Hoe spirituele ervaringen ons leven beïnvloeden

Spiritualiteit

Spiritualiteit – Voor Vrij Nederland schreef ik een verhaal over spirituele of religieuze ervaringen. Wereldwijd dagelijkse kost, ook voor niet-gelovigen. Maar waar dienen ze voor en worden we er beter van?

In gedachten verzonken loop ik naar het houten plateautje tussen de bomen. Ik hijs me op het meditatiekussen dat er ligt en drapeer het muskietennet om me heen. Mijn gesprekje met een jonge, Britse monnik galmt nog na. Niet vreemd misschien, na negen dagen geen woord te hebben gesproken tijdens deze boeddhistische stilteretraite. Onze zwijgplicht hebben we net verzaakt. De Brit vertelde dat hij ook na drie jaar in dit Birmese klooster ten noorden van Rangoon nog weleens ten prooi valt aan minder gewenste gedachten en emoties. Ze komen volgens het boeddhisme voort uit begeerte, de oorzaak van menselijk lijden. Met inzichtsmeditatie wordt hier opmerkzaamheid beoefent, die begeerte uiteindelijk de nek moet omdraaien.

Een relativerende rust kruipt op. Ik realiseer me dat iedereen maar wat aanklungelt. En iedereen begint steeds, monter of zwartgallig, weer opnieuw. Waarom doe ik dat zelf ook niet, nu de turbulente jaren achter me lijken te liggen? De ingevingen rijgen zich als vallende dominostenen aaneen. Steeds sneller. Opgetogen loop ik een uur later naar mijn hut. Het inzicht is niet bepaald adembenemend, eerder een open deur. Maar het effect is er niet minder om. Nog weken daarna loop ik gelouterd rond in eurekastemming.

Die werd waarschijnlijk niet helemaal bepaald door de inhoud van de inval. De negentiende-eeuwse Duitse filosoof en psycholoog Wilhelm Dilthey omschreef de menselijke ervaring als een ‘Erlebnis’. Ze bestaat uit verschillende bouwstenen waarvan de ratio er slechts één is. Volledig grip erop krijgen we nooit. Die ongrijpbaarheid is de basis van spiritualiteit. William James (1842-1910), de vader van de godsdienstpsychologie, realiseerde zich al dat bijzondere ervaringen de kern zijn van religie.

 

Wilde zwijnen

Ik ga te rade bij Michiel van Elk. Deze universitair docent sociale psychologie aan de Universiteit van Amsterdam maakte zijn vak van religieuze beleving. Wellicht kan hij meer vertellen over de bron ervan. Van Elk bestudeert het verschijnsel met een evolutionair psychologische bril, kijkt hoe religieus ervaren in de evolutionaire ontwikkeling van de mens past. Hij schreef er een boek over: Extase. Over de Godhelm  en andere religieuze experimenten (Boom uitgevers), waarin hij laat zien hoe we onszelf een rad voor ogen draaien door de manier waarop we de omgeving waarnemen. Met gegronde redenen. Aan de hand van onze waarneming voorspelt ons brein continu wat er om ons heen gebeurt. Verwachtingen, opgedaan tijdens eerdere ervaringen, spelen daarbij een grote rol. Pakt de realiteit anders uit, dan corrigeert het brein dat verwachtingsmodel.

Daarom nemen we soms dingen waar die er niet blijken te zijn. We moeten tenslotte overleven om genen door te kunnen geven.

Wanneer zintuiglijke prikkels onduidelijk zijn of nauwelijks aanwezig, dan krijgt het model de overhand en gaat het een eigen leven leiden. We lopen bijvoorbeeld door een donker bos en horen geritsel in de struiken. Ons hart begint sneller te kloppen, want in de omgeving schijnen wilde zwijnen voor te komen. De kans dat een zwijn ons nu in volle vaart tegemoet rent, is misschien klein. Maar volgens de evolutionaire psychologie zijn onze hersenen zo ontwikkeld dat we anticiperen op iedere kans daarop, hoe klein ook. Daarom nemen we soms dingen waar die er niet blijken te zijn. We moeten tenslotte overleven om genen door te kunnen geven.

 

Trippen met de Godhelm

Dus wek sterke en bijzondere verwachtingen, neem zintuiglijke prikkels weg en er gebeuren wonderlijke dingen. Dat bleek toen Van Elk en zijn team twee jaar geleden voor een experiment op Lowlands stonden. 180 bezoekers zagen hun kans schoon om te ‘trippen met de Godhelm’. De onderzoekers vertelden hun dat de helm door elektromagnetische stimulatie mystieke ervaringen kon opwekken. Het ding deed echter niets. Toch beleefde de helft van de deelnemers iets bijzonders met de helm, een blinddoek en een koptelefoon met monotone ruis. Ze hoorden stemmen en muziek, zagen wonderlijke wezens met een boodschap of voelden hun ledematen versmelten met de stoel.

Nu verwachtte ik in Birma geen mystieke ervaring. Maar zintuiglijke prikkels werden wel tot een minimum beperkt door een lees- en spreekverbod en een eenzijdig gerichte aandacht op lichaam en geest. Dat onderdrukt het foutcorrectiemechanisme van het brein en zo kan een gevoel van ‘zeker weten’ ontstaan. Volgens Van Elk duiken deze piekervaringen vaker op bij intensieve meditatie. Of dit soort belevingen spiritueel of religieus zijn, is een definitiekwestie waarover de meningen uiteenlopen. In beide gevallen lijkt het gevoel van ongrijpbaarheid uit te draaien op ontzag, verwondering of zelfoverstijging, het gevoel overstegen te worden door iets dat groter is dan jezelf.

Deze ervaringen zijn schering en inslag, stelt Van Elk, die ik ontmoet in een café op de campus van de UvA. ‘Voor ons onderzoek gebruiken we panels van honderdduizend Nederlanders. Uit steekproeven blijkt 60 procent zichzelf als religieus of spiritueel te zien.’ Het tienjaarlijkse onderzoek God in Nederland van het SCP uit 2016 meldt dat 32 procent van de Nederlanders God of een hogere macht of kracht ervaren heeft. Ze omschrijven die als positieve hulp of sturing. 17 procent weet het niet en 51 zegt nooit iets goddelijks te hebben ervaren. Dat betekent niet dat ze geen religieuze ervaringen hebben gehad, merken de onderzoekers op, maar hun belevingen laten zich niet als ‘God’ of ‘hogere macht’ omschrijven.

Van Elk: ‘Iedereen is geneigd betekenis te geven en bedoelingen te zien in de wereld om ons heen. Zo werkt ons intuïtieve systeem, dat ons daardoor vroeger in staat stelde gevaar te zien en te overleven. Maar met ons analytische systeem redeneren we die ervaringen vaak weg. Bij mij werkt dat ook heel sterk.’

Zelfs zo sterk, dat Van Elk van zijn Pinkstergeloof viel. ‘Ik was toen 25, vrij laat voor een uittreder, maar ik zat er diep in. Al bestond de twijfel al wel een tijdje. Tegenstrijdigheden in de Bijbel, waarom is er lijden, filosofische vragen over lichaam en geest. Tegelijkertijd leidde ik praise- en worshipdiensten en veinsde ik mijn geloof oprecht. Tot ik op een avond besefte dat alles op zijn plek zou vallen als ik besloot dat God niet bestond. Het was een opluchting.’

Door zijn evangelische jeugd grossiert hij zelf ook in religieuze ervaringen. Cursussen om persoonlijke, geestelijke gaven te ontdekken of om de stem van God te leren verstaan bij spontaan opkomende beelden, hielpen die te cultiveren. Wat zijn meest intense beleving was, vindt hij moeilijk te zeggen. ‘Ze zijn heel verschillend. Maar ik ga voor de ayahuascaceremonie.’ Onder leiding van een sjamaan dronk hij de geestverruimende ayahuascathee en maakte ‘eindeloze, fantastische reizen’ in zijn hoofd en deed ‘diepe inzichten’ op.

 

Spiritualiteit of ervaringen van ontzag

Het boek van Van Elk staat vol bizarre, maar ook meer alledaagse belevenissen. Hij en zijn collega’s monitorden het brein tijdens ervaringen van ontzag. Zo keken proefpersonen naar een natuurfilm die dat gevoel opriep. Activiteit in het hersengebied dat betrokken is bij zelfreflectie bleek af te nemen. Ontzag is onder de indruk zijn van wat we zien of meemaken. Dat kan ook bedreigend voelen, zoals natuurgeweld. De effecten bij de deelnemers kwamen overeen met die bij psychedelische en zelfoverstijgende ervaringen, waarbij je opgaat in je omgeving. Ontzag, maar ook verwondering, wordt daarom ook wel een spirituele of religieuze emotie genoemd.

Religieuze of spirituele ervaringen laten zich niet sturen of voorspellen. Je kunt wel de voorwaarden scheppen.

Zelf krijgt Van Elk dan vaak zin om muziek te maken, een meubelstuk te ontwerpen of door de bergen te fietsen. Zo rolt hij van ontzag in een vergelijkbare en actievere flow-ervaring.

Bij ontzag of verwondering worden we getroffen door iets wat onze verwachtingen en voorstellingsvermogen overtreft. We vergeten onszelf. Van Elk, en zelfs een onversneden atheïst als evolutiebioloog Richard Dawkins, vermoedt dat deze ervaringen de basis vormen van kunst, religie en wetenschap. Verwondering maakt ons nieuwsgierig, zodat we op onderzoek uitgaan.

Een fris perspectief

Religieuze of spirituele ervaringen laten zich niet sturen of voorspellen. Je kunt wel de voorwaarden scheppen, zoals bleek tijdens mijn retraite in Birma. Knappen we ervan op als we die beleving cultiveren? Van Elk noemt in zijn boek een aantal nadelen. Ze kan leiden tot ‘waandenkbeelden’, ideeën die disfunctioneel gedrag in de hand kunnen werken. Zoals het afzien van reguliere medische hulp bij fikse lichamelijke klachten, omdat een gevoel of ‘inzicht’ je ingaf op je zelfherstellende vermogen te vertrouwen. Ook raden meditatiecentra mensen af om deel te nemen aan retraites als ze ernstige psychische klachten hebben. Die kunnen dan namelijk toenemen. Maar Van Elk betoogt aan de hand van zijn onderzoek dat spirituele ervaringen ook bijdragen aan ons welbevinden. Ze kunnen onder meer inspiratie, blijdschap en een fris perspectief oproepen. Het najagen ervan moet geen doel op zich zijn, benadrukt hij. En religie als instituut heeft wat welzijn betreft betere papieren. ‘Aanhangers zijn gelukkiger, presteren beter en leven langer.’ Ook zou een religieuze gemeenschap tot steun zijn bij depressies.

Wrang genoeg viel Van Elk na het schrijven van zijn boek zelf ten prooi aan een diepe depressie als gevolg van een echtscheiding. ‘Het afgelopen jaar was heel zwaar en bijzondere ervaringen hielpen geen zier. Wat me op de been hield, was de hoop dat de somberte en angst ooit voorbij zouden gaan.’

Had het geloof uit zijn jeugd hem hier beter doorheen kunnen slepen? ‘Absoluut. In die zin voel ik de aantrekkingskracht nog steeds. Die jas past me heel goed. De factor verbinding in een religieuze gemeenschap moeten we eens beter onderzoeken. Maar ik geloof echt niet meer in de leerstellingen.’

Dat doet echter niets af aan zijn religieuze ervaringen. ‘De intensiteit daarvan hangt niet samen met godsgeloof.’ Van Elk schuift zijn stoel naar achter en maakt aanstalten om te vertrekken, klaar om zich op te maken voor de volgende beleving. ‘De Matthäuspassion.’

 

Het blijft trekken

Aan religieus ervaren lijkt een overlevingsmechanisme ten grondslag te liggen. Maakt dat het ontstaan van religie tot een evolutionair verhaal? Hans van Eyghen doet aan de Vrije Universiteit promotieonderzoek naar de verschillende theorieën hierover. Die van de overactieve waarneming om te overleven is volgens hem een populaire. Een andere vooronderstelling is dat religie ontstond als bijproduct tijdens de ontwikkeling van onze sociale vermogens. Worden we wijzer van deze extra erfenis? ‘Niet per se,’ licht Van Eyghen toe, ‘maar we kunnen waarschijnlijk niet zonder contact met andere mensen. Daarom vermoeden sommige onderzoekers dat het onverstandig is om religieuze ervaringen, het bijproduct, te onderdrukken. We hebben er aanleg voor en ze geven zin. Het is als pianospelen dat je hebt laten versloffen. Het blijft trekken.’

Religieuze ervaringen hebben wereldwijd overeenkomstige elementen die pleiten voor een biologische bakermat.

Of we er kennis mee kunnen opdoen over een onstoffelijke wereld of God, valt volgens hem niet uit de psychologie te concluderen. Wetenschappers zijn er niet uit of godsgeloof een biologische of culturele oorsprong heeft. Religieuze ervaringen echter hebben wereldwijd overeenkomstige elementen die pleiten voor een biologische bakermat. Een gevoel van een aanwezigheid zonder iets te zien, geluksgevoelens, één worden met je omgeving zijn enkele van die verschijningsvormen. Losraken van het ego komt voor in westerse mystieke en contemplatieve tradities, maar is vooral bekend uit het boeddhisme.

In zijn boek Waarom boeddhisme werkt. De wetenschap en filosofie van meditatie en verlichting, dat vorige maand in het Nederlands verscheen bij Prometheus, zet de Amerikaanse psycholoog Robert Wright het boeddhisme toegankelijk en met humor in een evolutionair psychologisch kader. Aan de hand van natuurlijke selectie legt hij uit dat we minder stevig aan het stuur van onze waarneming zitten dan we denken. Ons brein is niet bedoeld om ons een accuraat beeld van de werkelijkheid te geven, maar om te overleven. Zinsbegoocheling is dus alledaagse kost. Onterechte angst, zoals voor die wilde zwijnen in het donkere bos, is daarvan een voorbeeld. We hebben ontembare verlangens, en volgens het boeddhisme zijn die de wortel van menselijk lijden.

Wright werd naar eigen zeggen iets gelukkiger van zijn meditatiepraktijk. Maar het gaat hem vooral om de kwaliteit van dat geluk. Die ziet hij in de morele en metafysische ‘waarheid’ van de boeddhistische leerstellingen over het menselijk lijden. Als je daarnaar handelt, zul je aardiger zijn voor jezelf en voor anderen.

De Amerikaanse psycholoog Daniel Goleman, die het begrip emotionele intelligentie op de kaart zette, dook met neurowetenschapper Richard Davidson grondig in al het meditatieonderzoek dat er al gedaan is. De twee kennen elkaar uit hun studietijd aan Harvard en delen een levenslange fascinatie voor deze contemplatieve activiteit. Al in de jaren zeventig probeerden ze tot een wetenschappelijk onderzoek naar de effecten ervan te komen, maar ondanks het gunstige meditatieklimaat was de tijd nog niet rijp. Ze gingen er onafhankelijk mee aan de slag en werden pioniers. In hun boek Meditatie. De blijvende effecten op lichaam, geest en hersenen, dat vorig jaar in het Nederlands verscheen bij Atlas Contact, scheiden ze het kaf van het koren. Conclusie: meditatie bevordert je welzijn en hoe meer je het doet, hoe spectaculairder de resultaten. Veranderingen in de hersenen werd bevestigd bij ervaren yogi’s die tientallen duizenden uren mediterend hadden doorgebracht. Hun brein stond ook als ze niet mediteerden in de ontspannen meditatiemodus. Maar ook voor beginners is er hoop. Hersenen reageren minder op stress en al na enkele weken verbetert de aandacht en het werkgeheugen.

Endorfine bij rituelen

Sleutelen aan je bewustzijn met meditatie kan kortom goed uitpakken voor je eigen welzijn. Levert dat de omgeving ook iets moois op?

Enkele maanden geleden publiceerde het vakblad Nature een analyse van onderzoek naar gedrag onder meditatiebeoefenaars gericht op het welzijn van anderen. Meditatie heeft waarschijnlijk een positief, maar bescheiden effect op hun welwillendheid. Compassie en empathie namen toe. De beoefening had echter geen effect op agressie, vooroordelen of gevoelens van verbinding.

Zelf begon ik twintig jaar geleden op eigen houtje te mediteren, om te ontspannen zonder direct naar een boek of de afstandsbediening van de tv te grijpen. Ik was ook benieuwd naar de collectieve beoefening, vandaar mijn retraite in het Birmese klooster. Volgens psycholoog William James volgden religieuze gemeenschappen in het kielzog van spirituele of religieuze ervaringen. Misschien vormen pogingen om gezamenlijk iets speciaals te beleven wel de kracht die religie in stand houdt.

Volgens antropoloog en evolutionair psycholoog Robin Dunbar verdubbelt samen gelijktijdig een handeling verrichten, zoals zingen, de kracht van de ervaring. ‘Synchroniciteit van gedrag lijkt een gevoel van synchroniciteit van de geest te veroorzaken,’ legt hij telefonisch uit. Dunbar is de man die ontdekte dat we maximaal 150 sociale contacten kunnen onderhouden, en slechts vijf echte vriendschappen. Zijn theorie raakte bekend als ‘Dunbars number’. Hoe was het de mens gelukt om in grotere groepen te gaan samenleven zonder dat de stress te hoog opliep door voortdurend met vreemden geconfronteerd te worden? Dunbar ging op zoek en vond religie als een van de doorslaggevende factoren. Op dit moment onderzoekt de emeritus professor aan Oxford de werking van endorfine bij rituelen. ‘Zoogdieren verbinden zich onderling door elkaar te strelen, vlooien of te knuffelen. Dat zie je goed bij primaten, die niet voor niets in kleine gemeenschappen samenleven. Het triggert een specifiek deel van het zenuwstelsel waardoor endorfine vrijkomt. Die neurotransmitter werkt als een pijnstiller en geluksstofje, het is net een opiaat.’

Mensen hebben meer manieren gevonden om het endorfinesysteem te stimuleren, vertelt Dunbar. Zoals lachen, dansen, zingen, rituelen uitvoeren en het vertellen van verhalen die sympathie opwekken bij de luisteraars vanwege de ellende van de hoofdrolspelers. Ze komen bijna allemaal samen in religie. ‘Het is een mechanisme om pijn te managen. De ademhalingstechnieken bij yoga en meditatie geven druk op de borst en de houdingen zijn stressvol voor de spieren, maar op een laag, continu niveau. Dat is een effectieve en duurzame manier om de endorfineafgifte te bevorderen.’

Deze knuffelalternatieven vormen de bindende factoren voor omvangrijke groepen. ‘Je kunt ze met veel mensen tegelijk doen, zonder dat je met iedereen een intieme relatie hoeft op te bouwen.’

Alhoewel er geen tastbare bewijzen voor zijn, vermoedt Dunbar dat ook Neanderthalers religieus waren. Hun praktijk zou dan iets weg hebben gehad van vroege sjamanistische religies. Die kenden geen morele codes of goden, maar waren gebaseerd op trance-ervaringen. Deze worden onder meer opgeroepen door het dansen totdat de uitputting toeslaat. De stress die dat teweegbrengt voor het lichaam, triggert endorfine. De grote religies met hun rituelen, overtuigingen en discipline van bovenaf boden uitkomst toen de mens neerstreek in permanente nederzettingen en de groepsgrootte toenam.

Dunbar schiet in de lach bij de vraag of we wel zonder religie kunnen. ‘Ja, waarschijnlijk wel, maar het is heel moeilijk. Ik ben erg getroffen door de grote historische rol die religies speelt. Ik zie ze als een project waarvoor mensen samenkomen op het centrale plein in een dorp. Iedereen vindt het project geweldig en wil erbij horen. Grote rijken kunnen ook die visionaire component hebben, een doel in het verschiet. Dat kan om heerschappij gaan, vrede of vooruitgang. Vermoedelijk verklaart dat deels waarom de VS het al zo lang volhoudt. Maar bij religies hadden we niet verwacht dat een transcendente, spirituele wereld de menselijke verbeelding zo in haar greep kon houden.’

 

Corrigerende functie

Van het verhaal dat religieuze ervaringen schraagt, moeten mensen wel overtuigd worden, licht Edward Slingerland via Skype toe. De Canadese religiewetenschapper en hoogleraar Aziatische studies aan de University of British Columbia onderzoekt de culturele evolutie van religie. Hij gaat ervanuit dat religie ontstond als bijproduct tijdens de ontwikkeling van onze hersenen. ‘We kunnen intenties waarnemen bij andere mensen om complexe sociale situaties het hoofd te bieden. Maar dat mechanisme ontwikkelde zich tot een heel gevoelig instrument en toen bespeurden we overal om ons heen intentionaliteit. Als een hevige storm opstak, dachten we dat iets of iemand ons ongunstig gezind was. We zagen bovennatuurlijke wezens en vooroudergeesten aan het werk. Het gedrag dat voortkomt uit religie snijdt geen hout totdat we erin gaan geloven. Op zondag naar de kerk gaan, geen varkensvlees eten, het uiteinde van je penis afsnijden; je moet wel van iemand aannemen dat dit ergens op slaat. En dat bindt mensen.’

Slingerland en zijn collega’s vermoeden dat zo ook het christendom, de islam en het jodendom zijn ontstaan. In deze monotheïstische godsdiensten speelt een alwetende God de hoofdrol. Die ziet wat je doet en denkt en heeft zo een corrigerende functie. Een culturele gouden greep, want dit sterke morele appèl verhoogde sociaal wenselijk gedrag en de samenwerking onderling. Dat zorgde voor een flinke expansie van deze godsdiensten. De goden uit vroeger tijden waren niet geïnteresseerd in hoe mensen zich gedroegen, vertelt Slingerland, die eisten alleen offers.

Slingerland: ‘Dunbars number is vrij overtuigend. We hebben een groot deel van onze evolutionaire geschiedenis in groepen van circa 150 mensen geleefd. Dat we nu in miljoenensteden wonen en ons moreel gedragen jegens mensen die we niet kennen en nooit meer zullen zien, is cruciaal. De monotheïstische religies zijn een van de antwoorden op de vraag hoe dat kan. Ze maakten ons tot één grote familie met God als ouder. Je vertrouwt mensen die je niet kent, omdat ze op het juiste moment richting Mekka bidden of een kruisje dragen. Natuurlijk zijn er altijd meer families die weer uit verschillende gemeenschappen bestaan. En die gaan soms uiteindelijk hun eigen weg. Geen groep zonder een andere om zich tegen af te zetten.’

 

Als een ladder

Slingerlands onderzoeksgroep onderzocht hoe seculiere instituties de taken van religie overnamen. ‘Mijn collega ziet grote religies als een ladder: als je eenmaal boven bent, kun je die wegtrappen. In grootschalige samenlevingen waar het rechtssysteem goed functioneert, neemt het aantal aanhangers van religies af. Maar er bestaat geen wijdverbreid atheïsme zonder sterke instituties, dus als die instituties haperen, dan groeit religie. Denk aan chaos na rampen. En als het mis gaat in de VS onder Trump, dan voorspellen wij een opmars van religieus fundamentalisme. Nu zie je al dat religieuze gemeenschappen het gat opvullen dat door het gebrek aan sociale zekerheid in de samenleving is geslagen.’

‘Mensen identificeren zich niet meer met traditionele religie, maar sprokkelen uit verschillende tradities hun eigen religie bij elkaar.’

Zolang de boel zo goed draait als in de afgelopen decennia, hebben we in het Westen volgens Slingerland de luxe om te kiezen wat we doen of laten. Maar niet iedereen wordt daardoor atheïst. Sterker nog, meent hij, religiositeit zal nooit verdwijnen. Door de neiging om intentionaliteit waar te nemen in de wereld om ons heen, leeft nu een vrije vorm van religiositeit of spiritualiteit op. ‘Mensen identificeren zich niet meer met traditionele religie, maar sprokkelen uit verschillende tradities hun eigen religie bij elkaar. Ze doen aan meditatie, bezoeken alternatieve artsen, volgen specifieke diëten. Er is geen druk om ons te verbinden binnen één godsdienst.

Slingerland trekt religie breed. Hij ziet religieuze aspecten in sporten als voetbal, waar fans de spelers van hun clubs op een voetstuk zetten. Er is sprake van groepssynchroniciteit in het stadion als de supporters zingen of de wave inzetten. ‘En ook in seculiere wereldbeelden spelen aannames over de werkelijkheid een grote rol. Mijn landgenoot Charles Taylor (filosoof en oud-politicus, red) ziet daarin ethische concepten die niet empirisch te verifiëren zijn en net zo functioneren als religieus geloof. Denk aan het idee van vrijheid, menselijke waardigheid en mensenrechten. Dat zijn metafysische denkbeelden met een christelijke oorsprong die onze moraal bepalen. Het zijn geen absolute waarheden, maar ze versterken onze westerse identiteit. Ze zijn niet eens onderwerp van onderzoek. Dat is als een gelovige vragen of God wel bestaat na een ramp waarbij onschuldige kinderen zijn omgekomen. Hoe wil je mij overtuigen van het feit dat mensen geen rechten zouden hebben? Ik ben immuun voor elk bewijs waarmee je op de proppen zou kunnen komen, want ik geloof erin.’

 

Overgave

Religieuze neigingen blijken steviger ingebakken dan we in het seculiere Westen willen toegeven. Onze maakbare samenleving kan haar voordeel doen met de bindingskracht en een flinke dosis van de overgave die eruit voortvloeien. Spiritueel of religieus beleven betekent openstaan voor ervaringen waarop we geen grip hebben. Religies weten daar wel raad mee, die leggen ze in Gods handen. Maar dat verhaal spreekt velen niet meer tot de verbeelding.

Gelukkig is godsgeloof geen must. Overgave, zo blijkt ook uit het onderzoek van Dunbar en Van Elk, is opgaan in onze activiteiten. En de resultaten ervan wat vaker voor lief nemen. We hebben het leven tenslotte niet helemaal in de hand.

Daarom geen wekenlange meditatieretraites voor mij, hoe veelbelovend de onderzoeksbevindingen en ervaringsverhalen ook zijn. Want in die betere, verlichte versie van mezelf geloof ik niet. Wel in een leven lang vallen en opstaan en schaven aan scherpe kantjes. Dat meditatiekussen blijft daarom, samen met mijn hardloopschoenen, binnen handbereik. Ervaringen wijzen de weg.

 

Eerder gepubliceerd in Vrij Nederland

.

Mijn onderzoek naar zingeving volgen? Laat je e-mailadres hier achter.

Waardeer je dit artikel? En wil je weten welke rol zingeving speelt in ons leven en de maatschappij? Doneer dan een bedrag naar keus. Zo help je mij verder te werken aan dat onderzoek en kwaliteitsartikelen hierover. Veel dank!

Tot nu toe gedoneerd: € 197,62







Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *