden: ’wij beschouwen deze waarheden als vanzelfsprekend, dat alle mensen gelijk geschapen zijn en dat zij door hun Schepper begiftigd zijn met zekere onvervreemdbare rechten’.” <br />
<br />
<b>Karikatuur</b><br />
Als we het in Nederland ergens mee oneens zijn, zegt Borgman, mag de ander zijn opvatting eigenlijk niet uitgedragen, bang als we zijn dat de gemeenschap uit elkaar valt. „Dit is beledigend, zeggen wij als de dominante Nederlandse cultuur verweten wordt dat ze geen grenzen stelt. Maar zo word je de karikatuur die de tegenstander van je schetst. Maak duidelijk wat we belangrijk vinden om te verdedigen, waar we tegen zijn en waarom. En niet abstract onze vrijheid verdedigen om te doen wat we zelf goeddunken.”<br />
<br />
<b>Hartstikke religieus</b><br />
Rabbijn Elisa Klapheck noemt de Nederlandse samenleving een ’gespleten maatschappij’. Je bent religieus óf atheïst, iets ertussenin is onmogelijk. „Ik ben hartstikke religieus, maar vóór seculiere instituties. Dat gaat prima samen.” Een moeilijk te verdedigen standpunt, volgens haar. Atheïsten bijvoorbeeld, zijn meestal niet bereid te kijken of een religieuze visie hen óók iets kan bieden, zegt ze.<br />
<br />
<b>Bekrompen</b><br />
Verbaasd is Klapheck over de weerzin in de publieke opinie tegen de spruitjeslucht van het gezinscongres. De gezinscultuur is in Nederland volgens haar benauwend sterk. De Duits-Nederlandse rabbijn wijst op de zes-uur-etenstijdmentaliteit. Tijdens het avondmaal zit de hele familie bij elkaar en daarbij zijn geen pottenkijkers welkom. Bekrompen, vindt ze. „Mensen zijn rond die tijd ook niet uit te nodigen, terwijl het zo leuk is om voor elkaar te koken en te debatteren tijdens een open avond.” <br />
<br />
In Duitsland – waar ze nu woont – is men makkelijker. Duitsers eten later en nemen de kinderen mee. Klap- heck heeft het idee dat Nederlanders zich de laatste jaren terugtrekken in hun eigen, kleine wereld, binnen hun eigen biologische verbanden. Teken van identiteitscrisis, vindt ze. „Terug naar de stammencultuur.”<br />
<br />
<b>Geëmancipeerde Maria</b><br />
Dat is ongezond, meent Klapheck. En dat zijn de waarden die op het familiecongres gepropageerd worden ook niet. Een ruimhartige visie op sociale verbanden is volgens Klapheck te vinden in het christendom. „Kijk naar de heilige familie. Jozef was bereid de vader te zijn van Jezus, waarmee hij geen biologische band had. Maria was de geëmancipeerde vrouw en Jezus het bijzondere kind. Het kerngezin wordt in de Bijbel veel breder gezien.” Ze haalt Lukas 8 aan, waarin Jezus’ moeder en broers naar hem vragen, terwijl hij in een menigte staat. Aan de boodschapper laat Jezus weten dat zijn moeder en broers degenen zijn die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen. „Die familie is veel groter.”<br />
<br />
<b>Angst</b><br />
Nederlanders lijken dus geen vertrouwen te hebben in zo’n grote familie en evenmin in het debat. „We denken dat discussies over fundamentele kwesties geen zin hebben, omdat ze buiten de rede vallen”, zegt Borgman. Discussies zijn echter de spil van een democratische samenleving. „Die anderen hebben dezelfde soort problemen, we leven in dezelfde wereld en we zijn op elkaar aangewezen. Dat zijn genoeg uitgangspunten.” Verschillen blijven er, maar je vindt ook gezamenlijke opvattingen. Denk niet gelijk dat vijftig mensen met een extreme visie de bijl aan de wortels van de democratie leggen. Angst daarvoor doet dat juist.” <br />
<br />
Valt er wel te discussiëren met mensen die zich beroepen op de Bijbel zoals de orthodoxe christenen op het congres? „Het boek letterlijk nemen is uitstekend, maar dan ook helemaal”, stelt Klapheck. De Bijbel is oorspronkelijk in het Hebreeuws geschreven, vertelt ze, en die taal kent veel dimensies. Op één vraag geeft hij meerdere antwoorden. <br />
<br />
<b>Word talrijk</b><br />
Opperrabbijn Jacobs, een van de sprekers op het World Congress of Families, neemt de bijbelse zinsnede ’wees vruchtbaar, word talrijk en vervul de aarde’ letterlijk. We moeten maar gewoon accepteren dat dit van ons wordt verwacht, meent hij. Het gezin is voor hem daarom de hoeksteen van de samenleving. Klapheck betoogt dat het Hebreeuwse woord voor vervullen of vermenigvuldigen terugkomt in het woord ’rabbijn’. De vraag is nu waarmee de aarde vervuld moet worden. Ze denkt niet aan een kinderschare, maar aan een geest of kwaliteit.<br />
<br />
<b>Militant</b><br />
Borgman draagt zijn geloof in de kracht van de redelijkheid ’militant’ uit, ondanks de kakofonie van het publieke debat, en zonder de Bijbel. Of hij zelf als spreker zou optreden op het congres, weet hij niet. „Al zul je de harde kern nooit overtuigen, het is belangrijk je standpunt toe te lichten. Al is het maar voor de twijfelaars. Maar ik heb ook aan debatten deelgenomen waarvan ik dacht: hier telt maar één mening, ik kan net zo goed naar huis gaan.”<br />
<br />
<br />
Vorig jaar gepubliceerd in Trouw en op <a rel="external" href="http://www.trouw.nl/religie-filosofie/opinie/elftal/article2840699.ece/Congres_met_spruitjeslucht__.html" title="">Trouw.nl</a> <br />
<br />
<br  /></br> ]]></description>
			<guid isPermaLink="false">95@http://jolandabreur.nl/pivot/</guid>
			<category>Religie, Zingeving</category>
			<pubDate>Fri, 29 Oct 2010 20:04:00 +0200</pubDate>
		</item>
		
		
		
		<item>
			<title>De diepte in op Marx Zomerschool</title>
			<link>http://jolandabreur.nl/archive/2010-10-13/De_diepte_in_op_Marx_Zomerscho</link>
			<comments>http://jolandabreur.nl/archive/2010-10-13/De_diepte_in_op_Marx_Zomerscho#comm</comments>
                        <description><![CDATA[ <b><br  />Zijn marxisme en religie verenigbaar? Op de Marx Zomerschool bogen bezoekers zich over die vraag. „Religie geeft een vals broederschapsgevoel, om het verschil tussen rijk en arm te bedekken.”</b><br />
<br />
<p style="text-align:center;"><img src="http://jolandabreur.nl/images/ka.jpg" style="border:0px solid" title="" alt="" class="pivot-image" /></p><br  />“Als je na de lezing iets wilt zeggen, zet ik je naam op de lijst”, deelt een jonge vrouw het publiek mee. Ze zit achter een tafel met een rood kleed. “Na drie minuten spreektijd tik ik af.” Naast haar staat Arwin van der Zwan in de startblokken om aan zijn inleiding over de Italiaanse marxist Antonio Gramsci en het klassenbewustzijn te beginnen. Na een half uur kunnen de dertig aanwezigen drie kwartier over het thema discussiëren. <br />
<br />
In het ZIMIHC-huis voor amateurkunst in Utrecht hielden de Internationale Socialisten (IS) vorige week zondag hun jaarlijkse Marx Zomerschool. Acht bijeenkomsten moesten de bezoekers ´inhoud, diepgang en toegankelijk marxisme´ bieden, volgens de wervende flyer. Leden van de IS, een activistische beweging tegen onder meer kapitalisme en oorlog, hielden inleidingen over de Spaanse Burgeroorlog, ‘hervorming of revolutie?’ en de traditie van de IS. <br />
<br />
<b>Uitgebuit</b><br />
“Antonio Gramsci schrijft in de gevangenis dertig schriftjes vol met een analyse van de mislukte arbeidersrevolutie”, vertelt spreker Van der Zwan. De denker en eerste leider van de Italiaanse Communistische Partij werd begin twintigste eeuw als tegenstander van dictator Mussolini opgepakt en langdurig vastgezet. “Niet iedereen is zich bewust van zijn positie in het productieproces, klassenbewust. Wanneer je begrijpt dat je als loonarbeider uitgebuit wordt door een baas ofwel kapitalist die winst maakt met de productiemiddelen en jouw arbeid, dan kun je de wereld veranderen”, zegt Van der Zwan. <br />
<br />
<b>Spontaan verzet</b><br />
Sociale fragmentatie ondermijnt volgens Gramsci het klassenbewustzijn van arbeiders. Ook de Italiaanse socialistische partij viel uiteen, in revolutionairen en reformisten. De laatsten hadden niet veel op met de fabrieksraden die arbeiders in de Rode Jaren 1919-1920 oprichtten. In deze tijd van protesten en stakingen was het klassenbewustzijn ongelijkmatig verdeeld, meent Gramsci. “Klassenbewustzijn kan niet aan arbeiders opgelegd worden”, meent Van der Zwan. “Dat moeten ze zelf verwerven. Maar ze hebben wel leiders nodig om hun spontaan verzet actief te ondersteunen.”<br />
<br />
Tijdens de discussie wordt opgemerkt dat arbeiders onderdeel van het kapitalisme zijn geworden. Ze hebben een pensioen en beleggen hun spaargeld. “Daardoor voelen ze zich de middenklasse en ontwikkelen ze geen klassenbewustzijn. Die taak is aan ons.” Ook de ‘continue in ons leven aanwezige entertainment- industrie’ zou deze ontwikkeling belemmeren. “Vermaak als tv en film geeft ons het idee dat we het goed hebben.” <br />
<br />
<b>Zielig vrouwtje</b><br />
En dat ‘goed hebben’ is betrekkelijk, meent de vrouw achter de tafel naast Van der Zwan. “In een Gronings verzorgingstehuis krijgen ouderen maar eens per week een douchebeurt. Ze moeten 21 euro betalen voor een extra sessie. Ik stond bijna te huilen toen ik dit hoorde”, zegt ze nog steeds geëmotioneerd. “Mijn rechtse huisgenoten vroegen of ik een zielig, oud vrouwtje had gesproken, toen ik ze het vertelde.  Maar onafhankelijk van een bewoonster sprak ik ook met twee verzorgers, die het verhaal beaamden. Mijn huisgenoten trokken hun schouders op. Mensen willen het niet zien!”<br />
<br />
<b>Sores</b><br />
Dat komt, meent een student van de Rietveld Academie, omdat iedereen zijn dagelijkse sores heeft. “Studie afronden, de kinderen, brood op de plank.” Maar hij wil de aanwezigen attenderen op een ander probleem. “ Veel mensen voelen aan dat er twee tegenstrijdige visies in onze samenleving heersen. Die van de individuele potentie, het idee dat jij met jouw talent uit de grijze massa kunt opstijgen. En die van de volstrekte intellectuele middelmatigheid; vooral niet opvallen maar je aanpassen. Zoals Balkenende. We hebben een partij of organisatie nodig die deze tegenstelling aanpakt.” <br />
<br />
<b>Oprutte</b><br />
In de pauze staat een lange rij voor de koffiekannen, naast de boekentafel met titels als ‘Het kapitaal’ en vóór een uitstalling T-shirts en posters. ‘Belast de rijken, tel uit je winst. Haal het geld waar het zit’ en ‘Zeg nee tegen de PVV’ luiden enkele opdrukken. Op de deur van de ruimte prijkt Mark Rutte; ‘Vriend van dieven: Oprutte.’ <br />
<br />
<b>Stom systeem</b><br />
Bezoeker en Rietveld-student Pieka Werner (23) herkende het commentaar van haar medestudent tijdens de bijeenkomst. “Jongeren zijn vaak gericht op individuele ontplooiing en vinden politiek niet zelden een ‘stom systeem’.” Werner, die Beeld en Taal studeert, vraag zich wel eens af hoe ze iets maakt wat relevant is voor haar omgeving. “De opleiding is vrij individueel en studenten zijn meestal niet actief in een beweging, met anderen. Gezamenlijkheid is niet echt van deze tijd, hoewel ik best behoefte heb aan bijeenkomsten zoals deze. In je atelier zit je ook maar de hele dag alleen.” Werner kreeg een uitnodiging voor de Zomerschool tijdens een barbecue waar ook Internationale Socialisten waren. Ze heeft geen hooggespannen verwachtingen. “Ik kom vooral om te luisteren.” <br />
<br />
Cees Ladenstein (55), SP-lid en voormalig metaalwerker, kent de bijeenkomsten van de IS. Hij is geen lid, maar bezoekt ze al vijf jaar en loopt regelmatig mee met  demonstraties. Ladenstein, op zijn hoofd een petje met ‘Working Class’, is sinds mei werkloos. “De werkzaamheden zijn verplaatst naar het buitenland en op mijn leeftijd is het lastig iets anders te vinden. Ja, acht uur per week schoonmaken tegen 4 euro per uur.” De bijeenkomsten vindt hij tot nu toe ‘goed, zoals gewoonlijk’. “Maar de opkomst is matig.” <br />
<br />
<b>Revolutionair</b><br />
Daar denkt organisator Jelle Klaas anders over: hij zegt tevreden te zijn over het bezoekersaantal. “Het is vakantietijd. En van de bijna 70 aanwezigen is de helft geen lid.” Alhoewel ledenwerving volgens hem een bijdoel is, konden de IS na de vorige zomerschool tien nieuwe leden verwelkomen.  “Hoofddoel is om op deze dag echt de diepte in te gaan. Bij de praktijk van het marxisme hoort ook een theorie. En de IS’ers kunnen oefenen met inleidingen geven.” Deze jonge historici en studenten filosofie en politicologie behoren tot de enkele honderden leden van de IS, de Nederlandse tak van een internationale groep revolutionair-socialistische bewegingen die ‘vecht voor een socialistische maatschappij’. <br />
<br />
<b>Domme religieuzen</b><br />
Tijdens de drukbezochte zitting ‘Sluit marxisme religie uit?’, legt  de van oorsprong Irakese Arjwan Alfayle uit dat filosoof en econoom Karl Marx materialist was. “Dan is er geen plaats voor geest of spiritualiteit. Hij was dus atheïst en dacht dat we godsdienst niet meer nodig hadden als de klassenmaatschappij was opgeheven. Maar hij begreep de behoefte aan religie, die hij trouwens opium ván het volk noemde, niet vóór het volk.” Alfayle, zelf niet religieus, vindt dat atheïsten als Richard Dawkins de plank misslaan door hun ‘simpele analyse’ dat God niet bestaat. “Ze vergeten de historische context en zeggen eigenlijk dat religieuzen dom zijn. Dat is arrogant. Door enkel menselijk gedrag te beschrijven, val je symptomen aan. En door aanval en crisis klampen mensen zich juist aan religie vast. Dat zag Marx ook.” <br />
<br />
<b>Barricaden op</b><br />
Sommige atheïsten zijn zo fanatiek dat het publiek ze verdenkt van religiositeit. “Ze rationaliseren alles.” Maar met religieuzen valt prima de barricaden op te gaan. “Tegen dit rampenkabinet bijvoorbeeld”, aldus Jelle Klaas. “Een discussie ga je alleen aan wanneer hun geloof hen belemmert in de ontwikkeling van het klassenbewustzijn.” De behoefte aan zingeving komt door de ‘nare wereld waarin we leven’, klinkt het vanuit het publiek. “Je kunt vluchten in religie of proberen honger en oorlog op te lossen in de werkelijkheid.”<br />
Zijn marxisme en religie nu verenigbaar? IS’er Pepijn Brandon is duidelijk: “Volgens het marxisme is alles in potentie verklaarbaar. De waarheidsclaim van religie gaat over klassentegenstellingen heen. Dit geeft een vals broederschapsgevoel, om het verschil tussen rijk en arm te bedekken. Elk idee is een product van omstandigheden, religie en ja, ook het marxisme.  Maar we  moeten met iedereen samen vechten tegen racisme en onderdrukking.” <br />
<br />
Pieka Werner had een groter en diverser publiek verwacht op de Marx Zomerschool. “Veel bezoekers zijn al met het Marxisme bezig, dat maakte het voor mij wel informatief. En grappig dat mensen tijdens de discussie vooral zelf iets willen zeggen. Ze stellen weinig vragen, hoewel ze toch op elkaar inhaken. Misschien ga ik vaker naar dit soort bijeenkomsten.”<br />
<br />
<br />
<b>Karl Marx was een kind van zijn tijd</b><br />
<br />
De Duitse filosoof Karl Marx (1818-1883 ) leefde in een revolutionaire tijd. Europa industrialiseerde en opstanden braken uit in Parijs, Wenen en Berlijn. Marx was een kind van zijn tijd. Als zoon uit een middenklassegezin trok hij zich het lot van de nieuw ontstane, uitgebuite arbeidersklasse aan en raakte betrokken bij socialistische bewegingen. Zijn ’Communistisch Manifest’ en zijn levenswerk ’Het Kapitaal’, een theorie over de ontwikkeling van het kapitalisme, brachten wereldwijd mensen in beweging. Een Europese revolutie waar Marx op hoopte, bleef echter uit. De ideeën van de filosoof leken lange tijd achterhaald, maar dit voorjaar verscheen na 43 jaar een herziene Nederlandse vertaling van ’Het Kapitaal’, evenals een uit het Duits vertaalde biografie.<br />
<br />
<br />
<br />
Op 25 augustus gepubliceerd in Trouw en op <a rel="external" href="http://www.trouw.nl/religie-filosofie/nieuws/filosofie/article3178670.ece/De_diepte_in_op__Marx_Zomerschool_.html" title="">Trouw.nl</a> <br />
<br />
<br />
<br  /></br> ]]></description>
			<guid isPermaLink="false">94@http://jolandabreur.nl/pivot/</guid>
			<category>Filosofie, Religie</category>
			<pubDate>Wed, 13 Oct 2010 22:30:00 +0200</pubDate>
		</item>
		
		
		
		<item>
			<title>Het goede nieuws</title>
			<link>http://jolandabreur.nl/archive/2010-09-30/Het_goede_nieuws</link>
			<comments>http://jolandabreur.nl/archive/2010-09-30/Het_goede_nieuws#comm</comments>
                        <description><![CDATA[ <br  /><b>Sociaal ondernemen is geen hot item in de reguliere media. Of  er moet iets verschrikkelijk fout gaan. Hoe komt dit en kunnen sociaal ondernemers er zelf voor zorgen dat ze positief in de spotlights komen?</b><br />
<br />
<p style="text-align:center;"><img src="http://jolandabreur.nl/images/k_copy3.jpg" style="border:0px solid" title="" alt="" class="pivot-image" /></p><br  />‘We hebben er allemaal last van; voor reguliere media is nieuws alleen slecht nieuws.’ De Britse social mediaspecialist David Wilcox meent dat hun journalisten enkel succesverhalen oppikken wanneer ze ongebruikelijk zijn. ‘Traditioneel verkoop je een krant louter op conflict, crisis en beroemdheden. Verslaggevers zoeken dus het ongewone. Voorheen werden wel goed-nieuwskranten gelanceerd, maar ze overleefden niet.’<br />
<br />
Journalisten zijn vaak generalisten die niet weten wat leeft onder bijvoorbeeld sociaal ondernemers, aldus Wilcox. Daarnaast, zegt hij, staan kranten onder grote economische druk en moeten sommige hun redactielokalen sluiten. Dus wordt het tijd dat sociaal ondernemers massaal de social media bestormen. <br />
<br />
Deze online platforms als Hyves, webloggroepen en LinkedIn zijn volgens hem in opkomst. Leden communiceren hier met elkaar en kunnen content kwijt. Ze creëren een eigen media-platform. ‘Als je geen of geen goede pers krijgt, vertel dan zelf je verhaal’, raadt de social mediaspecialist aan. ‘Gebruik weblog of video en breng jezelf onder de aandacht van geïnteresseerden. Wanneer je echt in gesprek gaat met klanten, opdrachtgevers of belangstellenden zien anderen dat ook.’<br />
<br />
Laat jezelf zien aan de wereld, maar wees transparant, adviseert Wilcox. ‘Begin met een verhaal over wat je doet.’ Hij denkt dat sociaal ondernemers meer dan gemiddeld openheid van zaken moeten geven. Om onbekendheid en wantrouwen weg te nemen. ‘Bouw relaties op met journalisten.’<br />
<br />
<br />
<b>Positieve padvinders</b><br />
‘Juist niet!’ Journalist Andrea Paracchini vindt dat sociaal ondernemers te veel communiceren. Hij werkt in Frankrijk voor het persbureau Reporters d'Espoirs, dat onder meer sociaal ondernemerschap voor het voetlicht brengt in reguliere media. Hem valt enig cynisme op bij ‘het journaille’, over de opbouwende houding die hij, zijn collega’s en sociaal ondernemers hebben. <br />
<br />
‘Ze zien ons als een soort padvinders die altijd positief gestemd zijn. En altijd positief; dat kan niet kloppen.’ Daarnaast, zegt hij, zit sociaal ondernemen in de lift. ‘Ondernemers uit deze stroming praten veel over hun activiteiten. Ze organiseren evenementen en leggen contact met de media. Dat wekt wantrouwen. En natuurlijk is niet iedere sociale ondernemer een goede ondernemer of een betrouwbaar persoon. Een journalist doet gewoon zijn werk als hij de feiten checkt over dit onderwerp of een persoon. Híj moet het uitleggen in zijn medium.<br />
<br />
<br />
<b>Wereld redden?</b><br />
Ook Paracchini pleit voor transparantie. ‘Beantwoord evengoed de gênante vragen wanneer je geïnterviewd wordt voor een medium. En vertel vooral niet hoe jouw activiteit het regenwoud in stand houdt, kinderen redt of de hongerigen voedt.’ Verhalen van sociaal ondernemers over hoe ze de wereld gaan redden, vindt hij over the top. ‘Blijf eerlijk en heb het over je resultaten.’ <br />
<br />
Die resultaten hoeven geen wereldnieuws te zijn. ‘Al hebben maar enkele mensen baat bij jouw werk, het gaat erom dat het impact heeft’, meent Paracchini. Dat geeft journalisten reden om erover te schrijven. Hij refereert aan bedrijven die geheimzinnig doen over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ze willen niet praten over de financiering hiervoor of over hetgeen ze er concreet mee bereiken. Onder het mom van concurrenten die met deze informatie hun voordeel kunnen doen. ‘Maar als je zegt de wereld te redden zonder cijfers te presenteren, hoe kun je dan verwachten dat men je vertrouwt?’<br />
<br />
Persbureau Reporters d'Espoirs schrijft daarom niet over startende ondernemers of over lanceringen van initiatieven. Paracchini: ‘Wij maken geen reclame voor sociaal ondernemerschap, maar schrijven over resultaat en invloed. We zijn journalisten.’ Met zijn collega’s verzamelt hij best practices, duurzame en effectieve werkwijzen uit de praktijk van onder meer het sociaal ondernemerschap. Met dit materiaal gaat Reporters d'Espoirs de boer op bij reguliere media. ‘We willen laten zien hoe je serieus en journalistiek over dit thema kunt schrijven. De Franse krant Libération heeft al een aantal katernen met ons werk gevuld.’<br />
<br />
<br />
<b>Andermans verhalen</b><br />
De deur openzetten naar oplossingen; dat is wat sociaal ondernemers meer moeten doen, volgens Nick Temple. De directeur beleid en communicatie van de School for Social Entrepreneurs in Londen vindt, net als Andrea Paracchini, dat de ondernemers meer feiten moeten uitventen. Welke methode werkt met welk resultaat en wat werkt niet?<br />
<br />
Temple denkt ook dat slecht nieuws beter verkoopt, maar sociaal ondernemers dagen de gevestigde orde uit en dat is net zo goed interessant voor journalisten. In Groot-Brittannië wordt niet op grote schaal sociaal ondernomen, maar het is er een bekend fenomeen dat ‘in de lift zit’, meent Temple. Rolmodellen als de Britse topkok Jamie Oliver en merken als Divine Chocolate, de ‘slaafvrije’ fair trade chocola uit Ghana, hebben daar volgens hem aan bijgedragen. ‘Maar,’ waarschuwt hij, ‘we moeten echt in de lange termijn gaan denken wat betreft economie, milieu en sociale omstandigheden, anders zijn we over tien jaar nog niet verder.’ <br />
<br />
Net als David Wilcox is Temple voorstander van goede contacten met de media. ‘Zij kunnen helpen ons doel te bereiken.’ Ze hoeven voor hem geen traditionele media te zijn en ook hij ziet heil in het creëren van eigen – digitale – mediaplatforms. ‘Vertel vooral de verhalen van anderen. Wat was de impact van hun werk, waarom deden ze wat ze deden?’ Dit wekt volgens hem meer vertrouwen dan het promoten van eigen werk.<br />
<br />
<br />
<b>Cruciaal gat</b><br />
Dat is wat Tatiana Glad vorig jaar deed tijdens de klimaatconferentie in Kopenhagen. Met een camera legde ze vast waar mensen uit haar internationale netwerk zich mee bezig hielden. Ze volgden workshops en namen deel aan evenementen in het licht van de klimaattop. Glad, sociaal ondernemer en medeoprichter van social community The Hub, zoomde niet in op politieke scènes of demonstraties rond de conferentie. <br />
<br />
Maar op straat bleven zij en haar team aanlopen tegen ‘grote media’ die afsnelden op ‘alles wat uit leek te draaien op protest’. ‘Familie en vrienden in Nederland die ik telefonisch sprak, hadden een ander beeld van wat er in de straten van Kopenhagen gebeurde dan ikzelf. Terwijl ik er liep.’ Het verschil in waarneming tussen haar en de reguliere media, zit hem volgens Glad niet alleen in het beoogde eindproduct, een film en een nieuwsitem, maar ook in een fundamentele keuze. Welk beeld van de wereld wil je versterken? Diverse media hebben verschillende doelen, beaamt Glad. Toch vond ze het inspirerend iets anders te kunnen tonen dan de gangbare taferelen. ‘Onze representatie is afwijkend maar vult een cruciaal gat in het medialandschap.’<br />
<br />
<br />
<b>Hoe zet je jezelf als sociaal ondernemer op de kaart?</b><br />
<br />
•	Sluit je aan bij social media als LinkedIn en XING of begin een blog op een blogplatform. Maak jezelf bekend aan de wereld en vertel waar je mee bezig bent.<br />
•	Bouw relaties op met journalisten: zij kunnen helpen je doel te bereiken. <br />
•	Wees open en transparant; dat schept vertrouwen bij de buitenwacht.<br />
•	Vertel een realistisch verhaal, niemand verwacht dat je de wereld gaat redden.<br />
•	Kom vooral met feiten en resultaten, dat neemt wantrouwen weg bij cynici. <br />
•	Vertel verhalen van succesvolle collega’s.<br />
•	Draag oplossingen aan.<br />
<br />
<br />
Gepubliceerd in <a rel="external" href="http://www.qpqmagazine.nl/index.cfm?PAGE=QPQ_01-2010" title="">QPQ Magazine</a>, januari 2010<br />
<br />
<br  /><br/> ]]></description>
			<guid isPermaLink="false">93@http://jolandabreur.nl/pivot/</guid>
			<category>Economie</category>
			<pubDate>Thu, 30 Sep 2010 00:07:00 +0200</pubDate>
		</item>
		
		
		
	</channel>
</rss>

