Zingeving zit in je genen

Zingeving zit in je genen

Voor zingeving heb je meer of minder aanleg. Onderzoekers ontdekten twee genetische varianten voor zingeving en zes voor geluk. Maar ook je omgeving speelt een rol.

 

Terwijl de een wekelijks een kerkdienst bezoekt of het leven beschouwt in een leesclub, voelt de ander geen enkele behoefte om zichzelf grote vragen te stellen. Dat kan kloppen, volgens hoogleraar genetica en welzijn Meike Bartels. Zij en haar collega Bart Baselmans ontdekten aan de Vrije Universiteit de eerste genetische varianten voor zingeving. Daaruit zou blijken dat de mate waarin we zin ervaren deels aangeboren is. De onderzoekers publiceerde hun resultaten vorige week (2-10) in vakblad Scientific Reports.

 

Wat zijn genetische varianten voor zingeving?

“In iedere lichaamscel ligt al ons erfelijk materiaal opgeslagen, genen die met elkaar een DNA-profiel vormen. De structuur van een bepaald gen kan er bij iedereen net iets anders uitzien. Dat zijn genetische varianten. Zie genen als een aaneenrijging van letters uit het alfabet. Als wij onderling vergeleken worden, dan hebben we op bepaalde plekken van een gen andere lettertjes. Deze varianten bepalen bijvoorbeeld onze haarkleur. Mijn collega en ik vonden twee varianten die we aan zingeving kunnen linken. Het gaat dus niet om genen die exclusief zin geven aan ons leven, maar om stukjes van een gen die verschillen in de beleving ervan kunnen verklaren.”

 

U was eerder betrokken bij de ontdekking van genvarianten voor geluk en vond er nu weer zes.

“Ieder mens heeft miljoenen genvarianten. Ik verwacht dat we voor zowel geluk als zingeving wel duizenden plekjes hebben waardoor de beleving ervan onderling verschilt. Voor dit onderzoek gebruikten we DNA-samples en ingevulde vragenlijsten van 220.000 mensen uit een Britse databank. De stelling die verwijst naar zingeving was eenvoudig: ik beschouw mijn leven als zinvol. De deelnemers die hierop ‘ja’ antwoordden, hebben op een specifiek stukje gen dus een ander lettertje dan de degenen die ‘nee’ invulden. Dit is niet de meest nette manier om zoiets complex als zingeving te meten, maar geoorloofd omdat de onderzoeksgroep zo groot was. Het is een eerste stap.”

 

Ervaar je minder zin als je weinig van die genvarianten voor zingeving hebt?

“Dat is onmeetbaar, omdat we nog lang niet alle plekken hebben gevonden. Maar voor geluk bijvoorbeeld, kun je genetische aanleg hebben. De een ervaart van nature makkelijker geluk dan de ander. Wat niet betekent dat een zeker niveau van geluksbeleving onbereikbaar is voor iemand die minder aanleg heeft. Hij moet er alleen harder voor werken. Vergelijk het met sporten. Sommigen hebben relatief weinig training nodig om hun conditie op peil te brengen voor een marathon. Anderen moeten daarvoor veel meer meters maken. Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor zingeving.”

 

Mogelijk zijn de minder bedeelden niet zo bezig met de zin van het leven.

“Het is moeilijk te bepalen of iemand de ervaring van zin in de termen ‘zin’ of ‘zingeving’ samenvat. Er zijn sowieso mensen voor wie dat spiritueel klinkt en er daarom niets mee te maken willen hebben. Als je informeert of ze niets doen in hun leven wat ertoe doet, dan zeggen ze: natuurlijk wel. Nou, dáár hebben we het over.”

 

Dus ze leiden geen minder zinvol leven?

“Over de invulling van ‘zinvol’ lopen de meningen uiteen. De deelnemers is naar hun gevoel gevraagd, hun omgeving kan daar iets heel anders van vinden. Ieder heeft zijn eigen manier om zinbeleving tot stand te brengen. Onderzoek naar hoe dat uitpakt voor de wereld ontbreekt nog. Neem zorgzaamheid. Sommigen zijn gemaakt om zich over anderen te ontfermen en tonen dat ook. Anderen ervaren af en toe iets aardigs doen voor iemand al als een zorgtaak. Genetische aanleg verklaart deze interessante verschillen deels”

 

Halen uiteenlopende interpretaties van zinvol of zingeving uw onderzoeksresultaten niet onderuit?

“Wetenschappers dachten voorheen dat je stress kon meten door bij iemand het stresshormoon cortisol te bepalen. Maar de samenhang tussen dit gehalte en de hoeveelheid stress die de persoon ervaart, is niet sterk. Wij onderzoeken juist die ervaringen en gevoelens. Interpretatieverschillen zorgen voor meetfouten, maar daar houden we rekening mee in onze modellen en door de omvang van de onderzoeksgroep.”

 

Kritiek in NRC vorige week luidde dat uw twee genvarianten eerder naar andere kenmerken verwijzen dan naar zingeving.

“Genvarianten spelen vaak eveneens een rol bij andere eigenschappen. We bewijzen alleen dat ze óók samenhangen met verschillen in zingeving. De studie moet overigens nog herhaald worden, maar daarvoor is een nieuwe onderzoeksgroep nodig. Onze bevindingen zijn in ieder geval robuust.”

 

Kunnen we onze genen beïnvloeden door bepaald gedrag te cultiveren?

“Er is een connectie gevonden tussen bijvoorbeeld geluksgevoel en het beoefenen van mindfulness of yoga. Maar dat gaat over een gemiddelde en geldt dus niet voor iedereen. En maakt de beoefening je gelukkiger of doe je juist aan yoga omdat je je gelukkig voelt? Dat is nog onbekend. Hetzelfde geldt voor mensen die zich gelukkiger voelen en meer zin ervaren. Ze zijn gezonder en leven langer. We zien vaak samenhang tussen eigenschappen en gedrag. En we weten dat gedrag ervoor kan zorgen dat een gen wel of niet zijn invloed uitoefent.”

 

Moeten we zin ervaren om gelukkig te kunnen zijn?

“Wetenschappers verschillen van mening daarover. Wij waren benieuwd of geluk en zin dezelfde genen als basis hebben. En dat blijkt voor een groot deel te kloppen. Natuurlijk kunnen mensen niet gelukkig zijn, maar hun leven wel als zinvol ervaren of andersom. Dat zijn uitzonderingen. We zien ook dat de zinervaring deels door andere omgevingsfactoren wordt beïnvloed dan de geluksbeleving. We weten alleen nog niet welke. Of er eerst zin is en dan geluk blijft vooralsnog een kip-eivraag.

 

Meer lezen over de zinvolle draai aan ons leven? Laat je e-mailadres hier achter.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *