‘We worden niet als engelen geboren’

Sid Bachrach

Taakstraffers doen in het Brabantse Handel boete op een ‘paradijselijke plek’, in de geest van Gandhi. Binnen de muren van een voormalig klooster leven ze ‘in heelheid’.


De blote voeten van Sid Bachrach priemen in de lucht. Hij staat op zijn hoofd, iedere dag weer. ‘Dit houdt me soepel en jong.’ Het is koel in de meditatieruimte van het voormalige kapucijnenklooster De Weyst in Handel. Buiten loopt de temperatuur op richting de 30 graden.

Bachrach, van origine Amerikaan, streek 33 jaar geleden neer in het Brabantse dorp om het kloostercomplex te beheren. Tot dan toe bewoonden kapucijnen het pand. Maar deze in de geest van Franciscus van Assisi eenvoudig levende monniken trokken zich terug. Het klooster zagen ze het liefst toegankelijk voor een breder publiek. Bachrach was actief in de vredes- en mensenrechtenbeweging en ging met hen in gesprek. Hij, zijn vrouw en drie andere gelijkgestemden hadden een vredescentrum voor ogen, maar het kostte een half jaar voordat de overdracht beklonken was. ‘De kapucijnen wilden zeker weten dat ons doel aansloot bij hun gedachtegoed’, vertelt Bachrach. Het klooster werd een centrum voor spiritualiteit en bezinning. ‘We vonden elkaar in de ideeën van Mahatma Gandhi, de geweldloze Indiase activist. Zij zagen in hem de heilige Franciscus.’ Het complex ging voor de toenmalige grondprijs van de hand. ‘Een symbolisch bedrag.’

Taakstraffers

‘Kijk, hiervan maken we helende calendulazalf.’ Bachrach zit op zijn knieën in de kloostertuin en laat vers geplukte oranje goudsbloemen in een metalen vergiet vallen. ‘We produceren zo veel mogelijk zelf, op biologische wijze.’ De zalf en onder meer bijenhoning, groenten en vruchtensap gaan in de verkoop. Ook de gasten krijgen de producten voorgeschoteld. Dat waren in het verleden mensen in de problemen, die via via bij Bachrach en zijn gezin terecht kwamen. Maar hij werkt alweer 25 jaar samen met de reclassering. Naast groepen mediterenden, Israëlische volksdansers en zangkoren ontvangt Bachrach gasten met een taakstraf. ‘Dit complex valt onder een stichting zonder winstoogmerk, dus we zijn blij met hun hulp.’

De taakgestraften werken in de biologische moestuin en onderhouden het gebouw. En dat heeft volgens hem een gunstige uitwerking op hun gemoed. ‘Dit is een paradijselijke plek. We proberen zoveel mogelijk in harmonie te leven met elkaar en onze omgeving. Dat is de enige weg naar vrede. Daarvoor hebben mensen eenheid, heelheid nodig. Wat je hier in de tuin zaait en oogst, verwerk je in de keuken. En even later ligt het op je bord. Je bent betrokken bij het hele proces, van a tot z. Dat geeft voldoening. ‘Bachrach bekritiseert de huidige, versnipperde manier van leven, maar begrijpt dat leven ‘in heelheid’ buiten de muren van het bezinningscentrum niet eenvoudig is. ‘Het draait uiteindelijk om mededogen, compassie, de basis van de menselijke aard én van alle godsdiensten.’

Crimineel

In de keuken voegt Bachrach zijn oogst bij de goudsbloemen die al op het fornuis staan te pruttelen in een pan bijenwas. Hij vertelt over zijn Joodse opvoeding in Chicago. Orthodox is Bachrach niet meer, hij gebruikt de waardevolste ideeën uit verschillende religieuze stromingen. ‘Met godsdienst creëert de mens een structuur, en iedere structuur verliest iets van de essentie, in dit geval compassie. Dat is jammer. Ik probeer dit proces in mijn boek Zo zoet als honing te omschrijven en hoop dat we er iets van terugvinden.’

Bachrach gelooft vooral in mensen en dat zij het beste in zichzelf naar boven kunnen halen. “Gandhi zei dat mensen niet als crimineel geboren worden, omstandigheden maken dat ze verkeerde beslissingen nemen en daaruit komt het kwaad voort.’ Hij ziet het bij de jonge taakgestraften die hij over de vloer krijgt. ‘Meestal jongens tussen de 16 en 24 jaar, gescheiden ouders, geen warm nest. Ze hebben vaak gevochten met een slok op. Wanneer ik hen vraag of ze zonder alcohol ook klappen hadden uitgedeeld, is hun antwoord nee.’ Dat ontslaat hen niet van hun verantwoordelijkheid, zegt hij, ze moeten ermee in het reine komen. ‘Vereenzelvig daders niet met hun daden, geef ze de kans opnieuw te beginnen.’

Onterecht

De kloosterbeheerder heeft in 25 jaar zo’n 2000 taakgestraften verwelkomt. Aan de houten keukentafel besmeert hij zijn biologische brood met humus. Zonlicht valt door de hoge ramen. ‘In de leeftijd van 12 tot 74 jaar, meestal jongens.’ Ze hebben hier relatief veel vrijheid, vertelt hij. ‘Afwisselend werk en niet altijd binnen.’ Daarom krijgt het bezinningscentrum volgens hem vaak bouwvakkers en zelfstandig ondernemers toegewezen. ‘Hen zet je niet achter de vaatwasmachine in een bejaardentehuis.’ Volgens Bachrach belandt circa 1 procent van zijn taakgestraften ten onrechte bij hem. ‘Dwalingen van het recht. Ik kreeg ooit een vrachtwagenchauffeur onder mijn hoede die een oude vrouw wilde helpen. Ze was op straat beroofd en bewusteloos geslagen. Hij was de eerste die ze zag toen ze bijkwam en moest voor de rechter verschijnen.’

Maar schuldig of niet, bij Bachrach kunnen de ‘taakstraffers’ op gastvrijheid en respect rekenen. ‘En zo krijg je ook respect van hen. Een aantal jaren geleden werd op ons terrein de as uitgestrooid van een man die met de zedenpolitie in aanraking was gekomen. Hij werd verbannen uit zijn stad en kwam hier een taakstraf doen. Hij kreeg inzicht in het hoe en waarom van zijn gedrag en kwam ons nadien nog vaak helpen. Een fantastische kerel. Ik sprak op zijn crematie en zei dat we niet als engelen geboren worden, maar kunnen kiezen uit goed en kwaad. Daarom maken we ook fouten.’

Kerfstok

Juist omdat Sid Bachrach geen slachtoffer is en niet in dienst is van justitie kan hij taakgestraften die nieuwe kans geven, legt hij uit. ‘Wat iemand op zijn kerfstok heeft, interesseert me niet. We zijn geen maatschappelijk werkers. Maar ze kunnen altijd hun verhaal kwijt en daarna moeten ze verder.’ Zo ook Henk (52), die niet bij zijn werkelijke naam genoemd wil worden. Hij schuift tijdens zijn theepauze aan in de serre van het voormalige klooster. Volgens Bachrach valt de taakstraf van Henk onder de 1 procent rechterlijke dwalingen. Henk, zelfstandig ondernemer in de financiële dienstverlening, raakte verwikkelt in een civiele procedure. ‘Ik kreeg een taakstraf van 60 uur opgelegd, maar kwam daarna in het bezit van stukken waarmee ik in hoger beroep kon gaan.’ Hij koos voor de taakstraf. ‘De zaak loopt al jaren en een hoger beroep zou me nog eens anderhalf jaar kosten, plus bijna 2000 euro. De vergoeding die ik krijg als ik win, weegt niet op tegen de werkelijke kosten en de tijd. Daar heb ik geen zin in.’ Bachrach maakt het vaker mee: ‘Een hoger beroep is kostbaar en advocaten raden het hun cliënten vaak af. Zo wordt het recht alleen betaalbaar voor welgestelden.’

Henk helpt zeven woensdagen met zonnepanelen monteren en elektriciteitsleidingen aanleggen. ‘Ik kan hier in alle rust mijn werk doen. Bij de plantsoenendienst of in een verzorgingstehuis ben ik minder anoniem, dat is niet in mijn voordeel als zelfstandig ondernemer.’ Met Bachrach kan hij goed overweg. ‘Dat komt door zijn idealistische levenshouding, Sid ziet mij niet als een goedkope arbeidskracht. Hij luisterde naar mijn verhaal en oordeelde niet.’ Henk denkt niet dat hij het complex achteraf met zijn taakstraf zal verbinden. ‘Ik zal deze plek anderen aanraden, vanwege de positieve sfeer. En ik kom vast terug om te kijken hoe het gaat.’ Bachrach: ‘Laatst stond ik een half uur met Henk te praten over zijn situatie. Het gesprek ging van zijn werktijd af, maar dat interesseert me niet. Ik vind het belangrijk iemand te leren kennen en te vertrouwen. Zonder de indruk te geven een heilige te zijn.’

Weetplantage

Sommige taakgestraften komen niet terug om enkel een bezoekje af te leggen. ‘Een weetplanter kwam na een jaar opnieuw taakstrafuren maken. Hij onderhield zijn gezin met de inkomsten van een weetplantage. Zijn schulden had hij na de eerste keer afgelost, maar het geld kwam te gemakkelijk binnen. Hij kreeg er 320 uur bij. Hebzucht is geen mooie eigenschap, maar ik zei hem: als jij het ervoor over hebt.’

Bachrach en zijn vrouw Nella van der Jagt werken deeltijds als docent en verpleegkundige om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Daarnaast brengen ze hun idealen in de praktijk op het kloosterterrein. Bachrach: ‘We proberen in harmonie te leven en dat over te dragen op onze gasten. Het lijkt een druppel op een gloeiende plaat, maar wanneer we niets doen, zijn we net zo schuldig als degenen die kozen voor het kwaad.’

Meer lezen over de zinvolle draai aan ons leven? Laat je e-mailadres hier achter.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *